<?xml version='1.0' encoding='UTF-8'?><?xml-stylesheet href="http://www.blogger.com/styles/atom.css" type="text/css"?><feed xmlns='http://www.w3.org/2005/Atom' xmlns:openSearch='http://a9.com/-/spec/opensearchrss/1.0/' xmlns:georss='http://www.georss.org/georss' xmlns:gd='http://schemas.google.com/g/2005' xmlns:thr='http://purl.org/syndication/thread/1.0'><id>tag:blogger.com,1999:blog-13055679</id><updated>2011-11-27T06:39:25.963+01:00</updated><title type='text'>Nieuwe Cultuur Nieuwe Politiek Nieuwe Synthese</title><subtitle type='html'>Metapolitíek - Europeïsme - Identitair - Bioregionaal - Conservatief-Revolutionair - naar NIEUW RECHTS - naar NIEUWE POLITIEK - naar een NIEUWE SYNTHESE !      
------ METAPO SOS-STUDIECENTRUM ------</subtitle><link rel='http://schemas.google.com/g/2005#feed' type='application/atom+xml' href='http://metapolitiek.blogspot.com/feeds/posts/default'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/13055679/posts/default?max-results=100'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://metapolitiek.blogspot.com/'/><link rel='hub' href='http://pubsubhubbub.appspot.com/'/><author><name>Metaposos</name><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><generator version='7.00' uri='http://www.blogger.com'>Blogger</generator><openSearch:totalResults>18</openSearch:totalResults><openSearch:startIndex>1</openSearch:startIndex><openSearch:itemsPerPage>100</openSearch:itemsPerPage><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-13055679.post-115584144430514298</id><published>2006-08-17T21:01:00.000+02:00</published><updated>2006-09-07T00:18:23.430+02:00</updated><title type='text'>Laffer is beter: vrij manifest voor een nieuwe belastingpolitiek ! door Syp WYNIA in Elsevier, 12 augustus 2006.</title><content type='html'>&lt;strong&gt;&lt;em&gt;We helpen deze zomer de politici die vanwege de vervroegde verkiezingen haastig hun programma voor de jaren 2008-2011 moeten schrijven. Deze week luidt de vraag: moeten de belastingen niet naar beneden? En, zo ja: hoe gaan we dat doen?&lt;/em&gt;&lt;/strong&gt; &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;We zijn het gewend geraakt dat de overheid bijna al onze bezittingen en handelingen belast. Werken wordt belast, ondernemen, inkopen doen, woningen kopen, het wonen zelf, overlijden, autorijden, winst maken, bezit hebben – ga zo maar door. Een deel houdt de overheid zelf, een ander deel geeft ze weer weg in de vorm van subsidies, kortingen en uitkeringen. Talloze zaken worden gesubsidieerd: niet werken, jonge kinderen hebben, wonen, reizen, met het openbaar vervoer gaan, studeren, het theater bezoeken, ziek zijn, oud zijn en sparen voor je oude dag. Ook gaan er subsidies naar andere, armere landen in en buiten Europa. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Dat rare spel van geven en nemen heeft ook een prijs. In het Nederland van nu neemt de overheid tussen de 40 en 50 procent van iedereen die wat doet, heeft, of besteedt. Over het hele werkzame leven van burgers neemt de overheid meer dan de helft. Omdat de belasting op werk ook nog eens progressief is – elke volgende verdiende euro kan nog zwaarder belast zijn dan de vorige – werken Nederlanders vaak niet of beperken zich tot een klein baantje. En in het algemeen proberen ze de belasting te ontduiken. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Economen hebben al eeuwen geleden bedacht dat een overheid die zo veel mogelijk belastingen wil binnenhalen zichzelf beter wat in toom kan houden. Want bij te hoge belastingen komt er op een gegeven moment niets meer binnen, omdat mensen het bijltje erbij neergooien. De Amerikaanse econoom Arthur Laffer heeft daar ruim dertig jaar geleden een grafiekje bij bedacht, de Laffer-curve. Zowel president Ronald Reagan als de huidige Amerikaanse president George W. Bush concludeerde uit deze curve dat de overheid juist meer binnenkrijgt aan belastingen wanneer die worden verlaagd. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Nu komt er de laatste tijd inderdaad verrassend veel meer belasting binnen bij de Amerikaanse overheid. Voor Bush’ Republikeinen bevestigt dit dat lagere belastingen inderdaad tot hogere belastinginkomsten leiden. Het kan waar zijn – in elk geval leidt het omgekeerde, het uitpersen van de burger tot hij er geen zin meer in heeft, tot lagere overheidsinkomsten. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Je hoeft natuurlijk niet alleen naar de inkomsten van de overheid te kijken. Je kunt ook redeneren dat de overheid haar bemoeienis hoe dan ook beperkt moet houden. Ook in dat geval zijn lagere belastingen wenselijk, maar dan moet de overheid in eigen vlees snijden. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Hoe je het ook bekijkt: Nederland zal toe moeten naar lagere belastingen op ondernemende mensen. Want de helft gedwongen afdragen, beperkt de economische activiteiten, volgens welke theorie dan ook. Dat geldt des te meer in een mondialiserende wereld, waarin mensen, geld en bedrijven moeiteloos verhuizen naar plekken waar de lasten minder hoog zijn. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Een aantal van de voormalige communistische dictaturen in Oost-Europa, waar de staat voorheen bijna alles regelde tot dit vrijheidsbenemende systeem vanzelf omkieperde, heeft de Laffer-curve al jaren geleden met aanzienlijk succes omarmd. De vraag is nu of Nederland kiest voor het sukkelende Oude Europa – Frankrijk, Duitsland, Zweden – met zijn hoge belastingen, of voor het Nieuwe Europa – Estland, Ierland – dat de toekomst opgewekt tegemoet treedt met dynamiek en lage lasten. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Als we kiezen voor het Nieuwe Europa zal de Nederlandse overheid wel in het eigen vlees en dat van haar lievelingen moeten snijden. Laten we als vuistregel nemen dat in de verdere toekomst de overheid niet meer de helft maar slechts een kwart, of om te beginnen hooguit eenderde van ons mag afnemen. En laten we eens als uitgangspunt nemen dat de helft van de lastenverlaging zichzelf financiert door de grotere economische activiteit die dit genereert. En dat de andere helft moet komen uit de kleinere rol van de overheid: minder ambtenaren en geen of minder subsidies. Dat kan, om te beginnen, door met tientallen miljarden euro’s in de uitgaven van de rijksoverheid te snijden. Daarover volgende week. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Bron: &lt;a href="http://www.elsevier.nl/"&gt;Elsevier&lt;/a&gt;&lt;a href="http://technorati.com/tag/nieuw+rechts" rel="tag"&gt;&lt;/a&gt;&lt;a href="http://technorati.com/tag/paleo-conservatisme" rel="tag"&gt;&lt;/a&gt;&lt;a href="http://technorati.com/tag/conservatief-revolutionair" rel="tag"&gt;&lt;/a&gt;&lt;a href="http://technorati.com/tag/nationalisme" rel="tag"&gt;&lt;/a&gt;&lt;a href="http://technorati.com/tag/conservatisme" rel="tag"&gt;&lt;/a&gt;&lt;a href="http://technorati.com/tag/Fortuynisme" rel="tag"&gt;&lt;/a&gt;&lt;a href="http://technorati.com/tag/nieuwe+politiek" rel="tag"&gt;&lt;/a&gt;&lt;a href="http://grafmonumentenzorg.blogspot.com/&lt;br /&gt;"&gt;&lt;/a&gt;&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/13055679-115584144430514298?l=metapolitiek.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='related' href='http://nl.novopress.info/?p=556' title='Laffer is beter: vrij manifest voor een nieuwe belastingpolitiek ! door Syp WYNIA in Elsevier, 12 augustus 2006.'/><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://metapolitiek.blogspot.com/feeds/115584144430514298/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=13055679&amp;postID=115584144430514298' title='20 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/13055679/posts/default/115584144430514298'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/13055679/posts/default/115584144430514298'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://metapolitiek.blogspot.com/2006/08/laffer-is-beter-vrij-manifest-voor-een.html' title='Laffer is beter: vrij manifest voor een nieuwe belastingpolitiek ! door Syp WYNIA in Elsevier, 12 augustus 2006.'/><author><name>Metaposos</name><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><thr:total>20</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-13055679.post-115256598179317741</id><published>2006-07-10T23:10:00.000+02:00</published><updated>2006-09-07T00:19:02.843+02:00</updated><title type='text'>Rechts denken in Nederland: Oogsten op de Rechtse akker door Frank HENDRIKS op HetVrijeVolk.com, 9 juli 2006.</title><content type='html'>&lt;strong&gt;&lt;em&gt;Erik van Goor publiceerde op 20 juni een &lt;a href="http://nl.novopress.info/?p=430"&gt;artikel&lt;/a&gt;, waarin hij aangeeft dat het werken aan een rechtse omslag in Nederland gelijk staat aan Zaaien op brakke grond. Dat wil echter niet zeggen dat we de moed moeten laten zakken en zeker niet nu, na de val van Balkenende II.&lt;/em&gt;&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Om de brakke grond ooit een Rechtse oogst te kunnen ontfutselen, zijn drie dingen nodig:&lt;br /&gt;• eenheid&lt;br /&gt;• identiteit en&lt;br /&gt;• strijdbaarheid.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Eenheid&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Wat Rechts in Nederland in de eerste plaats nodig heeft is een streven naar eenheid in verscheidenheid. Natuurlijk zal het ook aan de rechterkant van het spectrum nooit koekoek-éénzang worden en dat hoeft ook niet. Wel moeten we streven naar een gemeenschappelijke agenda. Terecht concludeert Van Goor dat Rechts de laatste decennia bijna volledig in de marge van het debat terecht gekomen is en nog alleen reageert op wat Links aanreikt. Door de makkelijk oplaaiende verdeeldheid was het voor Links keer op keer eenvoudig om Rechts uit ekaar te spelen, het initiatief naar zich toe te trekken en het politieke debat - of wat daarvoor door moest gaan - te domineren. We spelen Links dus keer op keer in de kaart door zelf ideologische geschilpunten onder een vergrootglas te leggen of bij voorbaat samenwerking met anderen uit te sluiten.&lt;br /&gt; &lt;br /&gt;Door met elkaar aandachtspunten af te spreken kan Rechts de dominatie van Links de komende jaren doorbreken. We moeten gaan samenwerken waar en hoe dat (ideologisch) kan en ons niet langer door de media en zelfverklaarde intelligentsia uit elkaar laten drijven. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Dit discours – denkklimaat – moet zich nestelen in de maatschappij en kan – en moet – resulteren in vormen van organisatie zoals een politieke partij (EvG). Deze partijen zijn er al: Partij voor de Vrijheid (Wilders), de restanten van de LPF, Nieuw Rechts (Smit) en verder de partijen (in oprichting) van o.a. Pastors, Nawijn en Eerdmans. Het is alleen een ernstige verzwakking dat de leidende figuren binnen deze partijen de absoluut noodzakelijke rechtse samenwerking alleen met de mond belijden. Van de versnippering en verspilling van geld en energie profiteert tot op heden alleen de linkse oppositie. Daarom een dringende oproep tot samenwerking, waar dit maar kan! Het streven naar superlegaliteit kan zo'n bindende factor zijn. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Superlegaliteit&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Een staat moet zich verdedigen tegen krachten die haar vijandig gezind zijn. De Fransen hadden dit goed begrepen toen zij in 1884 in hun Grondwet de bepaling opnamen dat "de republikeinse staatsvorm geen onderwerp van een herzieningsvoorstel kan zijn". Schmitt sprak in dit verband van 'superlegaliteit", en bedoelde daarmee dat bepaalde rechtsnormen een versterkte geldingskracht hebben over andere normen. In de Republiek van Weimar bestond dit politieke zelfbewustzijn in veel mindere mate (Bart Jan Spruyt: De toekomst van de stad, Zoetermeer, 2005).&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Wie het nieuws volgt, kan weten dat er zich in de hele Westerse wereld een zorgwekkende ontwikkeling voordoet. Ik bedoel natuurlijk de groeiende tendens om het eigen voortbestaan en wat daarvoor nodig is ondergeschikt te maken aan de prachtige en goedbedoelde regels van het internationale recht. Universele regels voor een globaliserende wereld. Alle mensen zijn immers goed en dienen dus in gelijke mate aanspraak te kunnen maken op de steeds maar groter wordende verzameling universele mensenrechten. Misschien dat dit in de hemel zo kan werken, op aarde hebben we, hoe jammer dat ook is, te maken met verschijnselen als concurrentie, woede, haat en afgunst. Wie hetzelfde nieuws volgt, weet bijvoorbeeld welke redeloze, hysterische haat er in de islamitische wereld tegen het Westen in het algemeen en Israel en de VS in het bijzonder leeft. Zich daartegen wapenen, vereist dat we keuzes durven maken. Vóór veiligstellen van de westerse manier van leven en tégen degenen die dat willen vernietigen. Door de funeste werking van het heilig verklaarde principe van de gelijkheid onder alle omstandigheden en jegens alle mensen krijgen de opsporingsdiensten steeds meer bevoegdheden álle burgers te controleren. Die bevoegdheden mogen natuurlijk niet tegen een bepaalde duidelijk te definiëren groep worden ingezet. Op deze manier corrumpeert het streven naar bescherming van onze vrijheid juist in het tegendeel. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Daarom dat in de passage over superlegaliteit de essentie kan liggen van een gemeenschappelijk "rechts" programma. Wij moeten de eis om de weerbaarheid van onze staat, van onze beschaving, onze manier van leven, veilig te stellen als hét centrale punt van ons streven en samenwerking gaan maken. Met Wilders dienen we ons in te zetten voor het wijzigen van de Grondwet zodanig dat het primaat van onze Westerse cultuur en de integriteit en veiligheid van de staat en bevolking altijd prevaleren. Wie een bepaalde en helder te definiëren cultuur niet verantwoordelijk mag stellen voor in de naam van diezelfde cultuur bedreven misdrijven en de vertegenwoordigers van diezelfde cultuur daar niet mee mag confronteren, is uiteindelijk gedoemd de gevolgen van die misdrijven ten volle te ondergaan. Tel daarbij de in sommige gevallen uiterst precieze en overdreven correcte interpretatie van verdragen die in de praktijk blijken verouderd te zijn of zelfs de belangen van de eigen bevolking onevenredig te benadelen (zoals het EU-verdrag, "Kyoto", het EVRM en het Vluchtelingenverdrag) en we weten hoe het komt dat Nederland als het erop aankomt geen vuist kan of durft te maken tegen de grillen van de Europese superstaat, het internationaal terrorisme en andere bronnen van destabilisatie.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Identiteit&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het gaat hier zowel om de identiteit van Rechts zelf als om de identiteit van Nederland en de Nederlanders. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;a name='more'&gt;&lt;/a&gt;&lt;strong&gt;Identiteit van Rechts&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;In een vijandig cultureel klimaat als het Nederlandse is het daarnaast van levensbelang als partij gedragen te worden door een achterland van diverse groepen en instellingen (EvG). De vorming van een "rechtse spekkoek" als tegenwicht van de linkse, om in de terminologie van Siebelt te blijven, is hard nodig. Hierbij moeten we alleen niet Links of de organisatie van Rechts in de VS willen nabootsen. Wil het op langere termijn levensvatbaar zijn, dan zal de organisatie en samenwerking van Rechts organisch moeten groeien en iets uit onszelf zijn. Internet is een prachtig medium, maar uiteindelijk redden we het daar alleen natuurlijk niet mee. Niet voor niets was Pastors' eerste naamsuggestie voor zijn partij "Niet lullen, maar poetsen". Uit het halfslachtige en wispelturige gedraai van Bos, het inhoudsloze moralistische gekakel van Groen Links en de windhandel van de SP, blijkt dat Links in wezen geen antwoord (meer) heeft op de vragen van deze tijd. Omdat wij niet gehinderd worden door de belachelijke en uiterst ineffectieve Linkse ziekte van moraal en de problemen bij de naam durven noemen, zijn wij ook in staat de huidige politieke impasse te doorbreken. Ideëen en oplossingen genoeg, nu moeten we alleen nog een geschikte manier vinden om ze bij de mensen te brengen. Daarvoor moeten we oplossingen bedenken die bij ons passen en niet vertrouwen op Amerikaanse of Linkse modellen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Identiteit van Nederland en de Nederlanders&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;Van Goor zegt behartigenswaardige dingen over de noodzakelijke mindset van een volk. Hij vraagt zich af of wij in staat [zijn] iets dergelijks op te noemen waarmee ons volk vertrouwen kan krijgen in eigen kracht – genoeg om desnoods tegen de heersende politieke en culturele klimaat in te gaan? Het lijkt er niet op (EvG). Hoewel de mindset van "de" Nederlander volgens Van Goor niet productief is voor een rechtse beweging in spé, wil ik aangeven dat er wel degelijk zaken op te noemen zijn waardoor het volk wél vertrouwen in eigen kracht zou kunnen krijgen. Het probleem is alleen dat de jarenlange verwaarlozing van het geschiedenisonderwijs en de voortdurende zelfverachting zijn vruchten heeft afgeworpen. Veel mensen beseffen eenvoudig niet dat er genoeg is om trots op te zijn. Natuurlijk bestaat er een gemeenschappelijke basis voor een Nederlandse identiteit. Hoe clichématig het ook misschien klinkt, maar er ís de Nederlandse Opstand, de ruwweg 400-jaar durende Nederlandse activiteiten in "ons Indië", de voortdurende strijd tegen de ons vijandig gezinde elementen, culminerend in de Deltawerken, de Wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog, de verspreiding van Nederlands design... Wie alleen al eens zo'n fotoboekje bestemd voor de verkoop aan buitenlanders in handen neemt, kan zien dat we het hier helemaal niet zo slecht voor elkaar hebben. Niet voor niets staat Nederland nog altijd in de top van diverse lijstjes van prestaties op allerlei gebied. We zien het alleen niet, we weten het niet, het wordt ons niet verteld, want trots zijn op jezelf, ja, dat hoort niet. We moeten alleen niet in het verleden blijven hangen. Durf naar de toekomst te kijken, durf Rechts te zijn. Wat mij blijft verbazen, is dat wij pakweg 300 jaar geleden (maar ook vele keren daarna!) wél in staat waren om problemen zonder veel hulp van buitenaf voortvarend aan te pakken en dat nu niet meer zouden kunnen... Een mentaliteitskwestie dus. Tot zover het barmhartigheidsfetisjisme en een obsessie voor solidariteit met vreemdelingen (EvG). Nederland, wordt wakker en neem je lot in eigen hand (met de hartelijke groeten en beste wensen voor de zoveel miljard andere aardbewoners)! De komende 40 jaar zijn wíj weer aan de beurt!&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Strijdbaarheid&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Weg met het linkse denkraam&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;Om weerbaar te worden, zullen we zo nu en dan onze blik moeten afwenden van de linkse omgeving. De verschillende onderdelen van het rechtse denken hebben tijd, luwte en rust nodig om uit te kristalliseren (EvG). Beste Erik, om waarlijk vrij te worden, zullen we onze blik totaal van de linkse omgeving en het volstrekt achterlijke socialistische evangelie moeten afwenden! Vooral de onderliggende uitgangspunten van de Linkse manier van denken zijn de oorzaak van de huidige verwarring. Denk bijvoorbeeld eens aan het eeuwige Linkse gezeur over "tweedelingen". Gek zijn ze erop. Echt waar: zelfs in een paar sokken ziet een PvdA'er of SP'er nog een onacceptabele tweedeling. Nooit komt het in die gehersenspoelde hoofden op dat er altijd verschillen tussen mensen zullen zijn: we zíjn nu eenmaal niet allemaal gelijk! Vastberaden en zonder terughoudendheid zullen we onze doelstellingen ter sprake moeten brengen. Laten we ons toch niet meer van de wijs laten brengen: vanaf nu telt alleen nog het doel! De grote opgave voor de komende tijd zal zijn om de mensen los te weken van die Linkse denkramen, die hun funeste invloed inmiddels op bijna alle maatschappelijke terreinen laten gelden. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Durf Rechts te zijn&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;...het huidige systeem elke bedreiging na een periode van afweer en verweer uiteindelijk in zich opneemt en zodoende zichzelf versterkt ten aanzien van eventuele toekomstige aanvallen op het systeem (EvG). In Nederland heerst nog altijd een sterk anti-revolutionaire en ordelijke tendens. De Nederlandse bestuurder houdt niet echt van debat, discussie, pluriformiteit en polarisatie. Dat is immers slecht voor de onderlinge verhoudingen (lees: de eigen carrière), zet mensen tegen elkaar op (lees: nu duidelijke standpunten innemen kan me later lelijk opbreken) en is slecht voor het aanzien in het buitenland (lees: ook weer de eigen carrièreperspectieven bij internationale organisaties) en daarmee voor de economie, denkt men. Bij voorbeeld: ook nu rond de val van Balkenende II hoorden we weer de hele riedel over de "bezorgde en geschokte reacties uit het buitenland" in de kwestie-Hirsi Ali. Tot een hongersnood of boycot van Nederlandsche waar heeft het in elk geval niet geleid: met die verontwaardiging viel het dus wel mee. Moeten we ons daar dan druk over maken? Laten we liever nuchter zijn en eens aan onszelf gaan denken in plaats van ons direct zorgen te maken over "de buren". Al met al denk ik eerder dat het een opzetje van D66 was om eindelijk richting de kiezers eens daadkracht te tonen en aandacht van het eigen falen af te leiden...&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Maar laten we ook de hand in eigen boezem steken. Niet zelden hebben de leidslieden van de rechtse weerstand zich na verloop van tijd laten paaien met baantjes, beloftes en zoete woordjes. Anderen raken zo bedreven in het spel dat ze in dezelfde fouten vervallen als hun gewraakte tegenstanders en opgaan in hun eigen machtsstreven. Dit was bijvoorbeeld het geval bij de (oude) LPF ten tijde van Balkenende I. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Op het niveau van de gewone man spelen gemakzucht, een conflictmijdende opstelling en gebrek aan strijdlust (om niet te zeggen onverschilligheid) helaas vaak een doorslaggevende rol. De Linkse goegemeente heeft daarmee het pleit al gewonnen zonder dat er überhaupt van een gezonde uitwisseling van meningen geweest is. Hoe makkelijk kun je het je tegenstander maken? &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De gevestigde orde van politici, duizenden ambtenaren, beleidsmedewerkers, onderzoekers en journalisten eigent zich ondertussen "de vondst" toe en het effect is niet alleen weg – de nieuwe situatie is nog uitzichtlozer dan voorheen (EvG). Ja, maar altijd met een zekere vertraging! Het systeem zélf wordt niet aangepast. Bij de problematiek rond immigratie gaat het bijvoorbeeld niet om de immigranten (zij hebben slechts gebruik gemaakt van de geboden mogelijkheden), maar om het politieke systeem (de overheid) die die mogelijkheden heeft gecreëerd en die de uitzichtsloze situatie waar deze mensen in verkeren heeft laten ontstaan en voortduren. Immers, pas onder "rechtse" druk is de commissie-Blok de effectiviteit van zoveel jaar Nederlands immigratiebeleid gaan onderzoeken en kwamen de schokkende conclusies naar buiten. Zonder rechtse druk was dat onderzoek er nooit gekomen. Dat het onderliggende denkpatroon echter nog altijd niet is aangepast, blijkt wel uit het feit dat beleidsbepalende organen (bijv. OESO) nog altijd immigratie aanprijzen als remedie tegen vergrijzing. Links is namelijk gek op dit soort doemscenario's. Wil Rechts het initiatief houden dan zal het een manier moeten vinden om inkapseling door Links te voorkomen. Scherp blijven dus en successen luid en duidelijk claimen!&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De omgeving voor rechtse politiek en gedachtevorming is niet alleen vijandig, maar ook effectief in haar vijandigheid. Aan de andere kant verkeert die omgeving ook in verwarring. De verbetenheid waarmee de gevestigde orde destijds op Fortuyn reageerde, spreekt boekdelen. Hier stond een man die met de gebruikelijke middelen níet het zwijgen opgelegd kon worden, maar - heel irritant voor zijn opponenten - telkens weer terugkwam, met een nieuwe column, een nieuw boek, een volgend interview. Men vreesde een aardverschuiving, omdat er eenvoudigweg op hoofdpunten niets tegen in te brengen was: Fortuyn had gewoon gelijk met veel van zijn analyses. Als de gevestigde orde (de staat) toen echt zeker van zichzelf was geweest, had men natuurlijk helemaal niet hoeven te reageren, maar had men meneer Fortuyn makkelijk van zijn ongelijk kunnen overtuigen. Maar de gevestigde orde had geen weerwoord, faalde jammelijk en erkende daarmee impliciet dat er dus wel degelijk iets mis was in Nederland. En als we het onbeholpen gepruttel en gestotter van Links nu horen, blijkt dat ze nog stééds niet op originele oplossingen betrapt kunnen worden. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Durf daarom Rechts te zijn! We moeten zoals altijd, met de jeugd beginnen. En dan geen Amerikaanse of Linkse modellen gaan kopieëren of naäpen. Van Goor schrijft: Elke actie wordt immers in de kiem gesmoord. Want is het niet zo dat wie zich in Nederland rechts, nationalistisch, conservatief of paleo-libertarisch noemt, hiermee politieke, intellectuele, culturele en religieus/morele zelfmoord pleegt? En wie is bereid zijn nek uit te steken wanneer dit het einde betekent van iemands carrière? Tsja, en toch begon de linkse revolutie van de jaren 60 en 70 ook bij de nozems, de jeugd. Zo zal het ook nu moeten gaan. Iedereen op z'n eigen plaats heeft kansen om jongeren aan te spreken en zelf te leren denken. Weet je weetje en laat ze de achterkant en funeste uitwerking van het vermeende Linkse "gelijk" zien. Van een jeugdleider hoorde ik onlangs over een enorm tekort aan maar tegelijk ook een enorme dorst naar kennis van geschiedenis en politiek. Voor velen begint het historisch bewustzijn pas bij, schrik niet, ongeveer 1980. Alles daarvoor is één groot zwart gat of op z'n gunstigst een amorfe brij van onsamenhangende en halfbegrepen feiten. Het niet meer op kennisverwerving gerichte onderwijs heeft van de jongeren van vandaag in geestelijk geestelijk opzicht naïeve, weerloze, holle vaten gemaakt, waar de Linkse propaganda dag in dag uit, via radio, tv, reclame en internet ongehinderd en onweersproken in gekieperd kan worden. Om de weerbaarheid te vergroten, moeten we beginnen de historische feiten voor hen in de juiste volgorde en context te plaatsen. Daar is op zich niets Rechts aan, dat zijn gewoon historische feiten: ze staan in iedere encyclopedie. De interpretatie van de feiten is uiteraard een geheel andere zaak en daar is voorzichtigheid geboden. Vaak helpt het al voldoende om ze te laten inzien dat naast de feiten die ze geleerd hebben, er ook nog andere feiten zijn die ze níet op school geleerd hebben. Het inzicht komt dan veelal vanzelf. Niet zelden hoor je dan kreten als "hadden ze me dat maar eerder verteld" en "o, nu ik dát weet...". Leer jongelui te denken vanuit de common sense en common beliefs die velen echt nog van huis uit mee krijgen. Pas in contact met (en geestelijk geïntimideerd door) linkse leraren en would be-intellectueeltjes gaan jongeren twijfelen. Leer ze de idioterie en drogredeneringen te doorzien en te weerleggen! Bedenk dat Links ooit alleen (tijdelijk!) de overhand heeft kunnen krijgen, omdat wij te gemakzuchtig waren om weerwoord te geven. Die fout mogen we nooit meer maken. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Bron: &lt;a href="http://www.hetvrijevolk.com"&gt;Het Vrije Volk&lt;/a&gt;&lt;a href="http://grafmonumentenzorg.blogspot.com/&lt;br /&gt;"&gt;&lt;/a&gt;&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/13055679-115256598179317741?l=metapolitiek.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://metapolitiek.blogspot.com/feeds/115256598179317741/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=13055679&amp;postID=115256598179317741' title='0 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/13055679/posts/default/115256598179317741'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/13055679/posts/default/115256598179317741'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://metapolitiek.blogspot.com/2006/07/rechts-denken-in-nederland-oogsten-op.html' title='Rechts denken in Nederland: Oogsten op de Rechtse akker door Frank HENDRIKS op HetVrijeVolk.com, 9 juli 2006.'/><author><name>Metaposos</name><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-13055679.post-115082979855724406</id><published>2006-06-20T20:55:00.000+02:00</published><updated>2006-09-07T00:19:40.373+02:00</updated><title type='text'>Rechts denken in Nederland - Zaaien op brakke grond door Erik van GOOR op OpenOrthodoxie, 20 juni 2006.</title><content type='html'>&lt;strong&gt;&lt;em&gt;Op verzoek van de redactie van &lt;a href="http://www.hetvrijevolk.com/"&gt;www.HetVrijeVolk.com&lt;/a&gt; mocht ik onlangs als redacteur van &lt;a href="http://literatesolutions.openorthodoxie.org/"&gt;www.OpenOrthodoxie.nl&lt;/a&gt; iets over onze webstek zeggen. Iets wat meteen een mooie gelegenheid was om iets over rechts denken en rechtse discoursvorming in Nederland te zeggen.&lt;/em&gt;&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Nu zijn verschillende lezers misschien wel benieuwd naar wat Open Orthodoxie is. Voor onszelf is het interessanter om in te gaan op de vraag naar het veld waarin Open Orthodoxie wil opereren. Daarom heb ik ervoor gekozen, om na een inleiding over Open Orthodoxie iets over de noodzaak van een rechts Nederlands discours te zeggen, een discours waarin zowel Open Orthodoxie als Het Vrije Volk een plek hebben.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Begin 2004 startten enkele orthodoxe conservatieven het project OpenOrthodoxie - podium voor weerbare burgers. Zonder organisatie wilden we een paleoconservatieve evenknie neerzetten naast de diverse neoconservatieve geluiden die er al in ons land te horen zijn, niet in het minst (begin 2004) bij de Edmund Burke Stichting. Met weinig middelen en zonder al teveel pretentie wilden we beetje bij beetje bouwstenen verzamelen die nodig zijn bij het ontwikkelen, ontdekken en vastleggen van een gedachtegoed dat we "'Open Orthodox" noemden: voor ons een verzamelterm voor orthodox, conservatief en klassiek.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Wat is Open Orthodoxie? De naam suggereert op z’n minst een orthodoxe missie. Dit was vooral voor de start slechts ten dele waar. Want vlak na de start van de website merkten we al vrij snel dat de orthodoxie in Nederland allesbehalve rechts, conservatief is en zich nauwelijks identificeert met de belangen van het Nederlandse volk. En ook: onze lezers en medewerkers waren van meet af aan vaak helemaal niet zo orthodox. Wat ze wel hadden was een voorkeur voor conservatief, klassieke en gezond denken. En wat – ironischerwijze - veel mensen die weerzin hadden tegen ons project waren, wisten we ook al vrij snel: die waren vaak orthodox (protestants en evangelicaal).&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Waar we dus achter kwamen, was dat er in ons land niet zozeer behoefte was aan een zoveelste christelijke club, maar dat er behoefte was aan een paleoconservatieve club die weliswaar wortelt in de christelijke traditie van ons land, maar die zich niet bezig houdt met vragen rond persoonlijk geloof en bekeringsijver, maar met vragen rond constitutie, volk, de menselijke natuur en het verband tussen deze “natuur” en zaken als cultuur en religie. Wat we dus voorstonden was eigenlijk een vorm van “objectief” christendom waar ook niet-christenen in konden participeren. En dat niet om als niet-gelovige de orthodoxe kern maar volgzaam na te wandelen. Want al vrij snel zagen we in dat (juist) een paleoconservatieve aanpak vaak gepaard gaat met fundamentele kritiek op een christendom dat behalve veel goeds, ook veel ziekelijks heeft geïncorporeerd in onze cultuur: een barmhartigheidsfetisjisme en een obsessie voor solidariteit met vreemdelingen. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Orthodoxie: haat en liefde&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;En we konden niet anders dan stellen dat om onze cultuur te verstaan weliswaar het christendom nodig is, maar dat dit ook opging om de zwakke en rotte plekken van onze westerse cultuur te kennen en te doorgronden. Want die cultuur was en is volgens ons behoorlijk ziek. Er zijn zeker voldoende zaken om als orthodox trots op te zijn: de traditie van weerbare zelfredzaamheid en constitutionalisme in de antirevolutionaire traditie bijvoorbeeld, of het feit dat constitutionalisme, mensenrechten en vrije markt door Spaanse theologen is ontwikkeld (als reactie op een eveneens christelijke contrapraktijk). En wat ons als paleoconservatieven van Open Orthodoxie met name aansprak was de traditie van vrijheid, gelimiteerde macht, recht van afscheiding en bottom up denken bij – meest orthodoxe - confederale cq. republikeinse denkers als Althusius, Calhoun en Rutherford. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De non-utopische en anti-idealistische traditie van landen als de vroege Verenigde Staten, de Hollandse Republiek en van Zwitserland voor de Franse interventie kon wel eens de remedie zijn tegen een Staat die in onze tijd steeds meer totalitaire en alomvattende trekken krijgt – zo al niet reeds heeft. In het licht van deze mannen die nog zo duidelijk het gevaar van de Staat als Leviathan zagen die de oude rechten en vrijheden zou elimineren, is de houding van het westerse christendom beschamend. En is juist die van andere – niet gelovigen – vaak meer een voorbeeld, zoals die van de Duits-Amerikaanse paleolibertariër Hans Hermann Hoppe.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De kernpunten van Open Orthodoxie verschoven dus steeds meer richting zaken als “paleoconservatisme”, “republikanisme”, “confederalisme” en “constitutionele vrijheden”. Dat we daarom de vraag hebben stellen of de vlag – de naam Open Orthodoxie – nog wel de lading dekt, hoeft dus niemand te verbazen. En nog minder dat in de loop van dit jaar deze naamswijziging doorgevoerd zal worden.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Rechtse armoede en versplintering&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;Door onze blik steeds verder uit te werpen, merkten we al snel de desolate toestand van het gezonde, rechtse denken in ons land. Want wie met rechtse ogen naar de wereld kijkt en toevallig ook nog in Nederland woont, heeft geen best leven. Is de situatie in alle westerse landen beroerd, in &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Nederland is die waarschijnlijk het beroerdst. En de vraag is: wat kunnen mensen met een rechts hart daaraan doen?&lt;br /&gt;Zo op het eerste gezicht weinig tot niets. Elke actie wordt immers in de kiem gesmoord. Want is het niet zo dat wie zich in Nederland rechts, nationalistisch, conservatief of paleo-libertarisch noemt, hiermee politieke, intellectuele, culturele en religieus/morele zelfmoord pleegt? En wie is bereid zijn nek uit te steken wanneer dit het einde betekent van iemands carrière? Het gevolg is vaak versplintering en deze splinter blijken vaak speelbal voor radicalisering en laten zich bovendien vrij makkelijk uit elkaar spelen door linkse media en actieclubs.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Deze vijandige sfeer ten aanzien van het rechtse denken is in ons land een gecultiveerd en openlijk gebeuren. Aan de tand voelen van deze misstanden heeft dus weinig tot geen zin. Je riskeert er hoogstens mee dat je eveneens in verkeerd hoek wordt weggezet. Bovendien is de elite van ons land ook nog trots op deze beklemmende atmosfeer – een twijfelachtige eer die we overigens delen met enkele Scandinavische landen. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Hoe doorbreken we deze situatie? Nog afgezien van de vraag naar de mogelijke kans van slagen? Open Orthodoxie denkt niet het wiel te hebben uitgevonden, maar door naar vergelijkbare situaties in andere landen te kijken, kunnen we wel wat leren. Bijvoorbeeld naar landen waar langzamerhand een rechtse c.q. conservatieve tegenbeweging op gang is gekomen: Frankrijk, België en de Verenigde Staten. Door hun aanpak leren we als het ware onze eigen misère kennen. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Analyse&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;Een belangrijk iets dat we dan leren is dat onze misère voornamelijk hierin bestaat dat het ons ontbreekt aan de benodigde kanalen. Ten eerste ontbreekt het aan rechtse media. Ten tweede aan grote rechtse partijen van belang. En ten derde ontbreekt het aan een draagvlak op de gevestigde academies. Wie boeken leest over de Amerikaanse context, zoals The Conservative Intellectuel Movement van George Nash, The Conservative Movement van Paul Gottfried en America the Virtuous van Claes G. Ryn, valt op hoe breed en gelaagd de analyse van de Amerikaanse conservatieven is en hoe gelaagd hun aanpak. Deze aanpak is allesbehalve louter en alleen intellectueel, maar ook allesbehalve louter en alleen politiek-pragmatisch. Verder valt op hoezeer men in de Verenigde Staten in staat is van de nood – het ontbreken van de kanalen – een deugd te maken.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Maar wat we vooral van de VS kunnen leren is dat we niet buiten de volgende drie zaken heen kunnen: 1) een sterke interne debatcultuur van rechtse en conservatieve instellingen onderling; 2) uiteenlopende en botsende rechtse en conservatieve componenten met een eigen heldere, politiek en intellectueel onderbouwde werkelijkheidsvisie en identiteit; en 3) een aanpak en een wil om de situatie te durven bestempelen als een “culture war” die om een alomvattende, brede en integrale visie en aanpak vraagt.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Wie dus in een land – in ons land - wil zorgen voor een rechtse cultuuromslag moet daarom rekening houden met deze drie velden. Het begin in de oscillatie tussen gedachtegoed enerzijds en opinie/informatie anderzijds – die moet leiden tot de vorming van een discours. Dit discours – denkklimaat – moet zich nestelen in de maatschappij en kan – en moet – resulteren in vormen van organisatie zoals een politieke partij. Als het goed is ontstaat er dan ook een oscillatie – wisselwerking – tussen denkklimaat en ”partijvorm”.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Dit klinkt vrij abstract. Maar het volgende moet klip en klaar zijn: organisatievormen zoals politieke partijen zijn in ons land van levensbelang – dit bij gebrek aan – echt sterke – instituties zoals monolithische – die zich als één blok kunnen opstellen - locale en regionale gemeenschappen, kerken en culturele lagen van de bevolking (bijv. een conservatief blue collar proletariaat zoals in de VS, of een klassiek georiënteerde elite zoals in Groot-Brittannië). &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Problemen&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;In een vijandig cultureel klimaat als het Nederlandse is het daarnaast van levensbelang als partij gedragen te worden door een achterland van diverse groepen en instellingen. Hier komen enkele levensgrote problemen aan het licht. “Rechts” Nederland kent in haar versnippering geen gemene deler. De media en de academies die hiervoor zouden kunnen zorgen, zijn er niet (meer) en de groepen die elders nog voor enig gewicht in de schaal zouden kunnen zorgen (regionale en religieuze pressiegroepen) zijn in ons land òf volkomen irrelevant, òf staan volkomen vijandig ten opzichte van het rechtse denken.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Bij gebrek aan eigen academies en media zoals kranten en omroepen, is het rechtse discours in Nederland, net als in landen als de Verenigde Staten, België en Frankrijk, dus aangewezen op particuliere initiatieven zoals denktanks, studieclubs en alternatieve media op internet. Deze landen laten zien dat rechtse politiek zich kan ontwikkelen buiten de gevestigde media en zelfs buiten de academies om. (Of een beweging op langere termijn wel kan overleven zonder media en academie is een gerechtvaardigde vraag die overigens in de VS o.m. door Claes G. Ryn wordt gesteld. [1]) &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;De voorwaarde van de juiste mindset&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;Noodzakelijke voorwaarde voor een alternatieve tegenbeweging is de mindset van een volk. In zowel de Verenigde Staten, Frankrijk als in België is er een volksmentaliteit die weinig tot geen waarde hecht aan officiële instellingen op politiek, universitair en media-gebied. De vijandige houding van de burger ten aanzien van de Staat in Frankrijk moge genoegzaam bekend zijn, maar vergelijkbare attitudes kun je aantreffen in landen als Italië, België en de VS [2].&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Deze houding komt echter niet uit de lucht vallen. Deels is ze het gevolg van een politieke cultuur en traditie die in geval van landen als Frankrijk en Italië sterk Machiavelliaans is gekleurd en kan worden getypeerd door het type machtspolitiek. Deels is ze gevormd door sterke historische en levende tradities die doorwerken in het zelfbewustzijn van de gewone man en die onder meer politieke, culturele, morele en staatkundige implicaties hebben. In dit geval kunnen we denken aan landen als België en de Verenigde Staten.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In beide laatstgenoemde landen wordt een traditie van een gezaghebbende volkscultuur (met vormen van civil religion [3]) gecombineerd met – resten van – een traditie van confederalisme (historisch en/of actueel) en weerbaar burgerschap. In België kunnen we daarnaast ook denken aan de zogenaamde “Vlaamse kwestie” waarvan een partij als VlaamsBelang van profiteert, zeker nu partijen als CD&amp;V en N-VA deze kwestie minder uitdragen als voorheen. Wie deze levende realiteiten meent te lijf te kunnen gaan met een Francofone politiek in België, hetzij met neoconservatief Hobbesianisme zoals in de VS [4] voedt juist de weerstand die er vanuit de reserves van sterk volksbewustzijn en dito burgerschap opkomen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;En het is nog maar de vraag of deze basisvoorwaarde – die voor het opzetten van vitale alternatieve media en academische denktanks – in een land als Nederland wel voldoende aanwezig is om landen als de VS succesvol na te bootsen. De overheid heeft in Nederland weliswaar veel overgenomen, maar als we dat vergelijken met landen als België en Frankrijk is dat niet de enige reden waarom het uitgangspunt in Nederland minder rooskleurig is voor rechtse bewegingen als in genoemde landen. Wan wat voor een vitale rechtse cultuuromslag van belang is, zijn niet alleen de componenten “partij” en “discours”, maar is ook datgene waar een volk op terug kan grijpen – als het moet tegen de gevestigde orde in, en dat zonder naar eigen besef disloyaal te zijn aan het historische nationale belang. In Amerika is dat de Constitution, in Vlaanderen de Vlaamse taal en cultuur, in Frankrijk en Italië zijn dat de regio’s die zich verzetten tegen de centralistische machtsstaat vanuit Parijs of Rome. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;En Nederland dan?&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;Bestaat er zo’n element in Nederland? Zijn wij in staat iets dergelijks op te noemen waarmee ons volk vertrouwen kan krijgen in eigen kracht – genoeg om desnoods tegen de heersende politieke en culturele klimaat in te gaan? Het lijkt er niet op. De mindset van de Nederlander is dualistisch en weinig productief voor een rechtse beweging in spé. Er is in ons land enerzijds een levensgroot vertrouwen in "His Masters Voice", hetzij in de vorm van kranten en opinieleiders, hetzij in de vorm van specialisten, wetenschappers, vakbondsleiders, geestelijken en politici. In weerwil van ons losgeslagen, vrijgevochten, geseculariseerde en autonome cultuurtje doet vermoeden zijn we juist (en juist daarom?) een zeer gedwee volkje wat alles slikt wat anderen ons voorschotelen. Anderzijds leeft er in ons volk een sterke neiging tot rebellie en doorslaan in het volgen van de tijdgeest [5]. Niet zo vreemd als men bedenkt dat de keerzijde van de “januskop” onderworpenheid vaak die van de (tijdelijke) opstandigheid is. Onderworpenheid lokt als vanzelf rebellie uit en rebellie slaat vanzelf van de weeromstuit om in onderworpenheid. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Opstand en rebellie zijn niet alleen ongevaarlijk wanneer er geen onomstotelijke, onvervreemdbare basis aan ten grondslag ligt; ongefundeerde rebellie is zelfs productief voor de tegenstander. De Volkskrant-medewerker Hans Wansink stelt in zijn dissertatie naar aanleiding van het "Geval Pim Fortuyn" dat het huidige systeem elke bedreiging na een periode van afweer en verweer uiteindelijk in zich opneemt en zodoende zichzelf versterkt ten aanzien van eventuele toekomstige aanvallen op het systeem [6]. Fortuyn werd eerste genegeerd. Toen dat niet hielp probeerde men hem weg te honen tot aan scherpe aanvallen toe. Na het onomstotelijke “succes” van zijn inzet, presteerde men echter om als Haags gebeuren zogenaamd met Fortuyn’s ideeën aan de haal te gaan en deze te incorporeren in het bestaande systeem om zodoende haar macht, en daarmee tegelijkertijd de onmacht van de burgers en de critici, te versterken.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De organische Staat die Wansink beschrijft, “gebruikt” rebellie en opstandigheid om zich sterker te maken. Opstandige mensen geven zich immers bloot, zijn kwetsbaar en laten de (veelal negatieve) gevolgen zien van onconformistisch gedrag. Deelname aan partijen als de Centrumpartij of aan de LPF is niet goed voor je cv wanneer je bijvoorbeeld een academische loopbaan verkiest. De gevestigde orde van politici, duizenden ambtenaren, beleidsmedewerkers, onderzoekers en journalisten eigent zich ondertussen “de vondst” toe en het effect is niet alleen weg – de nieuwe situatie is nog uitzichtlozer dan voorheen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Superlegaliteit en autonomie&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;De omgeving voor rechtse politiek en gedachtevorming is niet alleen vijandig, maar ook effectief in haar vijandigheid. Het is dus nodig om rekening mee te houden met het mechanisme dat Wansink beschrijft. Dit rekening houden met de organische Staat kan op twee manieren. Ten eerste moet er in Nederland, net als in landen als de VS en België, een superlegale [7] basis worden geformuleerd op basis waarvan iedere Nederlander zich kan verweren tegen de overheersende politieke en culturele atmosfeer in dit land, zonder daarmee – naar eigen inzicht – in te gaan tegen datgene waar dit land voor staat of voor dient te staan. Deze “superlegaliteit” dient te fungeren als gemeenschappelijke noemer in een te vormen rechts kamp.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ten tweede zal het vormen van een rechts "discours" ook werkelijk moeten betekenen: voorrang geven aan het rechtse discours. Tot nu toe is veel “rechtse” geluiden vaak niet veel meer dan reacties op datgene wat de (linkse) media en cultuur ons aanreiken. We zullen eigen thema’s moeten ontwikkelen waarvan het onmogelijk is dat links ze toeëigent! We zullen ons bijvoorbeeld moeten afvragen of het begrip integratie niets anders is dan een linkse truc om ons haar eigen maakbaarheidsdenken (integratie) toe te eigenen. Voorrang geven aan het “rechtse discours” betekent dat “rechtse” standpunten per definitie veel interessanter zijn dan “linkse”. Bijvoorbeeld: een pleidooi voor wapenbezit is dan per definitie interessanter dan het veiligheidsvraagstuk dat ook links zich kan toeëigenen (en deels ook gedaan heeft). De houding die we met het tweede punt voorstaan, is die van de “autonomie” van het rechtse denken.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Rol en betekenis Open Orthodoxie&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;Open Orthodoxie kiest er daarom voor om niet louter en alleen in te zetten op de vormen van alternatieve internetmedia, partijorganisatie en discoursvorming. Behalve deelname aan deze drie elementen lijkt het ons van levensbelang om te komen tot een zogenaamde “superlegale basis”. Deze superlegale basis hebben wij gevonden in het samengaan van een aantal fundamentele elementen, die van “constitutie”, “natuur”, “historie” en “verbond”. Dit uitgangspunt brengt ons ertoe om te stellen dat de werkelijkheid – ook de politieke – niet louter en alleen rationeel is. Datgene dat wordt aangevoeld door de gewone man heeft ook recht van bestaan. Deze waardering van het populisme betekent niet een opgaan in het populisme. Net als rationalisme is populisme makkelijk te beïnvloeden door hetzij onmogelijkheden voor te schotelen, hetzij met een minimum aan tegemoetkoming te komen om zodoende de kritische massa (rationele) kritiek of (populistische) onvrede te neutraliseren.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Maar net zoals we onze oren niet mogen sluiten voor rationele kritiek, mogen we onze ogen sluiten voor populistische uitingen, al zijn deze niet altijd “constructief” of “mooi”. Maar allereerst moeten we beide zaken funderen in zaken als “natuur” en “historie”. Rationaliteit of (om iets geheel anders te noemen) morele esthetische overgevoeligheid leidt altijd tot defaitisme. Zonder commons senses en common beliefs – die wijzen op de superlegale basis – is de burger speelbal voor de blinde machten. Deze burger moet weerbaar worden gemaakt en worden bevrijd van de technieken van de moderne politiekcorrecte totalitaire staat die zich diep in onze psychologie heeft in genesteld. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Om weerbaar te worden, zullen we zo nu en dan onze blik moeten afwenden van de linkse omgeving. De verschillende onderdelen van het rechtse denken hebben tijd, luwte en rust nodig om uit te kristalliseren. Want niet iedere rechtse Nederlander is bijvoorbeeld een conservatief. Niet iedere conservatief weet dat hij of zij er één is. En niet iedere conservatief is er ook daadwerkelijk één (maar is bijvoorbeeld een neoconservatief of een neoliberaal). Deze benadering doet volgens ons recht aan het feit dat bijvoorbeeld Het Vrije Volk en Open Orthodoxie niet op één hoop zijn te gooien. En dat hoeft ook niet.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Maar als we de “superlegale basis” kunnen beschrijven en kunnen delen, is het mogelijk om de samenhang tussen de dingen te ontdekken. Dan zien we dat het bewaken van de eigen (westerse) relatieve welstand tegenover de massa’s buiten Europa niet moreel verwerpelijk is omdat we inzicht hebben gekregen in de menselijke natuur. En dan gaan we aan de lopende band nieuwe dingen ontdekken die we kunnen toepassen in een “rechts” denk- en leefklimaat. Om daar blijvend politieke munt uit te slaan. Zij het dat dit alleen mogelijk is binnen een partij (en partijstructuur) die recht doet aan bovengenoemde elementen: de republikeinse structuur.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Tot die tijd blijft rechts denken in Nederland zaaien op brakke grond.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Noten&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;[1] Claes G. Ryn, America the Virtuous - The Crisis of Democracy and the Quest for Empire, New Brunswick, NJ/London, 2003.&lt;br /&gt;[2] Bruce Bawer, “Niet informeren, maar opvoeden”, in Trouw d.d. 10/06/2006.&lt;br /&gt;[3] Bas Hengstmengel, Geen liberale staat zonder christendom, op Open Orthodoxie d.d. 19/06/2006.&lt;br /&gt;[4] Arend Jan Boekestijn, “Met Thucydides op oorlogspad”, in Trouw d.d. 22 maart 2003.&lt;br /&gt;[5] Zie voor dit “typisch Nederlandse verschijnsel”, namelijk het moeiteloos en snel aanpassen aan en meegaat met de “tijdgeest”, de dissertatie van James C. Kennedy, Nieuw-Babylon in aanbouw - Nederland in de jaren zestig, Amsterdam/Meppel 1995.&lt;br /&gt;[6] Hans Wansink, De erfenis van Fortuyn: de Nederlandse democratie na de opstand van de kiezers, Amsterdam, 2004.&lt;br /&gt;[7] Zie voor het begrip “superlegaliteit” Bart Jan Spruyt, De toekomst van de stad, Zoetermeer 2005.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Bron: &lt;a href="http://openorthodoxie.literatesolutions.org/Members/vanGoor/Politica/document.2006-06-20.0120173955/view"&gt;Open Orthodoxie&lt;/a&gt;&lt;a href="http://grafmonumentenzorg.blogspot.com/&lt;br /&gt;"&gt;&lt;/a&gt;&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/13055679-115082979855724406?l=metapolitiek.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://metapolitiek.blogspot.com/feeds/115082979855724406/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=13055679&amp;postID=115082979855724406' title='0 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/13055679/posts/default/115082979855724406'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/13055679/posts/default/115082979855724406'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://metapolitiek.blogspot.com/2006/06/rechts-denken-in-nederland-zaaien-op.html' title='Rechts denken in Nederland - Zaaien op brakke grond door Erik van GOOR op OpenOrthodoxie, 20 juni 2006.'/><author><name>Metaposos</name><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-13055679.post-114803749788943942</id><published>2006-05-19T13:14:00.000+02:00</published><updated>2006-09-07T00:20:17.113+02:00</updated><title type='text'>Nut en noodzaak van een Nederlandse identiteit door H.J. SCHOO op Waterland, mei 2006.</title><content type='html'>&lt;strong&gt;&lt;em&gt;H.J. Schoo is politiek columnist van de Volkskrant. Dit stuk is een bewerking van een lunchlezing over (inter)nationale identiteit en buitenlands beleid die hij op 16 februari jl. hield op het Ministerie van Buitenlandse Zaken.&lt;/em&gt;&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Domineesverlichting&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;Identiteit is maar een glibberig begrip. De onvermijdelijke Huizinga vond dat al. Met ‘geestesmerk’, het woord dat hij voor identiteit meende te hebben gemunt – Abraham Kuyper bleek hem te zijn voorgegaan –, wilde hij ook zeggen ‘dat de hoedanigheid van een volksaard ten slotte met geen woorden te beschrijven is, dat men het merk moet proeven op de tong’ (1). Je herkent het meteen als je er tegenaan loopt, maar om het te omschrijven, te preciseren, te meten is iets heel anders. Volksaard, geestesmerk, nationaal karakter, natiebesef, identiteit – allemaal verwante, elkaar overlappende, maar vage, enigszins duistere en omstreden begrippen. De moderne sociale wetenschap heeft het er dan ook niet erg op: te geesteswetenschappelijk. In 1960 prepareerden de Amsterdamse psychologen Duijker en Frijda een trend report over nationaal karakter, waarin ze het concept als onbruikbaar van de hand wezen (2). De betekenis die ‘identiteit’ – niet helemaal hetzelfde als nationaal karakter – nu meestal heeft: onveranderlijke kern, onvervreemdbaar wezen, is bovendien uit de nevelen van de Romantiek tot ons gekomen, samen met ‘essentie’ en ‘authenticiteit’. Onze domineesverlichting moest al weinig van die zweverige Romantiek hebben: te Duits en duister.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Die domineesverlichting hield zich in de tweede helft van de achttiende eeuw niettemin intensief met vaderland en natie bezig, zoals de Amsterdamse historicus Van Sas laat zien in zijn recente synthese De metamorfose van Nederland (3). In een jarenlang debat kruisten orangisten en patriotten de degens over het karakter van de Nederlandse natie: de aanhangers van het oude, stadhouderlijke regime en de voorstanders van een gemoderniseerde staat op basis van burgerlijke vrijheden en van volkssoevereiniteit. Wie de volkssoevereiniteit omhelst, ontkomt er niet aan vast te stellen wat dat volk nu eigenlijk is, wat eigen en vreemd is, waar het vandaan komt en waar het heen gaat. Dat debat en de daarmee verbonden vaderlandscultus politiseerden de natie en gaven haar een prominente plaats in het bewustzijn van de burgerij. Zoals Van Sas schrijft: ‘In het complex van bindingen en loyaliteiten, het coördinatenstelsel van elk individu, kreeg de natie in de tweede helft van de achttiende eeuw een steeds hogere waarde, hoger vooral dan vorst en religie.’ En dan stad of streek, die in het voorafgaande coördinatenstelsel nog hoog reikten. Een algemeen-Nederlands besef, op zich niet nieuw, werd door debat en cultus verbreed en verdiept.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Van Sas’ subtiele behandeling van het Verlichtingsnationalisme maakt duidelijk hoe dit debat uiteindelijk tot vergaande overeenstemming leidde over de grondslagen van de moderne Nederlandse natiestaat – waarbij de triomferende patriotten uiteindelijk ook hun gezworen vijanden, de orangisten, toelieten tot de nieuwe nationale gemeenschap die in die lange politieke strijd vorm kreeg. Het kosmopolitisme dat het Franse Verlichtingsdenken kenmerkte werd gematigd door de nationalisatie van universele beginselen als het streven naar kennis, deugd en geluk. Maar de gedachte dat burgerschap tevens wereldburgerschap inhoudt, bleef daarbij overeind. Via de tussenstations van Bataafse Opstand en Franse Tijd kreeg de nieuwe consensusopvatting over de eenheid van land en volk tenslotte in 1815 ook een passende staatkundige gestalte door de aanvaarding van de Grondwet van het Verenigd Koninkrijk. De gewestelijke autonomie, kenmerkend voor de oude Republiek, was al in de Franse tijd ingeperkt, de gelijkheid voor de wet van alle burgers was toen ook al afgekondigd, ook voor katholieken en protestantse dissenters. Zelfs de joden werden, ondanks ‘Bataafse mythe’ en aarzelingen bij de ‘echte’ Bataven, in het nationale plaatje ingepast, zoals het onlangs nog is genoemd (4). De beginselen van de moderne rechtsstaat maakten een inclusief burgerschap en natiebesef mogelijk, waarin religieuze of lokale loyaliteiten geen allesoverheersende rol meer speelden. Na een lange periode van politisering verwierf de natie zo eigenlijk al rond 1800 een onomstreden, bovenpartijdige status.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Volgens Van Sas is dit ongedeelde natiebesef, dat continuïteit zocht en vond bij Middeleeuwen en Gouden Eeuw, nooit meer echt geweken. Zelfs het jarenlange touwtrekken over de Nederlandse identiteit, waarmee de emancipatiestrijd van de gereformeerde en katholieke volksdelen gepaard ging, ondermijnde de eenheid niet. Terwijl de liberalen politiek-maatschappelijk domineerden en zich opwierpen als de hoeders bij uitstek van de rond 1800 gevestigde nationale consensus, deden de gereformeerden, in een geest die zich tegen de Franse Revolutie en de idee van de volkssoevereiniteit keerde, een poging de natie een calvinistische signatuur te geven. Uiteindelijk namen zij genoegen met het isolement van hun soevereiniteit in eigen kring. Ook rooms-katholiek Nederland voegde zich op den duur in een nationaal regime van relatieve autonomie voor de onderscheiden volksdelen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Verzuiling en identiteit&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;Op grondslag van de Pacificatie van 1917 kreeg de autonomie van de volksdelen tot in het absurde organisatorisch gestalte in de zuilen. Volgens sommigen maakte de verzuiling en haar ‘morele federalisme’, zoals Gertrude Himmelfarb het in ander, Amerikaans, verband heeft genoemd, een einde aan de een eeuw oude consensus over de natie (5). Maar Van Sas ziet geen noemenswaardige tegenstelling tussen de verzuiling en de verdere ontwikkeling van de Nederlandse natiestaat en een vaderlandse identiteit. Verzuiling en acceptatie van de natiestaat zijn bij hem twee zijden van dezelfde medaille. Van Sas’ positie verschilt hierin vrij radicaal van die van E.H. Kossmann. Onze enige echte public historian achtte de verzuiling als verschijnsel nauwelijks van belang en vond bovendien dat nationale identiteit niet veel meer was dan een ‘enorme kwal op het strand’ waar je het beste met een boog omheen kon lopen. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Niettemin betekende de verzuiling een verzwakking van de gevestigde liberaal-nationale consensus. Op grondslag van een vanzelfsprekende nationale identiteit met universalistische inslag koesterden de volksdelen hun particularistische groepsidentiteiten en loyaliteiten, ieder met hun eigen vaderlandse geschiedenis. Toen Huizinga midden jaren dertig Nederland’s geestesmerk schreef, deed hij dat in feite als vertegenwoordiger van de eertijds dominante, de staat en de buitenlandse politiek bestierende, conservatief-liberale, vanzelfsprekend christelijke en – dat hoorde er onvermijdelijk ook bij – orangistische burgerij. Zijn vaderlandsliefde was bovenpolitiek, pretendeerde dat tenminste te zijn. In de hogere burgerij zag hij de ruggengraat van de natie en de drager bij uitstek van Nederlandse waarden als burgerlijkheid, gematigdheid en openheid. De evenredige vertegenwoordiging, die tegelijk met het algemeen mannenkiesrecht in 1917 was ingevoerd, moest het bij hem genadeloos ontgelden. Dat stelsel bevorderde in zijn ogen hokjesgeest en een kleinzielige partijdigheid, ongeschikt om een Nederlandse volkseenheid te schragen, noodzakelijk om de dreiging uit het Oosten het hoofd te bieden.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Huizinga’s smeekbede richtte weinig uit. Voor de Tweede Wereldoorlog kwam de door hem gepropageerde nationale eenheid niet tot stand – hoewel zij een eind weegs vorderde met de geleidelijke incorporatie van de SDAP in het bestel. Tijdens de Bezetting kwam het er ook niet van en al evenmin na afloop van die nationale beproeving. Althans niet meteen. Want al hamerden vernieuwers van diverse snit nog zo op de noodzaak van nationale vernieuwing en eenheid, de doorbraak kwam er niet. De soevereine volksdelen zetten zich schrap tegen het opgeven van hun geprononceerde groepsidentiteiten en restaureerden het zuilenbewind. Ter illustratie van de confessionele afwijzing van een nationale identiteit roept Couwenberg een uitspraak van de naoorlogse ARP-leider Bruins Slot in herinnering: ‘Wat ons als Nederlanders bindt, is zuiver negatief van aard, te weten de erkenning van elkaar, ieder in zijn bijzondere eigen aard, en het vinden van een vorm van samenleving die alle ruimte laat voor het beleven van die verscheidenheid en dus afziet van iedere poging haar onder één nationale noemer te brengen’(6). &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Verzorgingsstaatpatriottisme&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;De hernieuwde zuilenheerschappij zou tot midden, eind jaren zestig duren. Het corporatistische bestel ontfermde zich over de wederopbouw en voltooide de emancipatie van de volksdelen. Die inspanningen en de welvaartsgroei mondden uit in een volkseenheid die de georganiseerde solidariteit van een juweel van een verzorgingsstaat mogelijk maakte. Eind goed, al goed? Kwam na het intermezzo van de verzuiling een naadloze nationale identiteit tot stand, een nieuw vaderlands gevoel op grondslag van de verdelende rechtvaardigheid van de verzorgingsstaat? Regelmatig is gewezen op de nationalistische inslag van het ‘verzorgingsstaatpatriottisme’ en het ‘verzorgingsstaatsocialisme’ à la Den Uyl, bijvoorbeeld door J. L. Heldring. Maar toen in de jaren zestig de scheidslijnen tussen de volksdelen eindelijk grotendeels wegvielen, brak ‘het nationale’, zoals Huizinga het had genoemd, weer niet onbelemmerd en onbekommerd door. Integendeel, ‘het postnationale’ drong zich krachtig naar de voorgrond. In sommige opzichten leidde de terugkeer van een universalistisch kosmopolitisme zelfs tot scherpere breuklijnen – tussen elite en volk – binnen de Nederlandse natie dan die welke tijdens de verzuiling de volksdelen gescheiden hadden gehouden.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Op termijn werd de Tweede Wereldoorlog alsnog het grote omslagpunt. Hans Blom, de directeur van het NIOD, heeft de roerige jaren zestig een verlate en verhevigde reactie op de oorlog genoemd (7). De ‘zestigers’ verbonden radicale consequenties aan het vermeende falen van hun ouders, de oorlogsgeneratie. Nationaal gevoel, de natiestaat met zijn potentieel voor nationalistische wanen en uitwassen en altijd op zijn minst onder de oppervlakte sluimerend racisme, zouden toen onbeheersbare gevaren hebben gegenereerd. De natiestaat sluit buiten, is exclusief, daarom is ieder nationaal sentiment of een krachtige nationale identiteit ten diepste verwerpelijk. Hans Righart, historicus en sixties-adept, was een exponent van deze al snel heersende richting. Enerzijds ontkende hij het bestaan van een nationale identiteit – daarvoor had de verzuiling te veel verdeeldheid gezaaid. Anderzijds zag hij haar als een gevaar en bovendien als overbodig (8). Internationalisme en een Europese identiteit wenkten. Na de neergang van de zuilen, waaraan we collectieve identiteiten hadden ontleend, kon Nederland probleemloos opgaan in een verenigd Europa, dat op haar beurt een volgzaam filiaal zou worden van de internationale gemeenschap.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Zo volgde op de relativering van de nationale identiteit door de verzuilde elites haar afwijzing door een nieuwe, postverzuilde elite. In deze wending is desondanks moeiteloos historische continuïteit te ontwaren. De Nederlandse identiteit combineert nationale eigenaardigheden met een gooi naar het wereldburgerschap, fuseert particularisme met universalisme, het nationale met het bovennationale. Misschien is deze dubbelzinnigheid wel haar ‘wezen’ – en gaat het mis als het evenwicht tussen beide bestanddelen, particularisme en universalisme, verstoord raakt en een van beide gaat overheersen, zoals na 1970 gebeurde. De progressieve elite van ‘zestigers’ die toen de dienst ging uitmaken in Nederland, politiseerde de natie in negatieve zin met haar kosmopolitische vlucht naar voren en afkeer van het klootjesvolk. Anders dan de nieuwe elite hechtte dat wel waarde aan het vaderland – als intussen vanzelfsprekende cultuurnatie en als verzorgingsstaat. De historicus Joh. S. Wijne noemde de verzorgingsstaat het vaderland van de gewone man. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ook het elitaire postnationalisme bevatte opvallende nationalistische elementen, deels afkomstig uit de liberaal-nationale traditie: de hovaardige gidslandgedachte, tolerantie en openheid als bijzondere nationale deugden, Nederlands morele voortreffelijkheid, onbaatzuchtigheid en opofferingsgezindheid. Daarbij voegden zich naadloos de ‘verworvenheden’ van de jaren zestig. De voorbeeldige verzorgingsstaat, een libertijnse moraal die we een ‘achterlijke’, vaak bekrompen geoordeelde wereld als superieur voorhielden, het afzweren van ieder conservatisme, de spectaculaire neergang van het georganiseerde christendom, ‘narco-chauvinisme’, het kampioenschap ontwikkelingshulp. Nee, geen nationale sentimenten alstublieft, maar bij de aanblik van al dit tafelzilver zwol toch ook de postnationale borst van nationale trots. Het brengt het woord van Peter Sloterdijk in herinnering dat ‘het kosmopolitisme het provincialisme van de verwenden is’.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In deze context passen ook het cultuurrelativisme en multiculturalisme van de babyboomgeneratie in de omgang met immigranten. Wie een nationale identiteit verwerpt, is haast wel verplicht om nieuwkomers hun gang te laten gaan. Hier geen laïcité en républicanisme, om immigranten mee in te burgeren, geen dwingende taalpolitiek of kordate Amerikanisering via de arbeidsmarkt. Wel een goedertieren, ‘waardevrije’ verzorgingsstaat, tolerantie grenzend aan onverschilligheid, en ¬– oudergewoonte – soevereiniteit in eigen kring. Maar misschien was de verborgen agenda wel dat immigranten als vanzelf zouden vallen voor de onweerstaanbare verleiding van onze nationale voortreffelijkheden. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;De terugkeer van het nationale&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;Het afwijzen van een geprononceerde, gearticuleerde nationale identiteit door de postverzuilde elite heeft in het nieuwe millennium tot een dubbele politieke crisis geleid, met ingrijpende consequenties voor het Nederlandse zelfbeeld en internationale imago. Eerst het failliet van het multiculturalisme en de opkomst van het populisme, vervolgens een luidkeels ‘nee’ tegen de Europese Grondwet. Met enige kwade wil kan aan beide échecs als derde déconfiture worden toegevoegd de teloorgang van de vrijgevochten Nederlandse Sixties. Onze maniakale antiburgerlijkheid heeft geleid tot wijdverbreide onmin – ook in het buitenland – over onze publieke slonzigheid en een gebrek aan ‘normen en waarden’. De eerste twee kwesties hebben gemeen dat de elite op weg naar haar postnationale bestemming het voetvolk verloor. Had de natiestaat voor de nieuwe postnationale elite geen speciale betekenis meer, geen positieve lading, voor de ‘gewone man’ is hij juist het gekoesterde vaderland, vooral als verzorgingsstaat, maar ook als vanzelfsprekende cultuurnatie. Wie dat bedreigt moet op afkeer en afwijzing rekenen. Politiseerde in de achttiende eeuw de elite het vaderland, dezer jaren wordt die rol vervuld door ‘het gemene volk’. De Opstand der Burgers van 2002 en het afwijzen van de Europese Grondwet in 2005 wezen de postnationale identiteitsconceptie scherp terug. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Populisme, antimulticulturalisme en het wegstemmen van de Europese Grondwet maken een renaissance van het nationale en een nieuwe verhouding tot Europa en de rest van de wereld noodzakelijk. Immigratie, voortgaande Europese integratie, internationalisering en globalisering leidden niet tot de geleidelijke ‘opheffing’ van Nederland, maar vragen veeleer om de terugkeer van het nationale. Ook het ‘elitaire’ immigratie- en integratiedebat à la Paul Scheffer en de broeierige contemplatie op literaire en historische canons maken dit punt. Internationalisering en mondialisering vereisen een nieuwe balans tussen nationaal burgerschap en wereldburgerschap in de nationale identiteit. Een vergelijkbare paradox signaleert Van Sas gedurende het vierde kwart van de achttiende eeuw, toen de universele ambities van de Franse Verlichting Nederland tot een nationale interpretatie en verwerking ervan brachten.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het is nu niet anders. De vaderlandse identiteit kan niet definitief naar de schroothoop van de geschiedenis, maar vergt een nieuwe plaatsbepaling en inhoud: wie zijn we, waar gaan we naartoe, waaraan moeten nieuwkomers zich aanpassen, hoe moeten wij ons voegen in een dynamische internationale omgeving? Het zijn eigenlijk dezelfde vragen die aan de orde waren in de vaderlandscultus aan het einde van de achttiende eeuw. Men kan veel zeggen over die tijd, maar niet dat de toenmalige elite haar taak niet ernstig nam. Van intellectuele verwaarlozing van de natie, zoals de afgelopen decennia, was geen sprake. Het huidige debat moest conceptueel praktisch bij nul beginnen en schreeuwde om nieuwe begrippen en woorden, besmet als ‘volk’, ‘natie’ en ‘vaderland’ nu eenmaal zijn geraakt. Van toenadering van postnationalisten en neonationalisten, zoals toentertijd van patriotten en orangisten, is vooralsnog geen sprake. Overigens geldt zulks niet alleen voor het kleine Nederland: het grote Amerika heeft er evengoed last van, getuige bijvoorbeeld Samuel Huntingtons even monumentale als geprangde Who are we? (9). &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Een werkhypothese over onszelf&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;Nationale identiteit zal door het lopende debat niet als bij toverslag een ondubbelzinnig begrip worden. Het blijft even glibberig en ongrijpbaar als het was, het bestaat wel en niet – zie Huizinga. Die vaststelling roept een nieuwe vraag op. Als nationale identiteit zo ongrijpbaar is, kneedbaar, omstreden, open voor discussie – waarom moeten we er dan zo nodig een hebben? Wat heb je eraan als het helemaal niet onveranderlijk en onvervreemdbaar is en zijn beloften dus niet waarmaakt? Misschien hebben de ontkenners dan toch gelijk: begin er niet aan, we kunnen prima zonder. Je hebt niets aan zo’n tijdelijk, krakkemikkig onderkomen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Daartegenover staat dat (nationale) identiteit psychologische en sociale doelen dient. Het begrip is een nuttig cognitief schema, een manier om complexiteit te reduceren en greep op de sociale werkelijkheid te krijgen. Zonder zulke schemata is de (sociale) werkelijkheid een empirische rijstebrijberg: oeverloos, contourloos, ongestructureerd. Bovendien sluit het identiteitsbegrip aan bij alledaagse ervaringen. Het ‘verklaart’, zeer nadrukkelijk tussen aanhalingstekens, waarom wij, ondanks evidente onderlinge verschillen, verdacht veel op elkaar lijken. Zozeer zelfs dat we elkaar in den vreemde onmiddellijk als Nederlanders herkennen. Dat moet ergens door komen. De tegenkant is natuurlijk dat anderen ons ook meteen als Nederlanders herkennen. Identiteit markeert het verschil met de ander, zoals Carry van Bruggen schreef, collectief en individueel: ‘ik’ naast of tegenover de anderen; ‘wij’ naast ‘zij’. Zonder zulke begrenzingen is alles amorf.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Groepsidentiteit biedt ook een emotioneel tehuis, a sense of belonging. Dat benauwt vaak, maar helemaal zonder is ook weer erg schraal. Daarbij komt dat onze nationale identiteit – wat die ook moge inhouden – zo ongeveer de enige overgebleven collectieve identiteit is geworden. De andere verdwenen allemaal grotendeels met de ontzuiling. Verwant hieraan is de charme van historische continuïteit in het identiteitsbegrip, met alle psychologische voordelen van dien: het leven begint en eindigt niet met jou, of met ons. Je maakt deel uit van een groter geheel, een mars van lotgenoten en generaties. Verder is nationale identiteit pasmunt in het internationale verkeer, een handzaam label. Inderdaad: een merk, steunend op de beeldtaal van simpele, krachtige iconen. In het geval van Nederland: kaas, tulpen, molens, dijken, fietsen, bier, hasj, hoeren. Clichés die onze werkelijkheid meestal op genante wijze tekort doen, helaas. Maar wie er niet over beschikt, doet er een moord voor. De sociale waarneming gebruikt nu eenmaal simplistische representaties. Benauwend, maar onmisbaar. Zonder zulke symbolen ben je een nobody op het wereldtoneel, dat in toenemende mate een markt is, waar dan ook de wetten van de markt heersen. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Net als identiteiten zijn merken niet statisch: periodiek worden ze opgefrist, met nieuwe waarden geladen. Althans, tot op zekere hoogte. Wij construeren onze identiteit dan wel in een onderonsje zonder einde, maar we kunnen haar niet helemaal naar believen ‘projecteren’. Er zijn grenzen aan haar maakbaarheid. De Bataafse mythe hield stand totdat de moderne wetenschap haar ondermijnde. Het verzorgingsstaatpatriottisme stevent op haar uiterste houdbaarheidsdatum af. Maar ook anderen – de overgrote meerderheid van de wereldbevolking dus – gaan over ons zelfbeeld. Dat is daarom zowel een lamp als een spiegel, waarin ‘hun’ beeld van ‘ons’ wordt opgevangen – en opgenomen. ‘Wij’ zijn ook wat ‘zij’ in ons zien – en daar hebben we betrekkelijk weinig invloed op. Nationale identiteit is niet wat het pretendeert te zijn. Als zo’n wezen, essentie, harde kern, ‘merk’ echt bestond, dan zou het zich immers moeiteloos kenbaar maken en hoefde minister Verdonk niet bijna korzelig te zeggen dat we nu eindelijk eens moeten vaststellen wat onze identiteit is.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Identiteit is niet gegeven, maar een sociale, historisch bepaalde constructie, een werkhypothese over onszelf. Dat iets geconstrueerd is, mensenwerk, maakt het overigens niet gekunsteld – ook het sociale bestaat echt. Het houdt wel in dat we er steeds heftig over zullen discussiëren en strijden. Dat is ook wel gebleken. Identiteit is net als de geschiedenis zelf een discussie zonder einde, zoals de Utrechtse historicus Geyl zijn studieobject ooit typeerde. Onze achttiende-eeuwse voorzaten wisten dat al. Wij moesten er met vallen en opstaan weer achter komen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;em&gt;H.J. Schoo &lt;/em&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Noten&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;1. Huizinga, J., Nederland’s geestesmerk. Leiden, 1935. &lt;br /&gt;2. Duijker, H.C.J. en N.H. Frijda, National character and national stereotypes: a trend report prepared for the international Union of scientific psychology. Amsterdam, 1960.&lt;br /&gt;3. Van Sas, N.C.F., De metamorfose van Nederland – Van oude orde naar moderniteit, 1750-1900. Amsterdam, 2004.&lt;br /&gt;4. Woud, A. van der, De Bataafse hut. Denken over het oudste Nederland (1750-1850).&lt;br /&gt;Amsterdam/Antwerpen, 1998; Stikkelorum, M., ‘De joodse gelijkberechtiging in de opkomende Nederlandse natiestaat: droom of werkelijkheid in de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen’, De Achttiende Eeuw 37 (2005) 2. &lt;br /&gt;5. Himmelfarb, G., One Nation, Two Cultures. New York, 2001.&lt;br /&gt;6. Couwenberg, S.W., ‘Ons multiculturele enthousiasme’, de Volkskrant 31.2.02.&lt;br /&gt;7. Blom, J.C.H., Burgerlijk en beheerst: Over Nederland in de twintigste eeuw. Amsterdam, 1996.&lt;br /&gt;8. Righart, H., Het einde van Nederland? Utrecht, 1992.&lt;br /&gt;9. Huntington, S., Who Are We? New York, 2004.&lt;a href="http://grafmonumentenzorg.blogspot.com/&lt;br /&gt;"&gt;&lt;/a&gt;&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/13055679-114803749788943942?l=metapolitiek.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://metapolitiek.blogspot.com/feeds/114803749788943942/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=13055679&amp;postID=114803749788943942' title='0 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/13055679/posts/default/114803749788943942'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/13055679/posts/default/114803749788943942'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://metapolitiek.blogspot.com/2006/05/nut-en-noodzaak-van-een-nederlandse.html' title='Nut en noodzaak van een Nederlandse identiteit door H.J. SCHOO op Waterland, mei 2006.'/><author><name>Metaposos</name><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-13055679.post-114642960215533645</id><published>2006-04-30T22:34:00.000+02:00</published><updated>2006-09-07T00:21:20.910+02:00</updated><title type='text'>New Culture, New Right: Anti-Liberalism in Postmodern Europe - boeksbespreking in Journal of Social, Political and Economic Studies, Winter 2004.</title><content type='html'>&lt;em&gt;&lt;strong&gt;Book-review "New Culture, New Right: Anti-Liberalism in Postmodern Europe" door Martin Thébaud.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;New Culture, New Right: Anti-Liberalism in Postmodern Europe - Michael O'Meara. Bloomington: 1stBooks, 2004. 229 pages.&lt;/strong&gt;&lt;/em&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;We are now hearing more about the rise of national and racial consciousness in Europe as a reaction to the increasing flood of non-Europeans, and particularly Moslems, into that continent. The failure of governments to act to prevent this massive influx has resulted in widespread dissatisfaction and a significant quantity of thoughtful and rational intellectual literature and associated splinter political movements, which for convenience has been collectively referred to as the European New Right (ENR).&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;The present book under review, New Culture, New Right: Anti-Liberalism in Postmodern Europe, is not the first monographic study of this phenomenon to have appeared in English. In 1990, the Croatian-born Tomislav Sunic produced Against Democracy and Equality: The European New Right, based on a doctoral dissertation written for the University of California at Santa Barbara. Uncharacteristic of an academic work published by a small press (Peter Lang) specializing in dissertations, Sunic's work sought to popularize certain ENR ideas that were then entirely foreign to American conservative audiences. It is difficult to judge the degree to which his book was responsible for introducing these ideas, especially those of its leading proponent, Alain de Benoist, into the English-speaking world. For the English New Rightist Michael Walker, through his journal The Scorpion, and then, beginning in 1993, the former Marxist journal edited by Paul Piccone, Telos, also had a role to play. O'Meara acknowledges Sunic's influence, along with that of Walker and Piccone, but he seems to have used them mainly as springboards into the original sources. If anyone influences his treatment of ENR ideas, it is one of the movement's founders and now its principal dissident, Guillaume Faye. In any case, his treatment of the ENR is quite different from Sunic's.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;For if Sunic sought an academic route in popularizing ENR ideas, packaging them in their most philosophically respectable form, O'Meara pursues a more unabashed course, frontally assaulting the liberal order on all its ramparts, as he attacks what he characterizes as its indefensible philosophical premises. In what might be the most far-reaching critique of liberal ideology to have been made by an American, O'Meara also deconstructs the prevailing liberal notions of equality, rationality, universalism, economism, and developmentalism which Sunic addresses, but goes further in emphasizing what he claims are its anti-White, anti-European, and anti-cultural impetus. In doing so, O'Meara inadvertently tells us something revealing about the current state of American racial nationalism. For as a work whose scholarship and sophistication are significantly more advanced than Sunic's (O'Meara is obviously a mature scholar writing under an assumed name), New Culture, New Right seeks not just to introduce certain European ideas to an American audience, but to intervene in the racial-nationalist politics of both America and Europe: validating the ethnonationalist New Right against its softer communitarian wing and emphasizing the biocultural rather than biological character of American racial politics.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;For those who approach such works not for political guidance, but for what they tell us about the world around us, O'Meara's highly partisan work is particularly revealing. It is perhaps the best study in English on this increasingly talked-about European tendency and compares favorably with Pierre-André Taguieff's Sur la nouvelle droite (Descartes &amp; Cie, 1994), considered by many to be the most authoritative secondary source. Its treatment of the ENR is broader than Sunic's and Taguieff's, which focuses exclusively on de Benoist, and also deeper, in presenting the ENR not simply as the filiation of a certain intellectual tradition, but as a movement addressing the present cultural, economic and political crisis in European life. At the same time, O'Meara's search to grasp these ideas in their entirety - as a world view - gives him the thread by which to link its metapolitical interventions in contemporary debates, its critique of multiculturalism, feminism, and human rights, its geopolitics, and all the various facets of this project. He thus treats the ENR's diverse dimensions as related parts of a unified critique of contemporary European civilization.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;What then is this "New Right" and what does O'Meara bring to our understanding of it? At one level, the ENR has a rather clear genealogy. It emerged from the Groupement de Recherche et d'Etude pour la Civilisation Européenne (GRECE), which was founded in 1968 by various French nationalist, far Right, traditionalist, and regionalist activists, who sought to restore what they saw as the crumbling foundations of European cultural life and identity. In the view of these activists, an anti-liberal movement against the de-Europeanizing forces of Americanization, consumerism, and the liberal capitalist regimes established by the US after 1945 had no hope of success as long as Europe's culture remained steeped in liberal beliefs. The GRECE was established then not as a political organization but as a school of thought to contest the regnant liberal ideology and redeem the fundaments of European culture and identity. Its metapolitical - rather than political - orientation spoke to what was an obviously unaddressed need of both the French and European Right; combined with the quality of its publications and its culturally persuasive reformulation of the Right project, its novel approach attracted an immediate audience. By the late 1970s, it had recruited an impressive array of continental intellectual to its ranks. In Italy, Belgium, Germany, and a number of other European countries, there have since emerged organizations, websites, and publishing houses either directly allied to the Paris-based GRECE or involved in analogous endeavors. At the same time, ENR ideas have increasingly become the stock and trade of anglophone nationalists and far rightists. A quick perusal of the web reveals that scores of de Benoist's articles are now available in English and that the Spanish site, Nueva Derecha (http://foster.20megsfree.com), probably the most authoritative of the New Right sites, has collected almost 300 English-language articles related to the ENR. At the same time, Ultra Press of Atlanta, in a sign that publishers are beginning to recognize the marketability of its ideas, has announced the forthcoming release of the first English translation of a de Benoist book: On Being a Pagan (Comment peut-on être païen?). If it has taken longer for ENR ideas, whose sources are mainly French, German, and Italian, to make their way into English than elsewhere, their future presence nevertheless now seems assured.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;European commentators are divided as to how to characterize the European New Right. Some see it as a continuation of what is called the Conservative Revolution: a German anti-liberal intellectual movement of the Weimar era that included some of the foremost minds of the 20th century (Heidegger, Spengler, Schmitt, Sombart, Freyer, Moeller van den Bruck, Niekisch, Jünger, etc.). Others see it as "a risorgimento of the extreme Right," if not a postwar repackaging of now unacceptable fascist and nazi ideas. A less partisan academic tendency, with Taguieff at its head, sees it, especially in the figure of de Benoist, as representing a distinctly postwar phenomenon that has both reformulated the Right and made significant contributions to it. A fourth tendency, found largely in Catholic and conservative ranks, claims the ENR is neither new nor right-wing. For his part, O'Meara, whose main concern is understanding the American populist movement, seems to favor aspects of each of these interpretations, seeing them as complimentary rather than as contradictory facets of its project. He thus acknowledges the ENR's enormous intellectual debt to the conservative revolution of the 1920s, its effort to reformulate revolutionary anti-liberal ideas in ways appropriate to the postwar context, especially as posed by the massive global migratory trends, rising multiculturalism, and economic globalization, but above all as something that does not tidily fit into the conventional Right-Left categories.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;If there is a single theme that serves as the interpretative axis for O'Meara's work, it is that of "liberal modernity." In an introduction titled "The True Right," O'Meara offers a global overview of the historical Right that rejects both conservative and traditionalist interpretations and instead reflects the ambiguity which those who are ethnically conscious have always had toward the conventional Right and Left as identified by differences in economic philosophy. To him, Right and Left are the political antipodes of the anti-traditionalist world that arose in the West and took institutional form with the French and American Revolutions. The implications of this view are multiple. First, Right and Left for O'Meara become synonyms for tradition and revolution - terms whose bi-polar character emblemizes the antipodal extremes of liberal modernity, but which are nevertheless terminologically inadequate to the political realities they endeavor to grasp. Second, he claims that America knows no True Right as the ENR perceives it, having rejected the Old World in favor of a national project based on principles that were preeminently liberal and modern. The ENR cannot be likened to the American nationalism of Hamilton, Lincoln, or even Buchanan, but more closely resembles the anti-liberal nationalism that orients to race, and survives only in America's populist and sectionalist heritages."&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Accordingly, O'Meara's ENR addresses an age in which the defining conflicts transcend the modernist ones of class, church, and state. The ENR's principal concern is not tradition per se, as was the case with De Maistre's, Donoso Cortèz's, and Evola's True Right, but rather the question of identity - as it is subject to the postmodern breakdown of those national, racial, class, and cultural references that once defined it seeking to re-legitimate the primordial core of European life and culture, the ENR rejects left-wing postmodernism, whose impulse is deconstructionist and individualistic.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;The interface between O'Meara's critique of liberalism, his interpretation of the ENR, and his right-wing postmodernism is perhaps most evident in the books central chapter, "Liberalism's Reign of Quantity." The conceptual foundation of this ideology, he claims, is "the objectivist rationalism" that animated the New Science of the 17th century and the philosophy of René Descartes. Because its rationalist, scientific truths rested on a quantification of empirical reality, it was only the length, depth, breathe, and velocity of physical objects, as they lent themselves to precise and predictable calculations, that mattered to its mathematical explanation of the world. By dismissing qualitative factors in this way, O'Meara claims the modern liberal world view privileges not only the lowest order of things - empirical facts detached from their living connection to the world - but all that lacks real meaning to man. By rejecting particularistic cultures, languages, ethnicities, and all those elements that create a sense of identity and community, modern liberalism inevitably leads to a bloodless, alienating form of social life.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Given postmodernism's role in dislodging modernity's objectivist rationalism, O'Meara makes extensive use of its critique. But he also alerts the reader to the fact that its critique is already implied in traditionalist or pre-modern thought. In this vein he discusses René Guénon's The Reign of Quantity and the Signs of the Times (1945) and other "traditionalist" works that the ENR has appropriated. The end result is not just a critique of liberalism's underlying philosophical premises, but of all the political and social practices that follow from them: as they take the form of individualism, egalitarianism, universalism, economism, and materialism. Contemporary expressions of liberal modernity, like feminism, multiculturalism, and human rights, are likewise seen as stemming from these defining features of liberalism's indifference to the qualitative facets of man's world. This quantifying impetus, he concludes, has the effect of turning the European into an abstraction undifferentiated from the rest of humanity . . . subject to laws that isolate and decontextualize him, limit his motivation to material self-interest, relate him to other individuals through faceless contractual arrangements, and, most dangerously, lock him into a mono-directional temporality at odds with his world-open nature.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In O'Meara's view, then, liberalism's hostility toward the qualitative facets of man's world is the prime source of its indifference to Europe's distinct identity, which it negates for the sake of a universalist, multicultural, multiracial, transgender one opposed to Europe's specific bioculture. But O'Meara finds that ENR is not merely negative or antiliberal in thrust. By stressing all that has been lost with liberal modernity, he sees the intellectuals of this European New Right as seeking to redeem Europe's high cultural heritage, and reinvigorate Europe until it becomes great again.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Conventionally-liberal academics (and I include myself in this category) will undoubtedly have noted a growing mood of resentment in Europe against the rising power and seeming arbitrariness of the EU bureaucracy, and more especially against the increasing size of radical and activist African and Asian communities now domiciled in Europe. While the philosophical underpinnings of the "new Right" movement are at present confined to a small circle of highly intelligent intellectuals and have not yet found popular expression, if the level of popular dissatisfaction continues to rise, we may expect to see these "new right" philosophical arguments eventually morphing into more directly political forms of expression. If that should happen, this as yet uncertain and undirected upsurge of discontent could become more dynamic as it acquired a clear cut and conscious ideology, and the power of a unifying sense of purpose.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;em&gt;Martin Thébaud&lt;br /&gt;Journal of Social, Political, and Economic Studies, Winter 2004&lt;/em&gt;&lt;a href="http://grafmonumentenzorg.blogspot.com/&lt;br /&gt;"&gt;&lt;/a&gt;&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/13055679-114642960215533645?l=metapolitiek.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://metapolitiek.blogspot.com/feeds/114642960215533645/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=13055679&amp;postID=114642960215533645' title='1 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/13055679/posts/default/114642960215533645'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/13055679/posts/default/114642960215533645'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://metapolitiek.blogspot.com/2006/04/new-culture-new-right-anti-liberalism.html' title='New Culture, New Right: Anti-Liberalism in Postmodern Europe - boeksbespreking in Journal of Social, Political and Economic Studies, Winter 2004.'/><author><name>Metaposos</name><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><thr:total>1</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-13055679.post-114504468472623730</id><published>2006-04-14T21:52:00.000+02:00</published><updated>2006-04-14T21:58:04.940+02:00</updated><title type='text'>Neoconservatism: why we need it - Boekbespreking op De Leestafel, 3 april 2006</title><content type='html'>&lt;strong&gt;Neoconservatism: why we need it - Douglas MURRAY&lt;br /&gt;ISBN 1-904863-05-1 (UK edition 2005)&lt;br /&gt;ISBN 1594031479 (US edition June 2006)&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;em&gt;De Social Afairs Unit in het Verenigd Koninkrijk heeft in 2005 dit boek van schrijver en politiek journalist Douglas Murray uit gegeven en deze zomer verschijnt het ook bij Encounter books in de Verenigde Staten. In zijn nieuwste boek beschrijft Murray hoe de relatief nieuwe politieke stroming, het neoconservatisme, ook het conservatisme in Europa nieuw leven kan in blazen. Een stroming die een daadkrachtig tegenwicht kan bieden tegen het relativisme en het daar uit voortkomende nihilisme.&lt;/em&gt;&lt;/strong&gt; &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Hij begint zijn boek met een uitleg over de filosofische grondslag van het neoconservatisme. De Filosoof Leo Straus wordt door vele gezien als de grondlegger van de neoconservatieve overtuiging. Vervolgens hebben Allan Bloom en Irving Kristol, beide leerlingen van Straus, deze ideeën verder gepopulariseerd in enerzijds de wetenschap en anderzijds de politiek.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het neoconservatisme is eigenlijk geboren in verzet tegen het in hun ogen falende huidige liberalisme. Dat was ook toen al door het relativisme geperverteerd en kon daardoor niet eens meer totalitaire systemen, zoals die bestonden in de communistische landen veroordelen. De liberalen gaan niet meer uit van het klassieke mensbeeld, zoals de Grieken dat hadden, maar van een verbeterbare mens. Verbeterbaar door de staat. De neoconservatief daar in tegen, gaat uit van het klassieke mensbeeld, waarin de imperfecte mens een vaste realiteit is, die door geen staat of systeem wezenlijk veranderd kan worden.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Na deze theoretische basis van het neoconservatisme beschreven te hebben, beschrijft Murray de politieke invloed van neoconservatisme in de praktijk. Dat begon eigenlijk al voor Ronald Reagan, een president die ook, net als de huidige neoconservatieven, koos voor morele helderheid. Het was dan ook Reagan die een eind maakte aan de relativistische tirannie van dat moment, door de sovjetunie “het rijk van het kwaad” te noemen. Ook laat Murray ons kennis maken met de lange rij van invloedrijke neocons die met hun ideeën al lang voor 9/11 aan invloed aan het winnen waren. Dat is eigenlijk niet vreemd, want het zijn de neocons die een alternatief voor de post koude oorlog wereld hebben geformuleerd, terwijl de Amerikaanse liberalen en de gehele Europese elite geteisterd worden door een slaafse passiviteit.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ook neemt Murray het relativisme nader onder de loep. Hij beschrijft hoe het relativisme vaak vermomd gaat als politiek correctheid en hoe vele er al voor hebben gewaarschuwd dat het relativisme tot nihilisme leidt. Het is een denkwijze waardoor de vrije liberale samenleving geen weerstand meer kan bieden aan haar vijanden.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In het derde hoofdstuk bespreekt Murray het verband tussen relativisme en de oorlog in Irak. Het biedt een goed perspectief op de oorlog tegen het terrorisme en hoe de Europese oppositie daar tegen ageert. Het laat het nihilisme van deze tegenstanders van de oorlog zien, maar ook de leugenachtige tweeslachtigheid van de media en het opportunisme van politici die beter weten. Zoals socialistische premier Schroeder in Duitsland, die zelfs doelbewust leugens verspreidt, of zoals de Fransen die gewoon geld aan de vijand verdienen. Deze gehele beweging noemt hij een tegen cultuur (counter culture) die hol en leeg is. Zelfs zij die zich de rol opnemen van moreel scheidsrechter, ontbreekt het aan kennis of verantwoordelijkheid, ook zij zijn hol en nihilistisch.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Murray beschrijft hoe het dogmatische relativisme de oorzaak van dit nihilisme is en dat dit zelfs de huidige status-quo is die hoognodig doorbroken moet worden:&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;em&gt;“Many people seem to think we live in an age in which nothing is sacred. That is not true – twenty first century Britain has a fantastically lengthy bible of things deemed untouchable. It is time that these newly invented taboos were eradicated”&lt;/em&gt; (P.151)&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Maar daarvoor moet de politieke elite eerst een paar stappen ondernemen. In het verenigd koninkrijk is net als in Nederland de politiek elite een conformistisch geheel geworden, waarin nog maar weinig contrasterende meningen zijn. Alle politieke partijen zijn in feite sociaal democratische geworden en daar moeten we hoognodig van af:&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;em&gt;“… conservatives must firstly get away entirely from the European social-democrat philosophy by which, in return for providing, the citizen with a good life, the state presumes to have the right to all of a citizens money generously allowing him to return a portion.”&lt;/em&gt; (P. 153)&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Hij pleit dan ook voor een beperkt overheid waarbij het afgelopen is met de vele rechten zonder plichten:&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;em&gt;“… the era of rights without responsibilities must end. The present generation has done nothing to earn the rights it believes it possesses, and further more it remains ignorant of the origins of those rights.”&lt;/em&gt; (P. 167)&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Over de multiculturele politieke correctheid die het onmogelijk maakt om het terrorisme en buitenlandse vijandigheden te bestrijden zegt hij het volgende:&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;em&gt;“To care more for an ideal than for a population is strangely reminiscent of a political creed that had been presumed dead”&lt;/em&gt; (P. 171)&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het mag duidelijk zijn dat Murray zich geen blad voor de mond neemt als hij de neoconservatieve overtuiging beschrijft en verdedigd. Hij ziet het neoconservatisme als een oplossing voor de crisis in Europa en voor de conservatieve politieke partij in het verenigd koningrijk in het bijzonder. Opmerkelijk is wel dat Murray die de buitenland politiek van Bush volop lijkt te steunen uitgebreid Fukuyama citeert en dat terwijl Fukuyama nu juist een neoconservatief is die zich heeft afgekeerd van de neoconservatieve buitenland politiek van president Bush (zie ook Fukuyama’s nieuwste boek: America at the crossroads: Democracy, Power, and the neoconservative legacy). Maar goed laten we het er op houden dat dit ook meteen Murray’s stelling aan het begin van het boek illustreert dat het neoconservatisme een veelzijdige beweging is, zonder gezamenlijk manifest.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het is een fraai geschreven boek dat vlot wegleest en veel inzicht verschaft in het neoconservatisme en deze ook inpast in de hedendaagse politiek van Europa. Een aanrader. Moge vele Nederlandse politici er hun voordeel mee doen.&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/13055679-114504468472623730?l=metapolitiek.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://metapolitiek.blogspot.com/feeds/114504468472623730/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=13055679&amp;postID=114504468472623730' title='0 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/13055679/posts/default/114504468472623730'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/13055679/posts/default/114504468472623730'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://metapolitiek.blogspot.com/2006/04/neoconservatism-why-we-need-it.html' title='Neoconservatism: why we need it - Boekbespreking op De Leestafel, 3 april 2006'/><author><name>Metaposos</name><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-13055679.post-114495634923123246</id><published>2006-04-13T21:23:00.000+02:00</published><updated>2006-04-13T21:25:49.320+02:00</updated><title type='text'>DE VERDEDIGING VAN HET WESTEN door Bart Jan SPRUYT, Rooseveltlezing op OpenOrthodoxie.nl 12 april 2006</title><content type='html'>&lt;strong&gt;&lt;em&gt;Onze tijd vraagt om een pleidooi voor de relatie tussen het neoconservatisme en de blijvende noodzaak van Churchills. Tegenover de haat tegen het Westen stelde Leo Strauss de rustige en terechte trots op beschaving. Waarschuwend voegde hij daaraan toe dat een verlies van die trots tot een verlies aan weerstand tegen het nihilisme leidt.&lt;/em&gt;&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Wij zijn hier bijeen in de ‘palm van God’s hand’ – zoals de dichter Jan Campert Walcheren noemde - , in het volgens Johan Huizinga ‘betooverendste gewest van Nederland, waar de lichten weeker, de verten meeslepender, de weiden groener en de dorpen intiemer zijn – en waar de steden schooner waren … dan ergens elders’. Eens stond hier een landhuis met de naam Toornvliet – een buiten dus waar men de toorn en boosheid van de buitenwereld ontvlood - , waar Huizinga misschien wel de gelukkigste jaren uit zijn leven doorbracht, en deze omgeving – de Middelburgse Abdij – prees om haar sfeer en stemming, als een plek ‘waar iedereen, als hij maar een kwartier heeft uit te sparen van arbeid en zorgen, de wanklanken van het hedendaagsche bestaan een oogenblik kan vergeten in overgave aan een zuiver en eenvoudig schoon’. [1] &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Hoe belangrijk zulke plekken ook zijn, en hoe schaars ze ook worden, en hoe zeer we ook kunnen instemmen met Huizinga’s oproep om deze plekken ‘te behouden’ en ze niet het slachtoffer van ‘kortzichtige monumentenzorg’ te laten worden, het is ons helaas niet gegeven ons langdurig aan ‘een zuiver en eenvoudig schoon’ over te geven. De ‘wanklanken van het hedendaagsche bestaan’ zijn daarvoor al te luidruchtig en dringen te nadrukkelijk tot ons door. Het ´einde´ van de geschiedenis – het einde van de grote ideologische geschillen en conflicten - dat zich met de val van de Muur en de schijnbaar definitieve overwinning van het liberalisme leek aan te dienen, blijft vooralsnog uit. We zijn ons ervan bewust dat de geschiedenis met ongekende heftigheid en dreiging is teruggekeerd, en meer of minder vaag leeft in ons allen het besef dat we in een kantelend tijdperk leven – een tijdperk waarin onze maatschappelijke en politieke orde niet langer onomstreden is maar wordt uitgedaagd, en dat het onze taak is die uitdagingen te pareren.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;I. Het Westen en zijn vijanden&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;Ik heb het nu niet (alleen) over de ‘nieuwe constitutionele fase’ waarin de Nederlandse politiek sinds mei 2002 terecht is gekomen, maar (vooral) over een kwestie die daar deels los van staat maar anderzijds ook nauw mee samenhangt: de islamitische aanslagen van september 2001 (New York en Washington), maart 2003 (Madrid) en juli 2005 (Londen), en de moord op Theo van Gogh (november 2004). Al deze misdaden waren oorlogsverklaringen aan het adres van de liberale westerse cultuur. Het waren uitingen van occidentalisme, of van hesperofobie, zo u wilt: van haat jegens het Westen op grond van een bepaald beeld van dat Westen zoals dat in bepaalde kringen wordt gecultiveerd. De dreiging van nieuwe aanslagen heeft zich als een zwarte wolk genesteld tussen ons leven hier en nu en het posthistorische zonnetje waarin we ons leken te mogen koesteren. Het belangrijke boek dat de liberale overwinning op de geschiedenis als eerste leek te bezingen – Het einde van de geschiedenis en de laatste mens (1992) van de Amerikaanse (ex-)neoconservatief Francis Fukuyama – waarschuwde ons aan het slot al voor een te voorbarig optimisme. Misschien is de moderne, liberale democratie inderdaad het eindpunt van de geschiedenis, met haar overwinning op de grote vijanden van de mensheid, zoals honger en gebrek, oorlog en geweld, ziektes en een pijnlijke dood, en ander ongerief. Maar we moeten er tegelijkertijd rekening mee houden, aldus Fukuyama, dat anderen de zachtheid en het comfort van de moderne, democratische samenleving niet als het ultieme accepteren. Alhoewel de trein van de geschiedenis haar liberale eindstation lijkt te hebben bereikt, blijken sommige wagons achtergebleven te zijn, en weer andere blijken de post-historische stad wel te hebben bereikt maar weer doorgereden te zijn – uit verveling of zelfs uit walging over het leven in die stad. [2] &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Dat er inderdaad mensen, groepen en landen zijn die het liberale eindstation van de geschiedenis niet hebben bereikt, niet willen bereiken en zelfs faliekant afwijzen, is in de jaren na de publicatie van Fukuyama’s boek op schokkende wijze duidelijk geworden. Een recent rapport van de AIVD heeft nog eens benadrukt dat ook in Nederland de kans op een terroristische aanslag allerminst denkbeeldig is, en dat deze dreiging afkomstig is van jonge geradicaliseerde moslims die zich aangetrokken voelen tot de gewelddadige jihad, de gewapende strijd tegen alles wat westers is en dus, in hun ogen, antimoslim. Nederland telt 15 à 20 actieve netwerken, ‘Hofstadgroepen’, die een ‘substantiële bedreiging’ vormen. Deze moslims kunnen zich volgens de AIVD op korte termijn als terroristen ontpoppen. Uniek aan de Nederlandse situatie is dat de dreiging zich niet op burgers in metro’s of gebouwen richt, maar op individuele politici en opiniemakers. In andere Europese landen zien de inlichtingendiensten eenzelfde patroon. [3] &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Dit alles betekent dat onze moderne samenlevingen als een post-historische stad, open en onverdedigd en onommuurd omdat we dachten dat alle grote ideologische conflicten al waren beslecht, open en onverdedigd worden geconfronteerd met aanvallen die zich op de kern van hun identiteit richten.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Niet dat de huidige vorm van occidentalisme of hesperofobie (van haat en afkeer jegens de westerse beschaving) geen precedenten heeft. [4] Integendeel, het islamisme heeft in dit opzicht vele voorgangers, die opvallend genoeg in het westen zelf zijn ontstaan en daarmee een bekend verschijnsel uit de westerse geschiedenis illustreren: dat van de westerse zelfhaat.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Voorbeelden van dit occidentalisme treffen we aan bij de Duitse Romantiek, de Russische slavofielen, het communisme, en vooral het fascisme en nationaal-socialisme (dat sterke invloed op het islamitische radicalisme heeft uitgeoefend). Occidentalisme is dus niet een recent verschijnsel, opgeroepen door het vermeende Amerikaanse imperialisme (gesymboliseerd in de US Army, Wall Street en Hollywood), maar een al 200 jaar bestaande reactie op de westerse moderniteit. Die moderniteit wordt bepaald door de idealen van de Verlichting en de Franse Revolutie, en door de industrialisatie, en gekenmerkt door zaken als rationalisme, secularisme, individualisme en universalisme. Occidentalisten zien deze zaken als een duivelse ziekte, als een kankergezwel dat volledig moet worden vernietigd. De haat jegens het westen wordt sterk bepaald door een gevoel van vernedering en nederlaag na de confrontatie met de ander die zich als superieur heeft bewezen, of door de aanwezigheid van een politieke elite die de islam wel belijdt maar zich ‘decadent westers’ gedraagt en de eigen bevolking onderdrukt (zoals in Saoedi-Arabië). Dat gevoel leidt in eerste instantie tot een zich terugtrekken in de droom van de zuiverheid van geloof of ras, en uit zich vervolgens in de cultus van het heroïsche en de drang om te doden, om het softe en zielloze, ontwortelde en decadente westen te vernietigen. Want het beeld van het westen wordt in dit denken bepaald door het commerciële en libertijnse leven in de stad, door de burgerlijke gerichtheid op een leven van comfort, gemak, zekerheid en geld, en vooral door de onnatuurlijke emancipatie van de vrouw die er in dit denken alleen is om nieuwe heroïsche krijgers te baren en groot te brengen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Hoe springlevend dit denken is, en welke onheilige allianties er hier kunnen ontstaan, werd onlangs nog duidelijk uit de documentaire ‘Voor volk en vaderland’ die het VPRO-programma Tegenlicht op zondag 26 februari j.l. heeft uitgezonden. Die documentaire ging over de Nederlandse Volksunie, een samenraapsel van alles wat zich in Nederland extreem-rechts noemt en in de praktijk grote groepen zogeheten Lonsdale-jongeren blijkt aan te sturen. Zij zetten zich in voor de ‘blanke armen’ die zij van de wieg tot het graf willen verzorgen, verzetten zich tegen het kapitalisme, tegen de Verenigde Staten en Israël, tegen een ‘jodenvriend’ als Pim Fortuyn, tegen politici als Ayaan Hirsi Ali en Geert Wilders, en begroeten Osama bin Laden en de islamitische strijd tegen het westen als bondgenoten.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;II. De analyse en remedie van Leo Strauss: beschaafd neoconservatisme&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;De reacties op de haat jegens het westen lopen in Nederland zeer uiteen. Er zijn politici en opinievormers die zelf in niet geringe mate aan een vorm van westerse zelfhaat lijden – uit schaamte, vermoedelijk, over onze rol in de Tweede Wereldoorlog en in onze voormalige koloniën – en de eigen cultuur en identiteit hooguit als de toevallige uitkomst van een historisch proces willen zien, een uitkomst die wellicht anders maar zeker niet beter dan de uitkomsten van andere historische processen is, die als gevolg daarvan moeite hebben met het definiëren en verdedigen van de kernwaarden van de westerse beschaving, en daarom maar hopen dat een politiek van vriendelijkheid en inschikkelijkheid een oplossing zal bieden. Anderen stellen zich militanter op en hebben een ‘liberale jihad’ uitgeroepen, vanuit de gedachte dat een sterke staat terrein moet herwinnen op groepen in de samenleving waarin reserves zo niet een afkeer jegens het moderne westen worden gekoesterd, en die de gehele samenleving onder de knoet van een seculier moderniteitsideaal zouden willen doen doorgaan. [5] &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Welke positie neemt het (neo-)conservatisme in deze discussie in? Hoe analyseert het conservatisme de fascistische of islamitische afkeer van de westerse beschaving, en wat ziet deze beweging als de remedie? En hoe groot is de kans dat de conservatieve verdediging van het westen in Nederland voet aan de grond krijgt en een belangrijke speler in deze discussie wordt?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het begin van een antwoord wordt geboden door een tekst van Leo Strauss, niet de ‘grondlegger’ maar wel – misschien wel zijns ondanks – een van de belangrijkste inspiratiebronnen van het Amerikaanse neoconservatisme. Het gaat hier om een zonder meer briljante lezing die de uit Duitsland gevluchte joodse geleerde Strauss op 26 februari 1941 op een bijeenkomst van de New School for Social Research in New York heeft uitgesproken. Strauss onderzoekt daarin de historische achtergronden van het Duitse nihilisme en fascisme. [6] &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Fascisme – aldus Strauss - is de meest vulgaire, meest oneervolle en laagste politieke vormgeving van een manier van denken die we kunnen aanduiden als het nihilisme en die – zoals het woord al zegt – het niets wil en daarmee de vernietiging van al het bestaande, ook van zichzelf. En het verwarrende maar ook interessante aan dit verschijnsel is dat het uiteindelijke motief van het nihilisme niet nihilistisch is maar in de gegeven omstandigheden wel tot nihilistische aspiraties leidde.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het Duitse nihilisme dat in het fascisme, en vooral in het militarisme van het fascisme uitmondde, was niet gericht op de vernietiging van al het bestaande, maar op de vernietiging van de moderne beschaving. En dat deze beperkte vorm van nihilisme in een absolute vorm van nihilisme ontaardde, was aan slechts één omstandigheid te wijten: de afwezigheid van enig positief alternatief. De ontaarding van de onvrede over de moderne westerse wereld in nihilisme en fascisme, kan alleen worden voorkomen wanneer een denkstroming de kritiek op de moderniteit niet alleen begrijpt en serieus neemt maar ook in goede banen weet te leiden.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De bron van het Duitse nihilisme uit het interbellum was moreel van aard. Het protest richtte zich niet op de technische of medische verworvenheden van de moderne beschaving, maar op haar doelstelling van een volledig open samenleving die per definitie zo niet immoreel dan toch zeker amoreel is, zich slechts uitend in plezier, comfort en winst, onverantwoordelijk gedrag en gebrek aan ernst. Het richtte zich tegen de vervreemding van natuur en werkelijkheid in de moderne stad, tegen de slapte van de moderne democratie, tegen het pacifisme, tegen een leven van ‘de maagmens’ (Jacques de Kadt), een leven dat alleen nog maar in dienst stond van productie en consumptie.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Tegenover dit ideaal, de moderne samenleving van de Nietzscheaanse ‘laatste mens’, staat het ideaal van de gesloten samenleving, van soevereine staten, waarin de harde feiten over de menselijke natuur niet hypocriet worden ontkend of door (juridische) fictie worden verdoezeld. Het leven wordt er serieus opgevat, en de ernst van het leven wordt er ceremonieel onderstreept met eden, volksliederen en vlaggen; de mensen zijn zich bewust van hun plichten, en bereid om met offers het voortbestaan van hun samenleving te verdedigen. Bovenal is er het besef aanwezig dat men verantwoordelijkheid dient te nemen voor de bedreigde moraal. Wat de jonge Duitse nihilisten vreesden was een wereld waarin iedereen alleen maar voor zijn eigen kleine pleziertjes leefde, ‘een wereld waarin een groot hart niet kon slaan en een grote ziel niet kon ademen’, een wereld zonder bloed, zweet en tranen.&lt;br /&gt;Kortom: het fascisme is een serieus te nemen verschijnsel omdat het ‘essentiële verlangens en behoeften van onze tijd’ benoemt, zoals de Nederlandse politiek filosoof Jacques de Kadt in 1946 vaststelde. [7] &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het niet-nihilistische, morele motief van het Duitse nihilisme kwam in desastreus vaarwater terecht omdat de jonge Duitsers die dit gedachtegoed aanhingen, wel zeker waren van hun ‘nee’, maar niet meer wisten te zeggen dan ‘nee’. Dat ‘nee’ voldeed om alles te gronde te willen richten, maar er was geen ‘ja’, geen alternatief, geen visie op wat er moest komen zodra de wereld van de kleine laatste mens was vernietigd. Zij waren radicaal anti-democratisch, anti-socialistisch en anti-pacifistisch. Al deze stromingen zagen zij als ouderwets en achterhaald. Zij werden bovendien verdedigd door een intellectuele kaste die zich uitsluitend van technische termen bediende. En de Duitse nihilisten waren atheïstisch. De filosofen Friedrich Nietzsche en Martin Heidegger, de politiek filosoof Carl Schmitt, en schrijvers als Oswald Spengler en Ernst Jünger waren hun helden. Het streven de moderne wereld te weerstaan was bovendien slechts gefundeerd op een irrationele beslissing.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Die beslissing liep uit op een verwerping van de beschaving als zodanig. In moraal en filosofie – in de vraag hoe je je dient te gedragen, en in de vraag wat wij kunnen weten van onszelf en van de ons omringende wereld – waren zij niet geïnteresseerd. Het enige wat zij hiervoor in de plaats wisten te stellen, uiteindelijk, was een verheerlijking van de militaire deugden, van de moed, en dan vooral de moed om pijn te verdragen. Want vernietiging en dus oorlog en verovering is het doel. Je kunt zeggen dat eeuwige vrede een naïeve droom is, maar wie ontkent dat het een mooie droom is, ontkomt niet aan de conclusie dat oorlog als zodanig iets begeerlijks is, en verwerpt het onderscheid tussen rechtvaardige en onrechtvaardige oorlogen. Het systeem van het heden dient te worden afgeslacht ten behoeve van een terugkeer naar een verheerlijkte oorsprong, en daartoe is alleen de deugd van de militaire moed nodig.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Met dat ideaal van de militaire deugd zetten zij een streep door de oude idealen van geluk, nut en verstandigheid van de Europese filosofie. Wat is immers meer tegengesteld aan deze idealen dan de bereidheid om moedig en eervol je leven te laten voor het vaderland – zonder enig persoonlijk voordeel of gewin? Zij waren niet bereid om de moderniteit vanuit pre-moderne ideeën te corrigeren, maar wilden de moderniteit vernietigen en door exclusief pre-moderne idealen vervangen, althans zoals de Duitse idealisten uit de negentiende eeuw die idealen hadden geïnterpreteerd.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Hoe had deze generatie volgens Leo Strauss tegemoet getreden moeten worden? Door mensen – ouderwetse leraren en docenten – die net zo hevig als zij aan het moderne leven leden en die hun leerlingen en hun bezwaren tegen het moderne project dus begrepen, en hun ook vanuit gepaste trots op de verworvenheden van de westerse beschaving en in heldere, niet-technische taal de positieve en niet slechts destructieve betekenis van hun aspiraties duidelijk hadden kunnen maken.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Winston Churchill had dat gekund. Een van de nihilistische leiders, de al genoemde Spengler, had de ondergang van de cultuur verheerlijkt door de vernietigende nederlaag van de Romeinen tegen Hannibal, in 216 voor Christus bij Cannae, hun ‘mooiste moment’ te noemen. Het spiegelbeeld van deze opmerking vinden we, inderdaad, bij Churchill, die de Britse nederlaag in Vlaanderen (juni 1940) in een rede voor het Britse parlement ook hun ‘finest hour’ noemde – maar dan als een moment van omslag op een weg die naar de vrijheid en een nieuwe toekomst voor de westerse beschaving zou leiden. En hij heeft niemand een wereld zonder bloed, zweet en tranen beloofd. [8] Bovendien belichaamde Churchill een vorm van conservatisme die niet zo maar terugviel op een bepaalde traditie en een indrukwekkend verleden, maar die de klassieke, pre-moderne deugden (zoals prudentie, gematigdheid en vrijheid die niet in permissiviteit ontaardt) centraal stelde en deze als tegengif tegen het moderne ideaal bleef koesteren.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Tegenover de haat tegen het Westen stelde Leo Strauss de ‘rustige en terechte trots op beschaving’. Waarschuwend voegde hij daaraan toe dat een verlies van die trots tot een verlies aan weerstand tegen het nihilisme leidt. In zijn omschrijving van de vorm van conservatisme die Strauss van groot belang achtte, verwees hij naar de Engelse traditie van ‘prudentie en gematigdheid’, die de moderne idealen accepteerde als een redelijke aanpassing aan de veranderde omstandigheden van het oude en eeuwige idee van het fatsoen, van de rule of law, en van een vrijheid die niet in losbandigheid ontaardt. Dat ‘oude en eeuwige idee’ was een pre-modern, klassiek ideaal dat als tegengif in een moderne samenleving moet worden gecultiveerd.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Strauss noemde Engeland niet alleen als het land waarin een beschaafde, gesofisticeerde vorm van conservatisme in ere was gehouden, maar ook als het land dat, onder leiding van Churchill, het in de Tweede Wereldoorlog op zich had genomen om de westerse beschaving te verdedigen tegenover het Duitse nihilisme. Engeland verdiende het daarom een imperial nation te zijn en te blijven. Dat predikaat komt een land toe wanneer het, zoals eens de Romeinen, de hoogmoedigen bestraft en mild is voor de overwonnenen. [9] Strauss hield, zoals gezegd, zijn lezing in februari 1941. Dezelfde gedachte zou jaren later terugkeren in het motto dat Churchill zijn mémoires over de Tweede Wereldoorlog meegaf: ‘In war: resolution. In victory: magnamity’. [10] &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;III. Het neoconservatisme na Leo Strauss&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;De vraag die zich nu aandient, is wat er van deze erfenis terecht is gekomen binnen de beweging van het Amerikaanse neoconservatisme. Het neoconservatisme is een aparte stroming binnen het veelvormige Amerikaanse conservatisme, en representanten van deze beweging hebben zich schatplichtig aan Leo Strauss verklaard.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Irving Kristol bijvoorbeeld, de vader van het neoconservatisme, heeft zijn ontmoeting met het werk van Strauss omschreven als een ‘intellectuele schok zoals je die maar eens in je leven meemaakt’, waardoor hij leerde hoe hij de moderniteit aan serieuze kritiek kon onderwerpen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Strauss heeft ontegenzeggelijk school gemaakt. Leerlingen van Strauss, en leerlingen van zijn leerlingen, zijn vooral aan de universiteiten terug te vinden, waar zij werkzaam zijn als filosoof of als politiek filosoof. Een van de belangrijkste van hen was Allan Bloom, wiens flamboyante leven door Saul Bellow in de onderhoudende roman Ravelstein is vastgelegd. Er zijn veel epigonen onder die leerlingen, maar ook briljante geleerden zoals Stanley Rosen (Boston), Harvey C. Mansfield (Harvard) en Seth Benardete (1930-2001). Ze zijn ook in Europa: vooral de Franse denkers Alain Finkielkraut, Pierre Manent en Rémi Brague verdienen vermelding, en in Londen is onlangs de neoconservatieve Henry Jackson Society gesticht, met steun van mensen uit de directe omgeving van David Cameron (de nieuwe leider van de Tories).&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Sommige leerlingen, en vooral leerlingen van leerlingen, zijn in de politiek verzeild geraakt. Sommige van deze ‘Straussians’ zijn neoconservatief, anderen weer niet. Neoconservatieven zijn niet partijpolitiek gebonden: velen zijn Republikein, anderen zijn Democraat. En er zijn ook neoconservatieven die geen ‘Straussians’ zijn. En er zijn toonaangevende mensen in de Bush-administratie die nog het één noch het ander zijn: zoals George W. Bush himself, Donald Rumsfeld, Dick Cheney, en Condoleeza Rice.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Duidelijk is wel dat de neocons het intellectuele gevecht in Washington hebben gewonnen. Maar de neocons komen van ver. Als groep zijn zij in de jaren dertig in New York ontstaan, in een niche van het zeer linkse City College. De harde kern bestond uit (voormalige) Trotskisten zoals Irving Kristol, Gertrude Himmelfarb (zijn latere echtgenote) en Albert Wohlstetter. Na de Tweede Wereldoorlog onderscheidden zij zich door een virulent anticommunisme. Zij verzetten zich tegen de politiek van Henry Kissinger, die het bestaan van de Sovjet-Unie als een gegeven accepteerde en vooral op zoek was naar manieren om het communisme te accommoderen. Strategisch waren de neocons alles behalve naïef. Zij begrepen dat de kracht van een beweging wordt bepaald door vitale instituties: door een eigen tijdschrift (dat zij onder de bezielende leiding van Norman Podhoretz in Commentary kregen) en door leidende posities in denktanks in vooral New York (het Manhattan Institute) en Washington (het American Enterprise Institute). En de neocons waren sterk in het opsporen van voertuigen (horses) in de actieve politiek. Zij vonden die aanvankelijk in de persoon van de Democraat Henry M. Jackson, die in de jaren zeventig een interessante denktank om zich heen verzamelde in de personen van Richard Perle, Elliot Abrahams, Bernard Lewis, Albert Wohlstetter en Richard Pipes. Maar hun gouden moment brak natuurlijk aan met de regeringsperiode van Ronald Reagan, die de Sovjet-Unie tot ‘the evil empire’ bestempelde, de Verenigde Staten weer in een aanvallende positie bracht, en samen met mede-conservatieven Margaret Thatcher en paus Johannes Paulus II het communisme ten val bracht. Het waren ook neocons die Bill Clinton tot militaire acties in Bosnië, Haïti en Afghanistan inspireerden.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In diezelfde jaren negentig schreef William Kristol (zoon van Irving Kristol en Gertrude Himmelfarb) samen met Robert Kagan een artikel in Foreign Affairs onder de titel ‘Toward a Neo-Reaganite Foreign Policy’, waarin zij een pleidooi hielden voor een agressieve promotie van democratie in het buitenland. Het is dit gedachtegoed dat de Amerikaanse buitenlandse politiek onder George W. Bush na 9/11 is gaan bepalen. Toen zowel als nu worden de neocons bestreden door traditionele conservatieven die bang zijn voor een te dominante rol van de overheid, op welk terrein dan ook, en de in hun ogen imperialistische neigingen van Washington alleen maar betreuren.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het is nog maar de vraag wat het verband is tussen de filosofie van Leo Strauss en de politiek van de neoconservatieven. Toen Strauss in New York te horen kreeg dat hij was benoemd als hoogleraar in Chicago, rende hij de straat op, hield een taxi aan en vroeg de chauffeur hem onmiddellijk naar Chicago te brengen. Erg praktisch was hij dus niet, en naar directe uitlatingen over politieke kwesties zoekt men in zijn omvangrijke oeuvre tevergeefs. Bovendien stond Strauss zeer argwanend tegenover louter politieke oplossingen omdat deze de complexiteit van de problemen vaak ontkent of negeert. [11] De gedachte aan een imperium dat de militaire strijd tegen anti-westerse vijanden moet aanbinden, vinden we wel in zijn werk. En de morele helderheid die het neoconservatisme in de politieke discussie heeft gebracht, is ongetwijfeld de belangrijkste bijdrage die deze stroming heeft geleverd.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Neoconservatieven hebben zich opgeworpen als degenen die de verworvenheden van de westerse beschaving niet hebben willen relativeren, maar deze verworvenheden hebben benoemd en verdedigd, en daarmee in het uiterste geval het middel van de hard power niet schuwden. Een politiek van containment of appeasement jegens individuen, groepen of landen die de oorlog aan het westen verklaarden, hebben zij altijd en overla beslist van de hand gewezen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Maar de gedachte dat de post-historische stad van de liberale democratie overal ter wereld met macht en geweld kon worden gevestigd, heeft Strauss expliciet bestreden. ‘The prosperous, free, and just society in a single country or in only a few countries is not possible, in the long run: to make the world safe for Westen democracies, one must make the whole globe democratic, each country in itself as well as the society of nations’. Deze zin staat inderdaad in een van zijn boeken – en is door journalisten gretig aangegrepen om aan te tonen dat er een directe lijn liep van de enigmatische Strauss via zijn leerlingen naar de haviken die de Bush administratie hadden weten te veroveren. Maar de zin wordt voorafgegaan door enkele woorden die duidelijk maken dat de daarin verkondigde mening op een gegeven moment ingang had gevonden. En de zin maakt bij nader inzien onderdeel uit van een betoog waarin Strauss juist de mogelijkheid van een Hegeliaans einddoel van de geschiedenis en van de universele (federale) staat juist bestrijdt – in een discussie (zonder hem te noemen) met de Parijse filosoof Alexandre Kojève. [12] &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De beste verklaring, denk ik, voor wat er precies is misgegaan – bij deze overgang van het prudente Straussiaanse conservatisme naar het hybridische neoconservatisme – wordt geboden door de Amerikaanse conservatieve geleerde Mark Henrie van het Intercollegiate Studies Institute (Wilmington, Delaware). In een ongemeen helder artikel over het ‘straussianisme’ – een lemma in de recent verschenen encyclopedie van American Conservatism – stelt Henrie dat het Griekse woord politeia in deze kringen een belangrijke betekeniswijziging heeft ondergaan. Dat woord werd traditioneel vertaald met ‘constitution’ en duidde daarmee op de fijnmazige vervlechting van politiek en cultuur, waarbij cultuur werd gezien als een factor die vooraf gaat aan en daarmee dieper is dan politiek. De straussians, daarentegen, vertaalden politeia steevast als ‘regime’, en gaven dus een exlusief politieke vertaling en verklaring van een begrip dat in het klassieke denken nog zoveel gecompliceerder was geweest. Deze volgens Henrie ‘vulgar view’ stipuleerde aldus de soevereiniteit van de politiek over de cultuur, de gedachte dus dat politiek aan cultuur vooraf gaat en deze kan bepalen en herscheppen. Alleen vanuit deze revisie en de daaruit volgende gedachtegang is optimisme mogelijk over de kans van slagen van een project dat als inzet heeft om met militaire en politieke middelen elders op de wereld een nieuwe cultuur van democratie te vestigen. [13] &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De werkelijkheid bleek weerbarstiger, en de oorlog in Irak is een lastige reality check voor het neoconservatieve gedachtegoed gebleken. In die discussie zijn er neocons die – zoals Charles Krauthammer – de oorlog in Irak nog altijd een ondubbelzinnig succes noemen, er zijn er die alle problemen ontkennen, er zijn er – zoals William Kristol - die wel kritisch zijn maar de tegenslagen toeschrijven aan een gebrek aan committment (te weinig troepen) en er is Francis Fukuyama, die deze maand een boek publiceerde waarin hij het neoconservatieve gedachtegoed kritisch tegen het licht houdt. Het is niet zo dat Fukuyama het neoconservatisme als zodanig van A tot Z afschrijft. Wel is Fukuyama van mening dat sommige van zijn neoconservatieve vrienden – met name William Kristol en Bob Kagan – bepaalde ideeën uit dat gedachtegoed hebben misbruikt. Zij waren en zijn te optimistisch over de mogelijkheden van militaire macht. Ervan uitgaande dat Amerika de enige supermacht in een unipolaire wereld is, zou Amerika deze absolute hegemonie moeten aanwenden om elders op de wereld via regime changes democratieën te vestigen, en daarmee de voedingsbodem voor terrorisme te verwijderen. Volgens Fukuyama is de oorlog in Irak geëindigd in een debacle omdat democratie zich niet met geweld laat opleggen: de geschiedenis laat zich niet opjagen. [14] Democratie is altijd een langdurig en taai proces, waarin culturele tegenstand door interne ontwikkelingen moet worden overwonnen en waarin instituties moeten worden gecreëerd die de democratie schragen. &lt;br /&gt;De gekozen taktiek – waarin dus inderdaad werd verondersteld dat uit een verandering van regime een nieuwe (democratische) cultuur zou ontstaan – heeft niet alleen gefaald en geresulteerd in de dreiging van een langdurige burgeroorlog, maar heeft ook het krediet en de geloofwaardigheid van de Verenigde Staten verspeeld. Daarom hoopt Fukuyama op een nieuwe taktiek, realistisch wilsonianisme, die hard power niet schuwt maar daar alleen de toevlucht toe wil nemen wanneer soft power niet voldoet. Om de geloofwaardigheid te herstellen, zullen de Verenigde Staten zich weer meer multilateraal moeten oriënteren – maar dat herstel zal nog jaren duren, en in ieder geval om het einde van de regering Bush vragen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;IV. Het belang van prudent neoconservatisme voor Nederland&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;Hoe dit debat afloopt, en tot welke ontwikkelingen binnen het Amerikaanse neoconservatisme het zal leiden en of het een heroriëntatie in de Amerikaanse buitenlandse politiek tot gevolg zal hebben, is een vraag die wij nu nog niet kunnen beantwoorden. Voor een Nederlands publiek is een andere vraag misschien wel zo interessant, de vraag namelijk of het conservatisme zoals dat in Amerika is vormgegeven, ook in Nederland een factor van betekenis kan worden.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Over die vraag is men niet snel te pessimistisch. Zoals wellicht bekend, is vijf jaar geleden in Nederland een stichting opgericht, de Edmund Burke Stichting, die zich tot doel stelde het conservatieve gedachtegoed in Nederland uit te diepen en uit te venten – en zich daarbij sterk op het Amerikaanse conservatisme oriënteerde omdat het conservatisme daar intellectueel nu eenmaal het meest uitdagend is.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De poging het conservatisme in Nederland ingang te doen vinden is langs drie wegen beproefd. Ten eerste door de publicatie van boeken en artikelen, waarin het conservatisme als politieke filosofie onder het stof vandaan is gehaald, de belangrijkste thema’s en ideeën uit deze traditie zijn benoemd en beschreven, en de belangrijkste denkers opnieuw zijn gepresenteerd. Dit programma is tot op zekere hoogte niet zonder succes geweest. Het conservatisme is in Nederland, althans in bepaalde kringen, weer een politieke categorie die niet bij voorbaat raillerend tegemoet wordt getreden – wat in 2000 zeker nog wel het geval was. Dat het boek Geografie van goed en kwaad van de Leidse hoogleraar Andreas Kinneging tot het beste filosofieboek van 2005 is uitgeroepen, was toen nog volstrekt ondenkbaar.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De Edmund Burke Stichting heeft zich daarnaast, in de tweede plaats, vanaf het begin gerealiseerd dat het conservatisme uit de curricula van de universiteiten was geschrapt en dat haar onderneming zinloos was wanneer opnieuw een generatie studenten zou opgroeien zonder enige kennis van het conservatisme. Daarom heeft de EBS een studentenprogramma ontwikkeld met eendaagse conferenties, master classes, leesclubjes en zomerscholen, waarin een groeiende groep studenten met het gedachtegoed van het conservatisme is geconfronteerd en daarin – hier en daar – is ingewijd. Het was het mooiste en meest waardevolle wat de EBS heeft gedaan, en zal blijven doen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Maar toen gingen er stemmen op die zeiden dat we te intellectueel bezig waren en te zeer gericht waren op de lange termijn, en dat we het conservatieve denken nu al moesten concretiseren door het toe te passen op allerlei actuele maatschappelijke en politieke vraagstukken. Die wending resulteerde in oktober 2003 in de publicatie van het zo (maar nooit door ons zo) genoemde Conservatief Manifest, waarin de hoofdlijnen van een conservatieve politiek werden geschetst. Dat geschrift is ontvangen als een ultieme provocatie – en zo was het natuurlijk ook bedoeld. Alle thema’s die daarin aan de orde zijn gesteld, en die toen nog als ‘gevaarlijk’ werden ervaren, hebben sindsdien de voorpagina’s van alle kranten gehaald. In dat opzicht is de wending van de herfst van 2003 dus een succes te noemen. Daarna heeft de EBS tal van zogeheten public policy-seminars belegd, over zaken als culturele identiteit, onderwijs, defensie en buitenlandse zaken, belastinghervormingen, het subsidiestelsel, de gezondheidszorg en wat al niet meer.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Maar dit programma was gebaseerd op de veronderstelling dat het mogelijk zou zijn om de Nederlandse politiek, de bestaande politieke partijen, te beïnvloeden, sympathie te winnen voor conservatieve voorstellen en alternatieven, en binnen sommige partijen al dan niet reëel bestaande conservatieve vleugels zelfbewuster te maken en daarmee te versterken. Dat is achteraf een naïeve illusie gebleken, heeft daarbij de nodige interne turbulentie veroorzaakt, en heeft er uiteindelijk toe geleid dat de EBS sinds de zomer van vorig jaar tot haar core business – het conservatisme als cultureel-pedagogisch ideaal – is teruggekeerd.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;We hadden beter kunnen weten – juist door onze oriëntatie op het Amerikaanse conservatisme.&lt;br /&gt;Wie de geschiedenis van het Amerikaanse conservatisme bestudeert, stelt vast dat de inhoudelijke herontdekking en formulering ervan een proces van decennia is geweest. De beweging begon in het interbellum met verstrooide eenlingen als H. L. Mencken, Irving Babbitt, Paul Elmer More, Allen Tate, George Santayana en Albert Jay Nock. Een recente bloemlezing uit hun werk draagt de veelzeggende titel: Superfluous Men.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De grondslagen van het conservatisme als intellectuele beweging werden pas na de Tweede Wereldoorlog gelegd, en wel door drie boeken: Ideas have consequences door Richard Weaver (1948), The Road to Serfdom door Friedrich Hayek (1945), en The Conservative Mind door Russell Kirk (1953). Hun werk kreeg niet alleen een academisch vervolg, maar verbreedde zich tot een beweging met eigen tijdschriften en andere media, met educatieve instellingen waarin de Great Books-programma’s floreerden, en met conservatieve foundations die de financiële middelen verschaften die al dit werk mogelijk maakten. Zo ontstond een conservatief counter-establishment dat het intellectuele fundament en de infrastructuur in het leven riep waardoor de stap naar de politiek en de beïnvloeding zo niet dominantie van de Grand Old Party mogelijk werd. In 1964 was het nog te vroeg voor Barry Goldwater, maar het politiek genie Ronald Reagan kon in 1980 wel aantreden als conservatief president van de Verenigde Staten met een programma waarin het terugdringen van de rol van de overheid, belastingverlagingen, de bestrijding van het communisme en sociaal-conservatieve thema’s de belangrijkste thema’s waren. In haar bekende boek What I Saw At the Revolution heeft Peggy Noonan dat prachtig beschreven: hoe al die conservatieven, die allemaal bepaalde boeken hadden gelezen maar daar nooit met anderen over hadden kunnen praten, elkaar ineens in Washington troffen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De opbouw van een conservatieve beweging, intellectueel en politiek, is in de Verenigde Staten een organisch proces van decennia geweest, en het is een grote vergissing om te denken dat het mogelijk zou zijn om hier in Nederland alle ingrediënten van dat proces in een snelkookpan te kunnen stoppen en binnen vijf jaar klaar te stomen. Bovendien waren en zijn de culturele omstandigheden in de Verenigde Staten onvergelijkbaar veel gunstiger dan in Nederland of Europa. Het conservatieve gedachtegoed is met de geboorte en constitutie van het land gegeven. De opbouw van de samenleving, waarbij de lokale gemeenschap het uitgangspunt is en de politiek op hogere niveaus als aanvullend wordt beschouwd, gecombineerd met de lage(re) belastingen en de ruimte voor burgerlijke initiatieven en filantropie, hebben voor een maatschappij gezorgd die oneindig veel gezonder is dan de onze en waar waarheden die hier betoog behoeven – als er al de mogelijkheid tot zo’n betoog wordt gegeven – natuurlijk en vanzelfsprekend zijn.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In Nederland is het conservatieve gedachtegoed in de handen gevallen van (christen-democratische en liberale) partijen die al deze ideeën, vanzelfsprekendheden en gezonde vooroordelen volledig hebben verkwanseld. Vanaf het begin, halverwege de negentiende eeuw, is het conservatisme in de liberale pers verdacht gemaakt als bigot en reactionair, en die pers is daarin zo succesvol geweest dat de Nederlandse politicus Nolens een eeuw geleden al kon vaststellen dat de gemiddelde Nederlander liever een dief dan een conservatief wilde heten. En sinds de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw, toen de babyboomers en hun oudere fellow travellers erin slaagden om welhaast iedere Nederlander te doen geloven dat progressief samenviel met moreel goed en conservatief met moreel verwerpelijk, is het er natuurlijk allemaal niet beter op geworden.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Wat het conservatisme betreft, is het in Nederland dus geen vijf voor twaalf, maar kwart over drie ’s nachts – ondanks de eerder vermelde succesjes van de EBS. Voor hen die geloven dat een liberale democratie en een vrije markt economie niet zonder een cultureel en moreel fundament kunnen, en daarom geloven dat het conservatisme de pre-moderne noties moet aandragen die het liberalisme voor zelfmoord kunnen behoeden, is dat natuurlijk een pijnlijke vaststelling. Maar het is een feit dat de onkunde en het onbegrip in Nederland angstaanjagend groot zijn en een horror van verwatenheid voeden die iedere publieke conservatief het gevoel geven dat hij in Nederland met kiezels in zijn mond tegen de wind in staat te praten.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Vijf jaar EBS, vijf jaar conservatieve gedachtevorming in Nederland, hebben niet geresulteerd in een conservatieve infrastructuur – aan de universiteiten, in de media, in denktanks – die het fundament voor conservatieve politiek hadden kunnen leggen. Nergens heeft conservatisme zoveel bestaansrecht als in Nederland, maar het is er niet bijster levensvatbaar gebleken. Uit gebeurtenissen die defining moments hadden kunnen zijn, zijn in Nederland de verkeerde conclusies getrokken. Vandaar ook dat de EBS heeft besloten zich volledig op haar oorspronkelijke doelstelling te concentreren.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Als dit zo is – en het is zo – moeten we één feit niet over het hoofd zien. En dat is dat vermaledijde, al dan niet vermeende ‘gat op rechts’ in de Nederlandse politiek. Wanneer het waar is dat er een veenbrand van onrust en ontevredenheid onder de oppervlakte van de Nederlandse samenleving smeult, en wanneer het waar is dat die onvrede wordt ingegeven door teleurstelling over de uitkomsten van de moderniteit – en ik geloof dat het allemaal waar is – dan is het niet om het even wie zich opwerpt als de stem en belangenbehartiger van deze groep van ontevredenen. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In het licht van wat ik hier eerder heb gezegd over die ontevredenheid met de moderniteit en het daaruit voortvloeiende nihilisme in het Duitsland van de jaren dertig, en de transformatie van die ideeën in een extreem-rechtse / fascistische politiek, dan is op dit punt waakzaamheid geboden. Het zou ideaal zijn wanneer er een politieke beweging zou zijn die gestempeld zou zijn door het verlichte, gesofisticeerde conservatisme zoals dat door Leo Strauss is verwoord en door Winston Churchill is belichaamd. Zo’n partij zal de moderniteit als zodanig immers niet ter discussie stellen, maar wel de pathologieën opsporen die de bron zijn van de onvrede met die moderniteit, en vervolgens proberen die schaduwzijden van het moderne liberalisme met behulp van premoderne ideeën te corrigeren en te helen. Het neoconservatisme van Strauss en de goed geïnformeerde daadkracht van Churchill zijn een blijvende noodzaak. [15] &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Als zo’n partij niet bestaat of niet van de grond komt, wenkt een ander dreigend perspectief: dat van het ‘paniek’-conservatisme, dat een voorfase van rechts-extremisme kan zijn. Het woord ‘paniek’-conservatisme ontleen ik aan een conservatief politiek filosoof, die in 1938 debuteerde met een boek waarin hij het nazisme ontmaskerde als ‘a war against the West’. [16] &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Kolnai heeft het over ‘het contrarevolutionaire of fascistisch beïnvloede conservatisme van de paniek’. [17] Deze gedeformeerde vorm van conservatisme bestaat volgens Kolnai in leugen en bedrog, in irrationeel sektarisme, zelfaanbidding, en andere zaken, maar bovenal in de omverwerping van de rechtsstaat. [18] In feite gaat het om een pervertering van de democratie in een ochlocratie, de regering door de grote hoop, waarbij de ‘rule of law’ als eerste sneuvelt, wetteloosheid en geweld domineren, en die wordt beëindigd door de roep om een sterke man die zich uit wraak over zijn vroegere uitsluiting door de regerende klasse als een despoot zal ontpoppen. [19] &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De huidige situatie in Nederland is dus uitzonderlijk precair. Er is de dreiging van buiten van de anti-westerse ideologie van de islam in zijn politiektheologische uitwerking. Er is het verlammende relativisme dat ons van binnenuit bedreigt, en dat altijd uitmondt in containment en appeasement. En er is, bij voorlopige ontstentenis van een neoconservatieve beweging, de dreiging van een ochlocratie. Er staat op dit moment dus veel op het spel, en er wordt veel van ons gevraagd. ‘The price of freedom is eternal vigilance’, zei Thomas Jefferson al. En in een brief aan Schiller schreef Goethe: ‘De tijd waarin men leeft kan men niet veranderen. Maar men kan zich ertegen verzetten en gunstige ontwikkelingen voorbereiden’.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Dat ‘voorbereiden van gunstige ontwikkelingen’ kan vanuit het Straussiaans-neoconservatieve perspectief in eerste instantie alleen maar bestaan in het uitdragen van een cultureel-pedagogisch ideaal in de hoop op een nieuwe bewustwording en omslag in cultuur en mentaliteit. Vanuit datzelfde perspectief kan dat streven ook een politiek karakter krijgen – maar altijd met een zekere distantie en relativering. In de opvatting van Strauss is zelfs het meest ideale regime dat mensen hier op aarde zouden kunnen vestigen, onvolmaakt. ‘Eindige, relatieve problemen kunnen worden opgelost; oneindige, absolute problemen kunnen niet worden opgelost. Mensen zullen, met andere woorden, nooit een samenleving scheppen die vrij van contradicties is’. De relatie tussen de intellectueel en de politiek die uit dit inzicht voortvloeit, is voorbeeldig onder woorden gebracht door William Kristol. ‘Een van de belangrijkste dingen die je van Strauss kunt leren, is dat alle politiek beperkt is en dat geen enkele politiek werkelijk op de waarheid gebaseerd is. Er is dan dus een zekere filosofische houding die tot innerlijke onthechting van alle politieke gevechten leidt. Je neemt jezelf of jouw zaken niet zo serieus als wanneer je dacht dat ze voor 100 procent waar waren. Politieke bewegingen zitten altijd vol met partijgangers die voor hun opinies vechten. Met de waarheid heeft dat niets te maken’. [20] &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Noten&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;[1] Zie Jan Campert, ‘Lof van Walcheren’, in Verzamelde gedichten, 1922-1943 (Den Haag, 1947), pp.366-367; Johan Huizinga, Verzamelde werken II (Haarlem, 1948), p. 468 (uit: Nederland’s beschaving in de zeventiende eeuw, 1941) en p. 587 (‘Kortzichtige monumentenzorg’, oorspronkelijk verschenen in de Nieuwe Rotterdamsche Courant van 3 maart 1938).&lt;br /&gt;[2] Francis Fukyama, The End of History and the Last Man (New York, 1992), pp. 338-339 (= Francis Fukuyama, Het einde van de geschiedenis en de laatste mens (vierde dr.; z.p., 1999), pp. 361-362).&lt;br /&gt;[3] De gewelddadige jihad in Nederland: actuele trends in de islamitisch-terroristische dreiging (Den Haag, maart 2006).&lt;br /&gt;[4] Zie Ian Buruma en Avishai Margalit, Occidentalisme: het westen in de ogen van zijn vijanden (Amsterdam-Antwerpen, 2005). &lt;br /&gt;[5] Zie B. J. Spruyt, ‘Marianne en Mohammed met de fasces: de noodzaak van een aangescherpte handhaving van onze sobere oredening’, in Marcel ten Hooven en Theo de Wit (red.), Ongewenste goden: de publieke rol van religie in Nederland (Amsterdam, 2006), pp. 267-275.&lt;br /&gt;[6] Leo Strauss, ‘German Nihilism’, Interpretation XXVI-3 (1999) 353-378. Vgl. Pierre Manent, Cours familier de philosophie politique (Parijs, 2001), p. 269, noot 1, die deze lezing van Strauss ‘l’analyse la plus profonde du contexte spiritul du nazisme’ noemt.&lt;br /&gt;[7] J. de Kadt, Het fascisme en de nieuwe vrijheid (tweede druk; Amsterdam, 1946), p. 16.&lt;br /&gt;[8] Voor de tekst van de monumentale rede uit juni 1940, en de eerdere over ‘blood, toil, tears and sweat’ (13 mei 1940), zie Winston S. Churchill, Never Give In! (Londen, 2003), pp. 219-229 en 204-206. Voor de indruk die deze en andere speeches van Churchill op jongeren maakten, zie bijvoorbeeld John Keegan, Churchill (Londen, 2002), pp. 1-15.&lt;br /&gt;[9] De verwijzing is naar Vergilius’ Aeneis VI, 851-853: &lt;br /&gt;tu regere imperio populos, Romane, memento,&lt;br /&gt;hae tibi erunt artes, pacique imponere morem,&lt;br /&gt;parcere subiectis et debellare superbos.&lt;br /&gt;[10] Winston Churchill, The Second World War, I (Londen, 1948), p. v. Strauss koesterde een grote bewondering voor Churchill. Op de dag na Churchills overlijden herdacht Strauss hem tijdens een college in Chicago als een werkelijk groot, ‘indomitable and magnanimous’ staatsman, wiens boeken over zijn verre voorvader Marlborough hij ‘the greatest historical work written in our century’ noemde, ‘an inexhaustible mine of political wisdom and understanding, which should be required reading for every student of political science’ (The Weekly Standard V-16 (10 januari 2000)). &lt;br /&gt;[11] Leo Strauss, What is Political Philosophy? (Westport, 1959), pp. 115-116.&lt;br /&gt;[12] Leo Strauss, The City and Man (Chicago, 1964), p. 4. Fukuyama’s boek over het einde van de geschiedenis is in feite een commentaar op de discussie tussen Strauss en Kojève. Zie daarvoor: Leo Strauss, On Tyranny. Including the Strauss-Kojève Correspondence, Victor Gourevitch and Michael S. Roth (red.) (revised and expanded edition; Chicago, 1991).&lt;br /&gt;[13] Mark Henrie, ‘Straussianism’, in: Bruce Frohnen, Jeremy Beer and Jeffrey O. Nelson, edd., American Conservatism: An Encyclopedia (Wilmington, DE, 2006), pp. 821-826, aldaar p. 826 (verso). Fukuyama komt in zijn recente retractatio erg dicht bij deze opvatting van Mark Henrie uit: Fukuyama, America at the Crossroads, pp. 25-31.&lt;br /&gt;[14] ‘(Neoconservatives) believe that history can be pushed along with the right application of power and will.’&lt;br /&gt;[15] Zie ook Douglas Murray, Neoconservatism: Why We Need It (Londen, 2005).&lt;br /&gt;[16] Aurel Kolnai, The War Against the West (Londen, 1938).&lt;br /&gt;[17] Aurel Kolnai, ‘Conservative and Revolutionary Ethos’, in Aurel Kolnai, Privilege and Liberty, and Other Essays in Political Philosophy, Daniel J. Mahoney, ed. (Lanham, 1999), pp. 135-166, aldaar p. 141.&lt;br /&gt;[18] Email MV: private correspondence 1970.&lt;br /&gt;[19] Polybius, Historiae VI.3-10.&lt;br /&gt;[20] Nina J. Easton, Gang of Five: Leaders at the Center of the Conservative Crusade (New York, 2000), p. 183.&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/13055679-114495634923123246?l=metapolitiek.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://metapolitiek.blogspot.com/feeds/114495634923123246/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=13055679&amp;postID=114495634923123246' title='2 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/13055679/posts/default/114495634923123246'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/13055679/posts/default/114495634923123246'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://metapolitiek.blogspot.com/2006/04/de-verdediging-van-het-westen-door.html' title='DE VERDEDIGING VAN HET WESTEN door Bart Jan SPRUYT, Rooseveltlezing op OpenOrthodoxie.nl 12 april 2006'/><author><name>Metaposos</name><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><thr:total>2</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-13055679.post-114017052975443149</id><published>2006-02-17T10:59:00.000+01:00</published><updated>2006-02-17T11:02:10.086+01:00</updated><title type='text'>Discussiestuk 3: NAAR EEN NEDERLANDS PALEOCONSERVATISME - Een pleidooi voor een paleoconservatieve beweging in Nederland door Erik van GOOR</title><content type='html'>&lt;strong&gt;&lt;em&gt;"Er bestaat volstrekt geen kans dat de gewone Amerikanen ooit de macht zullen heroveren voor een voldoende lange tijd om het tij te keren tegen het multiculturalisme, positieve rassendiscriminatie (...) De anti-Amerikanen in beide partijen hebben bovendien de Amerikaanse soevereiniteit vernietigd door hun verliefdheid op de economische en politieke globalisering. (...) Het feest is voorbij, het is tijd om het einde vast te stellen. De strijd voor de Amerikaanse toekomst daarentegen is pas begonnen. (...) De Amerikanen hebben nog vele opties, al is geen enkele daarvan een politieke. Sommigen zullen bij hun biertje zitten wenen, anderen zullen hun leven vergooien aan haat zoals de White Power-bewegingen. Maar enkelen zullen dapper genoeg zijn om de toekomst onder ogen te zien en te beseffen dat de Westerse mens dit allemaal al eens eerder meegemaakt heeft en erin geslaagd is om enkele kostbare dingen uit de ruïnes te redden."&lt;/em&gt;&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Thomas Fleming in &lt;em&gt;Chronicles&lt;/em&gt;, november 2001.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Met bovenstaand citaat van dr. Thomas Fleming eindigt Koenraad Elst zijn breedvoerige analyse van het Amerikaanse paleoconservatisme [1]. Dit paleoconservatisme is volgens Elst om meerdere redenen opmerkelijk. Het weerlegt volgens hem niet alleen het beeld van Amerikanen die niet denken, het problematiseert ook de verhouding tussen christendom en conservatisme en eveneens de verhouding tussen "klassiek liberaal" denken en conservatisme. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het paleoconservatisme is echter om meerdere redenen - naast de door Koenraad Elst genoemde redenen - voor ons interessant. Juist in de bedding van het paleoconservatisme, en het aanverwante traditioneel conservatisme van bijvoorbeeld Russell Kirk en Claes G. Ryn, is de erfenis, en de daarin verscholen werkelijkheid, van het Oude Europa een levende werkelijkheid, meer nog dan bij ons in Europa. In Europa werd tijdens het Interbellum en tijdens de zogenaamde "omslag van de scheppende rede" [2] een duidelijke breuk geslagen in de Europese cultuur en traditie, onder meer door het trauma van de Eerste Wereldoorlog die een grote wond had veroorzaakt in de Europese ziel. Hierdoor konden denkstromingen als existentialisme en decisionisme diep doordringen in het gapende gat dat was ontstaan in de continuïteit van de Europese cultuur.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het meest opmerkelijke is echter dat er in het citaat van de Amerikaanse paleoconservatief Thomas Fleming, een bezwaar wordt gemaakt tegen het "multiculturalisme". Voor veel Europeanen klinkt dit bezwaar bizar in de oren, evenals in de oren van vele "liberale" (progressieve) en neoconservatieve Amerikanen. Is een Amerikaan met Europese wortels niet het toonbeeld van multiculturalisme? En komt hij voort uit een hele zwik verschillende culturen, terwijl hij indringer is geweest in een autochtone Indiaanse beschaving? En is de Amerikaanse geest niet doordrenkt met Verlichtingsdenken dat zich uitte in denkcategorieën als &lt;em&gt;ontwikkeling, vooruitgang en modernisering&lt;/em&gt;? [3]&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het is echter deze typering van de Amerikaanse cultuur geweest die niet zozeer aangaf wat de werkelijke cultuur van dit land was en wat de specifieke Amerikaanse cultuur oversteeg, maar die slechts liet zien hoezeer de intellectuele elite van zowel Amerika als van Europa zelf in Verlichtingstermen haar eigen beeld oplegde aan dit land, en daaraan de identiteit van Europa spiegelde. Deze houdgreep van liberalisme en Verlichting heeft lange tijd het werkelijke Amerika toegesloten en afgedekt en zelfs deels langzamerhand &lt;em&gt;naar dit Verlichtingsbeeld toe&lt;/em&gt; getransformeerd. Want door zichzelf consequent twee eeuwen lang als liberaal te zien, werden ook antiliberale mensen na twee eeuwen vanzelf "liberaal"; wie zijn werkelijke wortels maar lang genoeg negeert en vergeet, raakt vanzelf los.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het Amerikaanse paleoconservatisme, onder meer van de hierboven geciteerde Thomas Fleming, grijpt daarentegen consequent terug op prerevolutionaire en pre-Rousseauaanse opvattingen. Sinds de Verlichting, "Rousseau" en de Revolutie vatte in het Westen de opvatting post, als zou elke cultuur een toegesloten culturele en etnische eenheid zijn met separate gewoontes, religies en lichamelijke kenmerken. Wie consequent zo doorredeneert ziet dan vanzelf onoverbrugbare kloven tussen Europeaans en Indiaans of tussen "Brits" en "Duits". En onze tijd laat zien waar dit Verlichtingsdenken toe heeft geleid: tot een relativering van alles tot folkloristische eigenaardigheden en het grijpen naar "overstijgende" identiteiten die (direct) aan Verlichting en Modernisme zijn ontleend. Waar alles privaat is gemaakt, kan ieder zijn eigenaardigheid koesteren. Tenminste, zo &lt;em&gt;lijkt&lt;/em&gt; het.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het probleem is echter dat de Verlichte cultuur elke eigenaardigheid totaal vrij ziet van elke waarde en zich uiteindelijk zelfs ontwikkelt tot een systeem dat vijandig staat ten opzichte van elke specifieke culturele, religieuze en traditionele of etnische waarde. In onze tijd laten auteurs als Benjamin Barber en Paul Cliteur [4] zien dat het Verlichtingsdenken zich juist keert tegen elke vorm van relativisme door juist de "fundamentele Westerse (lees: Verlichte) waarden" als universeel en onopgeefbaar te zien. Tegenover islam en fundamentalisme stelt men geen relativisme, maar een universeel Westerse cultuur die weinig meer is dan een optelsom van een selectie van geschriften uit Klassieken, Humanisme, Verlichting en Modernisme. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Paleoconservatieven doorbreken deze schijntegenstelling. De werkelijke Clash of Civilizations is niet zozeer die tussen Islam en Westen, zoals de conservatieve "democratische" (!) Amerikaan Samuel Huntington enkele jaren geleden stelde in zijn gelijknamige bestseller [5], maar is een "clash" tussen een Westen dat zich als moderne, mondiale, liberale, globalistische en post-Verlichtingsbepaalde McWorld presenteert enerzijds en een Westen dat zich als continue Avondlandcultuur ziet anderzijds. Deze laatste "cultuur" ziet het universele waarin het Westen "superieur" zou zijn in iedere cultuur: van de Indiaanse tot de Taoïstische en van de Romeinse Republiek tot de Joodse cultuur. De Verlichting verbindt het universele aan abstracte waarden, het paleoconservatisme ziet het universele aanwezig in iedere concrete cultuur. In zijn The Morality of Everyday Life en Politics of the Human Nature verwijst Thomas Fleming daarom met even groot gemak naar Griekse bronnen als naar Indiaanse gebruiken [6].&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De paleoconservatieve insteek is dezelfde als die van het Oude Europa die mensen niet zag als totaal verschillende etniciteiten waar een abstract substraat aan kon worden ontleend, maar daarentegen zag als universeel één in afkomst en natuur, maar fundamenteel verscheiden in cultuur en samenlevingsverband (bijv. volk). Zo zag Joseph de Maistre, in tegenstelling tot de Verlichtingsdenkers, weliswaar geen "de Mens", maar alleen Fransen, Duitsers en (zo had Montesqieu hem "geleerd") Perzen, maar "nog nooit had hij een mens ontmoet". Toch bestreed ook dezelfde De Maistre dezelfde Verlichtingsdenkers door te wijzen op de universele oorsprong en natuur van de mens zonder daar echter een natuurtoestand in te zien [7].&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;a name='more'&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;De voortzetting van het "Old Europe" in de VS&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Deze denkwijze van het Oude Europa is dus in de periode rond Interbellum en WO II finaal afgebroken. Merkwaardigerwijs werd de cultuur van het Oude Europa echter wel voortgezet, maar dan wel in het zo ogenschijnlijke liberale Amerika. De wijze waarop dit gebeurde was nog niet meteen duidelijk, maar achteraf buitelen de voorbeelden van deze voortzetting over elkaar heen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Zo ook de volgende gebeurtenis. De Duitse staatsrechtgeleerde Carl Joachim Friedrich aanvaardde in 1936 een benoeming aan de Harvard University als hoogleraar in dienst van de Department of Government. Tijdens deze periode deed hij een wel heel merkwaardige vondst: het belang van een politiek meesterwerk dat in de vergetelheid was geraakt: de Politica van de zeventiende-eeuwse Duitser Johannes Althusius. Friedrich verzorgde de nieuwe uitgave in het Latijn en schreef er een voorwoord voor. Of Friedrich er zich van bewust was dat zijn keuze zo afwijkend was, weten we niet; het gebeurde: Althusius werd herontdekt om tot op de dag van vandaag onderdeel te zijn van de Amerikaanse paleoconservatieve traditie.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Op het moment dat vele Europese staatsrechtgeleerden tijdens het Interbellum, men denke aan Carl Schmitt en Hans Kelsen, de staatsrechtsideeën van Thomas Hobbes herontdekten, kwam Friedrich met een opponent van Hobbes in aanraking: Althusius. Terwijl Hobbes een voluntaristische i.c. decisionistische politiek voorstond in het teken van macht, beheersing en – vooral – de soevereine eenheidsstaat, ging Althusius uit van totaal andere principes: denkend vanuit de familie en de verbanden die daaruit voortkomen, en geheel in de lijn met confederale opvattingen uit de Middeleeuwen en de Spaanse school van Salamanca, hanteerde Althusius de idee van de beperkte staat die gedragen werd door de basis van verbanden als familie, stad, kerk of gilde die in sommige gevallen zelfs het recht op secessie hadden - iets waar Hobbes van zou gruwen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Terwijl de herontdekking van Hobbes doorwerkte in de machtspolitiek van Nazi-Duitsland, vond Friedrich de werkelijkheid van het Oude Duitsland - het Oude Europa - terug in de Verenigde Staten (afgezien van zijn interpretatie van Althusius, maar dit terzijde). Het was dan ook niet toevallig dat na het einde van de Tweede Wereldoorlog Carl Joachim Friedrich naar Duitsland terughaalde om mee te werken aan de denazificering en de staatkundige opbouw van de Bondsrepubliek Duitsland – die ironischerwijs werd gemodelleerd naar “Amerikaans” model. Op gelijke wijze deden de ideeën van een bekende van Friedrich: Wilhelm Röpke, zijn uitwerking in de economische wederopbouw van West-Duitsland onder Ludwig Erhard en Konrad Adenauer. Deze laatste van de “klassieke” economen dacht op economisch vlak “confederaal”. Niet de techniek, de economie of de wetenschap stonden bij Röpke voorop, maar de mens, zijn gemeenschap, de kleinschalige levensverbanden, het geloof en de traditie&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De verhalen van Carl Joachim Friedrich en Wilhelm Röpke staan niet op zichzelf. Amerika herbergde tijdens het Interbellum talloze gevluchte en geëmigreerde Europese denkers die protesteerden tegen het opkomende historicisme, existentialisme en decisionisme. Deze mensen raakten onder meer door de dreiging van het opkomende Nazisme in Duitsland en door de intellectuele en culturele malaise in Oostenrijk ten gevolge van de identiteitscrisis na het debacle van WO I en het uiteenvallen van de Donaumonarchie daarna, in de Verenigde Staten verzeild. Weer anderen bleven weliswaar in Europa, maar zagen na de Tweede Wereldoorlog hun leerlingen in de VS opstaan, en niet in het Oude Europa. Het is de ironie van de geschiedenis geweest dat het Oude Europa in de VS werd voortgezet. Hadden vele Europese intellectuelen, ook conservatieve, zich niet voortdurend denigrerend uitgelaten over dit liberale land? Zoals Johan Huizinga, Menno ter Braak, Groen van Prinsterer in Nederland. Maar ook Graf Hermann Keyserling en Martin Heidegger in Duitsland. De laatste sprak zelfs over het ontologische probleem Amerika.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Maar de namen en de bewijzen zijn dermate overvloedig dat er iets beschamends zit in het anti-Amerikanisme van genoemde lieden. Iemand die het bijvoorbeeld al op jonge leeftijd opnam tegen de hierboven genoemde Heidegger, Leo Strauss, raakte weliswaar volkomen vergeten in Europa, maar maakte school in de VS. Hetzelfde gold voor Eric Voegelin, of zelfs voor een Nicolai Hartmann die nota bene niet was gevlucht, maar toch de vergetelheid ingleed onder de stormram van het opkomende existentialisme, maar waarvan zijn drie-delige hoofdwerk over ethiek in een Engelse vertaling (nota bene van de Nederlandse dr. Andreas Kinneging!) opnieuw in Amerika is uitgegeven. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De lijst kan met talloze namen worden aangevuld: Wilhelm Röpke vluchtte naar Zwitserland en raakte via contacten rond de Oostenrijkse School (via de Mont Pelerin Society) en later met een blad als Modern Age blijvend bekend in de VS, terwijl hij vergeten raakte in Europa. Hetzelfde geldt voor de socioloog Helmut Schoeck, de dwarse politieke denker Erik Ritter von Kuehnelt Leddinh (via William Buckley van National Review), mannen als John Lukacs, Thomas Molnar (opvallenderwijze beide van Hongaarse oorsprong) en Jacques Barzun. Een theoloog als Emil Brunner die onder het theologische geweld van Karl Barth en Rudolf Bultmann, ondanks zijn gezonde politieke houding en zijn praktische insteek bij ons niet meer gelezen wordt, maar wel in de kringen rond het Amerikaanse Acton Intitute, net als oudere figuren als de Britse kardinaal John Henry Newman en de Nederlandse theoloog-staatsman Abraham Kuyper. Verder denken we aan de Franse conservatief-liberaal Alexis de Tocqueville en, niet te vergeten, Edmund Burke die vooral door de stichter van Modern Age, Russell Kirk, blijvend een voet aan de grond kreeg in het voorheen als liberaal gedoodverfde Amerika.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Neoconservatieve onwetendheid en een dubbele ironie&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Tijdens de zogenaamde "Tweede Golfoorlog" pleegden neoconservatieven als Donald Rumsfeld en Dick Cheney zich wel eens denigrerend uit te laten over het "Old Europe". Daarmee bedoelden ze de houding van landen als Duitsland en Frankrijk die niet mee wilden gaan in het voortschrijdende inzicht inzake veiligheid en vrede op deze wereld. De ironie is echter juist dat het "Old Europe" gezocht moet worden in de Verenigde Staten zelf. In Europa heersen Hobbes, Kant en Rousseau – zoals politieke denkers als Robert Kagan en Arend Jan Boekestijn ons hebben aangetoond. En in de Verenigde Staten ook, bijvoorbeeld bij de neoconservatieven zelf, getuige de geschriften van onder meer Felix Morley, Robert D. Kaplan en Claes G. Ryn. Maar in tegenstelling met Europa is het in de Verenigde Staten geen Reinkultur van Verlichtingsdenken en (neo-)Jacobinisme. Naast de erfenis van Verlichting en Revolutie, is het ook de erfenis van het Old Europe, van Althusius, Montesqieu, Augustinus en Aquino, die is voortgezet in de Verenigde Staten zelf. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Maar de voortzetting van het “Old Europe” in de VS is niet de enige ironie die de geschiedenis in dezen kent. Even ironisch als de voortzetting van de ideeën van hen die Amerika verafschuwden in datzelfde land, is het verhaal rond het “succes” van deze “Oude Europeanen” in dit land. Dat veel Europeanen in de VS terechtkwamen is makkelijk te verklaren: door de opkomst van het Nazisme en de teloorgang van diverse Europese culturen, met name die van de Donaumonarchie. Maar minder bekend is de verklaring van het feit dat wetenschappers als Heinrich A. Rommen en Carl J. Friedrich zoveel weerklank hadden en hebben in dit “land van onbegrensde mogelijkheden”.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De komst van veel Europeanen in de VS viel samen met de New Deal van F.D. Roosevelt. Dit beleid van Roosevelt was er op gericht om alle Amerikanen erbij te laten horen. Ook alle groeperingen die tot dan toe in de periferie van de officiele Amerikaanse cultuur hadden geleefd. Deze hoofdstroom was tot dan toe te beschrijven als Wasp (White Anglo-Saxon Protestant), Episcopaals en “New England” i.c. “North-East”. Tot aan de Eerste Wereldoorlog was deze hoofdstroomcultuur nog geheel op Europa gericht geweest. Sinds – en door – deze oorlog zou dat veranderen. De bonte mengeling van seculier-protestants democratisch messianisme (“to make the world safe for democracy” – Wilson) en kapitalisme bracht na het echec van doorgeslagen kapitalisme (de beurskrach in 1929) nog eenmaal een oude familie naar voren die met een schijn van klassiek vaderschap het land wilde transformeren: Franklin Delano Roosevelt. Zijn politiek van New Deal emancipeerde en mobiliseerde zowel Ieren als andere Rooms-katholieken, en verder mensen uit het Zuiden, het Westen en het Midden van de VS.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Met de New Deal zaagde Roosevelt echter aan de poten van zijn eigen stoel; het waren juist de door hem, van zichzelf bewust gemaakte, perifere groepen die vanaf dat moment de culturele hegemonie van de seculier-protestants liberale New England cultuur zouden doorbreken. De gevolgen lieten niet lang op zich wachten. De geëmancipeerde grassrootsconservatieven uit de Heartland, die tot die tijd in het geheel zichzelf niet als “conservatieven” zagen, waren een dankbare voedingsbodem voor de opkomst van een beweging die de eigen wortels koesterde, en die later – na Joseph McCartey en Barry Goldwater - als “conservatief” kon worden benoemd. Tal van “leiders” kwamen boven drijven: William Buckley, Russell Kirk en de legendarische “Soutern Agrarian” Richard M. Weaver die door sommigen wel als de Amerikaanse Joseph de Maistre kan worden gekenschetst. Tegelijkertijd ontstond er een hernieuwde aandacht voor klassieke onderwijssystemen, die het tegen moderne ideeën van onder meer John Dewey op konden nemen, zoals het Middeleeuwse Trivium, in zelfstandige Colleges of Art en andere privé-instellingen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De vraag is nu: is wat in de Verenigde Staten is gebeurd, ook mogelijk in Europa, en in ons geval: in Nederland? En als het mogelijk mocht zijn om zoiets in gang te zetten, zegt dat dan iets over het “succes”? Want ook in de Verenigde Staten was en is het Verlichtingsmodernisme de hoofdstroomcultuur, ook bij de neoconservatieven van Bush Jr. c.s. Sommigen zijn geneigd om de eerste vraag – en daarmee de tweede – te ontkennen. Volgens hen is de situatie in Amerika niet te vergelijken vanwege het minder geseculariseerde karakter van dit land, in vergelijking met Europa. Dit punt moge waar zijn, maar het kenmerkende van het paleoconservatisme is juist dat het weliswaar een sterke orthodox joods-christelijke pijler heeft, maar tegelijkertijd niet uitsluitend joods-christelijk is. Amerika laat ons ook zien dat christendom geen garantie is voor stevig conservatief denken; het zijn niet in de laatste plaats veel evangelicals [8] die de Verlichtingspolitiek van George W. Bush Jr. en de zijnen steunen!&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;De paleoconservatieve paradox&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het paradoxale dat in de oproep om een paleoconservatieve beweging in Nederland ligt, is echter dat het niet alleen en zelfs niet zozeer de spiegelfunctie van de Amerikaanse paleoconservatieven is die ons ten voorbeeld kan stellen - deze reden zou gemakkelijk weerlegd kunnen worden met een beroep op het verschil tussen beide landen, Nederland en de Verenigde Staten. Nee, het paradoxale is juist dat het niet zozeer het voorbeeld is dat ons verder kan helpen, maar dat het paleoconservatieve "denkraamwerk" wel eens de enige mogelijkheid zou kunnen zijn om het Europese i.c. Nederlandse klassieke en rechtse denken uit het slop te halen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Meer nog dan in de Verenigde Staten zijn bij ons de klassieke kanalen verworden of afgevallen van hun taak: de Kerk, de Academie, de Elite, de Monarchie en de Opinieleiders. Veel oude stromingen als christendom en liberalisme zijn verworden tot zichzelf: loutere opeenhopingen van bijzondere uit elk verband gerukte samenraapsels zonder enige affiniteit met historische, constitutionele en natuurlijke fundamenten. Op elke denkstroming en op elk instituut zou een hyperkritiek op zichzelf van toepassing kunnen zijn: in hoeverre heeft het hyperchristelijke karakter van veel christelijke instelling niet juist de identiteit (christelijke identiteit) vernietigd? En vergelijkbare vragen zouden te stellen zijn in de richting van bijvoorbeeld een denkstroom als het liberalisme, of aan instellingen als bijvoorbeeld de monarchie, de politieke partij of aan de rechtsstaat.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Zonder de leerstellige zijde van bijvoorbeeld het christendom ook maar enigszins aan te willen vallen (integendeel), dienen we toch vast te stellen dat het christendom als historisch concrete manifestatie niet meer voldoet om als basis te dienen voor een restauratie van de oude orde. Juist het christendom is bezig met zichzelf af te rekenen, zoals Joop den Uyl eens scherpzinnig opmerkte [9]. Juist het christendom zelf is de grootste bedreiging voor zaken als het gezag van de Bijbel en van de dogma's van haar geloof.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Zoals gezegd, geldt wat voor het christendom geldt ook voor andere stromingen en geldt het zelfs voor de instellingen op bijvoorbeeld staatkundig vlak. Want is een denken dat bijvoorbeeld het democratisch stelstel - als algemeen aanvaarde common sense in onze cultuur - als verondersteld fundament hanteert nog wel in staat zichzelf te verstaan? Verklaart zo'n denken niet datgene wat los is gemaakt van ieder fundament tot fundament zelf? En leidt bijvoorbeeld een democratisch denken, zoals de Russische schrijver Berdjajev zegt, niet tot honger naar de aantallen, en degradeert het de waarheid niet naar een zaak van het getal? Alsof iets meer waar is als er meer mensen achter staan?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Wanneer iemand in staat is abstracte constructies zoals democratie als fundamenten voor zijn eigen denken op staatkundig en ander vlak te hanteren, dan is zo'n persoon niet zozeer een potentiële bondgenoot van iedere rechtgeaarde klassieke mens - want een fundamenteel denker - maar eerder een gevaar voor zichzelf en voor zijn omgeving. Wie zijn moraal laat afhangen van "de loterij van de stembus" (Jorge Luis Borges) heeft namelijk zelf geen moraal. En als iedereen zo denkt is er geen moraal meer, maar alleen een willekeurig proces dat mensen "moreel" in een bepaalde procesmatige richting duwt. Men denke hier aan bepaalde wetenschappelijke ontwikkelingen zoals bijvoorbeeld inzake de eugenetica.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Nu bevinden we ons in een cultuur waarin het geschetste gevaarlijke menstype de touwtjes in handen heeft. Zelfs de meeste traditionele, christelijke en klassieke mensen hebben in de wortel van hun denken een tik meegekregen. Zelfs als zo iemand op de meest rechtzinnige wijze verklaart dat hij of zij een christen (of een conservatief) is, dan nog beseft deze mens niet dat hij of zij totaal iets anders bedoelt: een verchristelijking (of conservering) van datgene dat zich juist van het christelijke (of pre-conservatieve) heeft losgemaakt.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Het paleoconservatieve alternatief&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Als zoveel voor de hand liggende wegen falen en ons voortdurend teleurstellen, kunnen we dan stellen dat het paleoconservatisme ons wèl de verborgen, vergeten en verworpen wegen toont om ons in de huidige malaise staande te blijven? Reikt zij dan wel een gefundeerde, realistische en gerechtvaardigde (!) hoop aan om te kunnen blijven koesteren? Tot herstel van de oude orde? Wij menen van wel. De analyse die verder reikt dan de gegevenheden, en een methode die inzet buiten de gevestigde structuren (niet orde!) van partijen en academies om; met andere woorden: de insteek bij de puinhopen van een verwoeste en vermolmde cultuur, gepaard gaande met het aanvaarden van het verliezerschap zonder het karakter van strijdbaarheid te verliezen, maken dat het paleoconservatisme een spiegel voor ons is.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Juist de Amerikaanse tegenstelling paleoconservatief versus neoconservatief laat treffend een andere tegenstelling zien: die tussen het Oude en het Nieuwe Europa. Juist in deze tegenstelling zien we de verwordenheid van de Europese cultuur. De onverwoestbare cultuur van het Europa van voor 1914 [10] hebben wij verwoest en gedegenereerd tot iets weerzinwekkends. Tot een cultuur waarin we trots zijn op de vrijheid om met een opzichtige SUV onze wekelijkse boodschappen te doen en met een terreinwagen onze hond uit te laten, terwijl we in een handomdraai in staat zijn de eigen kinderen in de steek te laten voor een zoveelste "authentieke, echte liefde" opgedaan in een ranzige club. Een cultuur waarin we onze oudjes laten wegrotten en in staat zijn ons potentiële nageslacht te aborteren, maar ondertussen weg te zwijmelen bij de aankoop van een felbegeerd plasmascherm?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De vraag in hoeverre wij in Europa nog verbonden zijn met de wortels en de bodem van het Oude Europa wordt zichtbaar gemaakt in de Verenigde Staten van Amerika. Het weerzinwekkende neoconservatisme als perversie van de Westerse cultuur staat daar lijnrecht tegenover het echte leven: dat wat de paleoconservatieven koesteren. In het beeld van het neoconservatisme zien we wat wij worden als we doorgaan op dezelfde weg: managers en ambtenaren die jongens naar het slagveld sturen om "te sterven voor een goede zaak die ze niet begrijpen" terwijl onze kinderen "gelukkig" een andere "carrière" hebben "gekozen".&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De Amerikaanse paleoconservatief stelt ons de vraag of wij nog wel vertrouwen op dat wat we zijn en dat wat we hebben: karakter, historie, cultuur, geloof, familie, gemeenschap en grond? Deze stelt ons de vraag in hoeverre wij nog ons vertrouwen stellen op de dingen die echt zijn, en niet op wankele bondgenoten van klassiek-liberale en neoconservatieve snit? De paleoconservatief bepaalt ons bij de vraag hoe vaak wij niet het initiatief uit handen hebben gegeven aan deze onbetrouwbare mensen, om daardoor een grondhouding te hebben aangeleerd van een "tweederangsburger" te zijn die een "minoriteitspositie" inneemt?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het Amerikaanse paleoconservatisme kan worden beschouwd als het zichzelf opnieuw gedefinieerde conservatisme ten overstaan van een neoconservatieve hoofdstroom. Maar het is meer dan dat. Was de Old Right nog gefocust op het conserveren van oude waarden en het richten op een burgermansmoraal waarin kapitalisme, isolationisme en christendom belangrijke componenten waren, het Paleoconservatisme kan niet simpelweg worden gezien als een voortzetting van deze Old Right. De voortschrijdende tijd heeft het problematische karakter van veel zaken doen laten zien. Kapitalisme, christendom en burgerlijke moraal bleken niet bestand tegen de vloedgolven van de Nieuwe Tijd. Zelfs kan en moet worden gesteld dat genoemde zaken wel eens mede de oorzaak zijn geweest van de grote culturele, sociaal-economische en religieuze malaise waarin onze Westerse cultuur zich bevindt.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Cultuur&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De middelen om zich te verweren tegen de culturele hoofdstroom van liberalisme, globalisme en moreel relativisme zijn uitermate schaars. Niet alleen in de Verenigde Staten zijn de academies toegesloten voor rechtse, conservatieve en "paleo" krachten, ook in landen als Groot-Brittannië is dat het geval. Illustratief is de emigratie van de Engelse conservatief Roger Scruton naar Virginia om daar boer te worden en die van Theodor Dalrymple naar het platteland van Frankrijk "omdat daar alles twintig jaar later gebeurt". In diens America the Virtuous pleit de amerikaans-Zweedse (Rooms-katholieke) traditioneel-conservatieve Claes G. Ryn dan ook niet voor niets voor aandacht voor deze zwakke plek van het conservatisme. De geschiedenis leert volgens hem dat cultuur niet en niet uitsluitend door grassroots kan worden gedragen; instituties zijn van levensbelang.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Daarmee denigreert Claes G. Ryn niet deze grassroots. Deze vormen de preconditie om tot sterke instituties te komen. Familie, grond (property), buurt, wapenbezit, gemeenschap, werk en geloof zijn noodzakelijke voorwaarden om tot gezonde, krachtige en sterke zelfredzame gemeenschapsmensen te komen. Maar al deze sterke en goede zaken zijn ontoereikend om zichzelf in stand te houden. Zonder instituties als "Recht", "Academie", "Elite", "Kerk" en "Huwelijk" vallen alle goede zaken ten prooi aan de ongebreidelde zelfzucht van mensen die juist door neoconservatieven en klassiek-liberalen de motor is van hun denken en hun maatschappijvisie.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Nu kan de traditionele Amerikaanse conservatief Claes G. Ryn kan dan wel pleiten voor een herovering van de universiteiten omdat een cultuur van grassrootsconservatism zich nooit kan handhaven zonder de academie; maar zie er maar eens tussen te komen. Niet alleen is de academie toegesloten, ook de inhoud van de wetenschap is verschoven. Niet meer bepaalt de houding van onderdanigheid aan Traditie en Wijsheid en de dienstbaarheid aan land, volk, geloof en zeden haar houding. Daarvoor in de plaats is er een abstract, onpersoonlijk door management en sciëntisme bepaalde houding die de moderne wetenschap beheerst. Zij het hoogstens aangevuld met een kleine tot fikse dosis engagement of spirituele bevlogenheid. De houding van onbevooroordeeldheid, maakbaarheid en falsificeerbaarheid heeft de wetenschap tot op het bot vervreemd van het paleoconservatieve ideaal.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Dit ideaal is namelijk geen ideaal in de moderne zin des woords, maar is een nastreven van de werkelijkheid zoals die is, in de kennis dat we deze werkelijkheid toegesloten hebben. Altijd hanteert de paleoconservatief het "primum vivere, deinde philosophari" - "eerst het leven, dan de filosofie" [11]. De paleoconservatief hanteert dit adagium zowel inzake de wetenschap, de theologie als de politiek. Gewoonte, traditie, common sense en common beliefs hebben het primaat. Alles wat daarbij komt, zoals bijvoorbeeld wetenschap en cultuur, is begrensd en heeft slechts een beperkte waarde: ter versterking van het reeds bestaande en nooit (!) ter maakbaarheid van een betere samenleving. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Wie neoconservatief of klassiek-liberaal is, is al gauw een witte raaf op de academie - men denke aan hoogleraren als Afshin Ellian en Paul Cliteur - maar ook deze witte raven blijken al snel tegenstanders te zijn van elke rechtgeaarde paleoconservatief. Claes G. Ryn zei over de vergelijkbare Amerikaanse situatie dat op een liberale universiteit een neoconservatieve professor al gauw een hoopvol conservatief geluid lijkt te vertolken, maar wie beter luistert, hoort niet zozeer een conservatief geluid dat terug wil keren naar de orde, maar een geluid dat de zogenaamde verworvenheden van de Verlichting wil verdedigen tegen postmodern relativisme en contraproductief traditionalisme. Slechts op de kleine, zelfstandige, vaak private onderwijsinstellingen bestaat in de VS de kans een werkelijk conservatief geluid op te vangen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;De situatie in Nederland&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In een land als Nederland is, zoals gezegd, de situatie nog minder rooskleurig dan in de Verenigde Staten. Het complex van MPP (Monarchie en Politieke Partijen), Wetenschap en Cultuur, Economie en Media is een groot amalgaam van verdediging van de sociaal-democratische verwerking van de Verlichtingserfenis met onder de postmoderne façade een harde libertijnse ondergrond. Wie goed naar Hirsi Ali, minister Verdonk en Frits Bolkestein luistert, proeft de mix van humanisme en Verlichting met in het "gunstigste" geval nog zoiets als een "Klassieke" component, zoals bij Frits Bolkestein [12].&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De sociaal-economische instellingen worden bepaald door het product van het onderwijs van de afgelopen decennia. Dit onderwijs heeft op grote schaal een "managerial" type mensen [13] - procesdenkers - afgeleverd die vervreemd opereren van product, bedrijf, medewerkers, vestigingsplaats en sociaal-cultureel-religieuze context. Hier doemt onontkoombaar het beeld op van de moderne onderwijsinstellingen als ontwortelingsfabrieken in onze cultuur.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het moderne onderwijssysteem stimuleert een gespletenheid in de mensen tussen publiek en privé, tussen markt en privé en tussen instrumenteel denken en opereren enerzijds en anderzijds de bewogenheid i.c. het engagement dat zich uit in giften aan rampgebieden, verantwoord ondernemerschap en dergelijke. Dit dualisme is de erfenis van de moderniteit (o.m. Hegel), en het is dit dualisme dat elke vorm van "neo-denken" - hetzij neoconservatief, hetzij neo-orthodox - zo ongrijpbaar maakt. De hoop, de moraal en de perspectieven "functioneren" wel, in die zin dat ze worden uitgesproken en dat er iets mee gedaan wordt, maar het is niet per definitie (!) op "concrete" situaties gebaseerd c.q. vastgeklonken met deze concrete situaties.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Politiek kan deze ongefundeerde hoopvolle wijze van overleven gestalte krijgen in een partijpolitieke vorm, religieus kan het vorm krijgen in een geloofsgemeenschap of kerkformatie. Het ongrijpbare "neo"-denken vereenzelvigt de werkelijkheid met de overlevingsconstructies die het mogelijk maken op de been te blijven in een postrevolutionair en post-Verlichtingstijdperk. Aan deze mensen heb je iets zolang het gaat om theoretische of academische discussies over persoonlijk aangehangen en doorleefde waarden, maar in een oorlog - of culture-war zoals in de VS - heb je niets aan deze neo's: men staat pal voor eigen onderwerping en is flink het erop uit sturen van troepen naar Afghanistan of Irak, maar de juwelier die met zijn eigen wapen een roofovervaller neerschiet, wordt door hen zonder pardon aan het kruishout genageld: het "recht" moet immers zegevieren.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Religie&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Koenraad Elst slaat de spijker op de kop wanneer hij bij de paleoconservatieven constateert dat deze de mythe van de Evangelical Movement doorprikken als een religieus fenomeen dat doorspekt is met entertainment en poppsychologie, maar ondertussen een knieval maakt voor links; Koenraad Elst: "de Christian Coalition loopt braaf in de linkse pas inzake de talloze controverses over immigratie, sociale zekerheid, ras en multicultuur" [14]. Sommige paleoconservatieven, zoals Joe Sobran en Thomas Fleming zijn daarom overgestapt naar het Rooms-katholieke kerk, om binnen deze kerk te pleiten voor de Latijnse mis, de Traditie en de lex naturalis, anderen gaan verder terug in de traditie en worden Oosters-orthodox. Nog weer anderen, zoals Samuel Francis, plaatsen vraagtekens bij het christendom zelf, door te stellen dat het christendom eeuwenlang de westerse samenleving geschraagd heeft, maar dat het in de twintigste eeuw een factor van ontbinding en afbraak geworden is, dat bij Europeanen alle zelfrespect en zelfverdediging afkeurt [15].&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De onderhuidse ontwikkelingen in de Verenigde Staten om tegen de stroom van mega-churches en charismatisch christendom zich opnieuw te oriënteren op oude liturgieën, Oosterse Orthodoxie en (binnen de Southern Baptists) op het Calvinisme, mag opmerkelijk genoemd worden. Met name de paleoconservatieve houding van mensen als Fleming en Sobran doorkruist de algemene opvatting dat christenen slechts zouden moeten kijken of de boodschap in de kerk overeen komt met die in de Bijbel en door eigen geloof en ervaring bevestigt wordt. De paleoconservatieve gelovigen laten zien dat het oude christendom niet "los verkrijgbaar" is, maar een organische samenhang van leven, traditie, gemeenschap, historie en geloof en openbaring. En waar men in Europa haast alle "staats-" en "landskerken" heeft ontmanteld, zijn er in de Verenigde Staten dus christenen die ingaan tegen de eigen zogenaamde traditie van "free churches".&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De kritiek van diverse paleoconservatieven snijdt pijnlijk diep in het vlees van het Europese christendom dat nog verwordener is dan het Amerikaanse. Kun je in de Verenigde Staten nog binnen een Rooms-katholieke Kerk pleiten voor terugkeer naar de Traditie en kun je in dat land nog lid worden van een vitale Oosters-orthodoxe kerk, in Europa - en met name in Nederland - zijn deze keuzemogelijkheden totaal afwezig. De Oosterse orthodoxie stelt weinig tot niets voor, en de grote kerken, Rooms-katholiek en protestants, zijn verworden tot ontmoetingsplaatsen van losgeslagen vrouwen, homoseksuelen en allochtonen, met hier en daar wat eilandjes van wereldvreemde spiritualisten die vol bewogenheid omzien naar asielzoekers en andere verschoppelingen, maar ondertussen een stille haat i.c. minachting koesteren voor al het gezonde mannelijke, traditionele vrouwelijke en sterke natuurlijke van de oude, klassieke mens.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Normale mensen - normale mannen en vrouwen - horen niet thuis in de huidige Nederlandse kerken, laat staan mensen die tot paleoconservatieve inzichten zijn gekomen. Dat zelfrespect en zelfverdediging in de Nederlandse kerken niet tot nauwelijks te vinden zijn is met name beschamend vanwege het feit dat in ons land de kerk historisch verbonden is en is geweest met het ontstaan van ons land en de grondslag ervan. En deze zaken zijn niet gebeurd buiten zelfverdediging en zelfrespect om. De kerk heeft zich dus niet zozeer afzijdig gehouden van het ruigere reilen en zeilen van ons land, maar ze heeft zich er doelbewust van afgekeerd.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Maar zoals zelfs een Samuel Francis zich, ondanks zijn scepsis ten aanzien van het christendom, niet los kon maken van zijn trots op zijn Schots-Ierse puriteinse voorouders [16], zo schuilt zelfs achter de verwerping van het christendom door sommige paleoconservatieven juist een dubbelzinnig liefde tot datgene wat volgens de christenen weliswaar niet (meer) christelijk genoemd mag worden, maar dat wel onmiskenbaar verknocht en verbonden is geweest met het werkelijke historische en concrete christendom.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;En wij dan?&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De aandacht voor paleoconservatisme in de Verenigde Staten is voor ons geen doel op zich. Wij zijn geen Amerikanen, maar Europeanen. Wij leren niet alleen van wat zij "goed" hebben gedaan, of van wat van onze Oud-Europese erfenis daar bewaard is gebleven, wij zien ook hun fouten. En dit laatste ondanks alle fouten die we bij onszelf zien. Juist onze fouten kunnen het ons mogelijk maken ook die van hen te zien. Door te leren van de verwoestende werking van het Europese imperialisme in de geschiedenis, kunnen we ook lessen trekken met betrekking tot het Amerikaanse imperialisme van dit moment.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ondanks dat Amerika volgens een Martin Heidegger een ontologisch probleem is, is het misschien wel juist dit land dat nog iets toont van de diepere lagen van het Oude Europa: Christendom, Teutonendom en klassieke inzichten. Iemand die deze verschillende bronnen goed in kaart heeft gebracht, is Russell Kirk in zijn The Roots of American Order, waarin hij onder meer spreekt over de Anglo-Saxon inbreng in de Amerikaanse cultuur (London), naast die van "Rome", "Jeruzalem" en "Philadelphia" [17]. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Zonder op deze plek en in dit stadium ook maar enigszins uitputtend te willen zijn, wil ik toch enige punten weergeven waarin het paleoconservatisme wel eens van groot belang voor ons zou kunnen zijn:&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;1)&lt;/strong&gt; De paleoconservatieve Kritiek op neoconservatisme en op het monsterverbond tussen religieus rechts en dit neoconservatisme leert ons iets zien van de aard van het neo-orthodoxe christendom dat - zonder dat iedereen zich daar zo bewust van is - heeft verwijderd van het christendom van voor de Verlichting.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;2)&lt;/strong&gt; Het paleoconservatisme kan ons leren het potentieel te ontdekken van een denken als onderstroom en fundament dat niet zozeer is gelegen in de bewuste en geuite opvattingen, maar in de minder snel aantastbare structuren in de natuur, de psyche, en - zelfs - het ontologische zoals de geschiedenis dat kan illustreren. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;3)&lt;/strong&gt; Het Amerikaanse paleoconservatisme stelt ons voor de vraag hoe "moderne" paganistische vormen van conservatisme, zoals het Frankfurter Schule-conservatisme, zich verhouden tot het "oude" en "klassieke" conservatisme.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;4)&lt;/strong&gt; Het paleoconservatisme leert ons zien dat het mogelijk is, en zelfs noodzakelijk, dat paleo-orthodoxen, paleo-libertariërs, Nouvelle Droite-geïnspireerde conservatieven en andere traditionalisten samenwerken en gezamenlijk tot een (intellectueel) front kunnen komen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;De taaie natuur&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Met name het tweede punt is het waard om te benadrukken: de al dan niet taaie blijvende werkelijkheid van de natuur i.c. de orde. De twijfel aan de mogelijkheid de oude orde te herstellen, en zelfs het vermoeden dat de natuur wel eens niet zo onaantastbaar zou zijn als men in oudere tijden aannam, doet in onze tijd vele Europese conservatieven in de armen van libertarisch en neoconservatief (klassiek-liberaal) denken vluchten. C.S. Lewis, niet de eerste de beste, was het die openlijk twijfelde aan de onuitroeibare nature. En in ons land sprak enige tijd geleden de conservatief Bart Jan Spruyt woorden uit in gelijke strekking [18].&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Men vergeet daarbij echter wel een paar belangrijke zaken:&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;- Onze tijd vraagt, in het licht van externe en interne dreigingen, de noodzaak van vitaliteit en viriliteit van de Westerse cultuur, en daarmee om een kracht tot verdediging die nu niet in voldoende mate voorhanden blijkt te zijn. &lt;br /&gt;- Dat veel niet-conservatieven zoals Sloterdijk, maar ook in de ecologische beweging de weg terug tot achter het (post-)modernisme wel durven te maken. &lt;br /&gt;- Dat we het ons niet kunnen veroorloven onze plaats in het leven, en daarmee onszelf, uit handen te geven aan de krachten van de moderniteit die er op uit zijn alles te vernietigen wat ons dierbaar en waardevol is. Men onderschat met andere woorden, het kwaad in de ander, in zichzelf en dat er is aangericht. &lt;br /&gt;- De kennis die we hebben verhindert ons voor het overleven in plaats van het leven zelf te kiezen. En het verhindert ons te stoppen met het uitdragen van deze kennis. &lt;br /&gt;- We zijn verantwoording schuldig over onze daden aan onze voorouders, aan onze kinderen, aan onszelf, aan God en aan de onwetenden. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In het licht van bovenstaande punten is het onbegrijpelijk dat mensen die voorheen conservatief en/of klassiek en/of orthodox denken of dachten het primaat van de werkelijkheid uit handen hebben gegeven aan het liberalisme en daarmee het initiatief van denken en handelen in onder meer politiek, cultuur en kerk.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Gegeven het feit dat haast alle orthodoxe, conservatieve en klassieke mensen, groeperingen en stromingen zich te hebben lijken neergelegd bij de liberale schijnwerkelijkheid, en daarmee de strijd hebben opgegeven, zullen er twee conclusies moeten worden getrokken. Ten eerste: de benodigde beweging zal een andere moeten zijn dan de huidige, bestaande bewegingen; ten tweede: de benodigde beweging zal een beweging moeten zijn die oog heeft voor de grondfouten van genoemde bewegingen. Ze zal de vraag ter hand moeten hebben genomen, waarom deze bewegingen van neo-orthodoxie, neoconservatisme en neo-realisme uitlopen op een houding van aanpassing en defaitisme en ze zal daarbij bovendien de vraag moeten stellen in hoeverre deze bewegingen - die toch eertijds de hoofdstroom in onze cultuur vormden! - zelf mede de oorzaak zijn geweest van de huidige culturele wantoestanden.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;We hebben dus een beweging nodig in denken, filosoferen, theologiseren en politiek bedrijven teruggrijpt op presente reserves om deze te revitaliseren en te gebruiken, om de losgeslagen cultuur en samenleving weer te grondvesten. Een beweging die er niet voor terugschrikt en terugdeinst om zelfs in de meer vergeten, groezelige en achterlijke episodes en gewesten van de geschiedenis van het Westen te gaan zoeken naar vruchtbare bodem om zo de herontdekking van het eigene te bewerkstelligen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De kracht van Europa ligt niet in nabootsing van de VS of van China, maar in de herontdekking van het eigene. De paleo's in de VS hebben dat meer door dan wij in Europa. Daarom weten de paleoconservatieven in de VS dat elk scharen onder een neoconservatief initiatief of een fideïstische variant funest is voor elke overlevingskans van het paleoconservatieve i.c. paleo-theologische i.c. paleo-ontologische denken. Dat geldt voor Amerika, maar dat geldt ook voor Europa in het algemeen en voor Nederland in het bijzonder.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Een Nederlands paleoconservatisme&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De paleoconservatieve les uit Amerika leert ons veel dingen. We leren de noodzaak en het gemis van de academie. De teleurstellende houding van de orthodoxie en het besef niet zonder de joods-christelijke orthodoxie te kunnen. Maar ook: de noodzaak van een paleoconservatief gedachtegoed i.c. denken en tegelijkertijd een besef van een tekortschieten van denken en intellectueel bezig zijn vanwege het gevaar van intellectualisme, elitarisme en vermentalisering i.c. vergeestelijking i.c. abstrahering van concrete waarheden en daarmee van de concrete werkelijkheid.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het is dus niet alleen van belang om de noodzakelijke ingrediënten van een paleoconseratief denken te inventariseren en te verwerken, al noemen we er wel enkele: christendom, natuur, orde, de Rijksgedachte op diverse niveaus, de confederaliteit op elk niveau en elk vlak van het (maatschappelijk) bestaan, etc. Deze thema's zullen op een later tijdstip en op een andere plek nader uitgewerkt moeten worden.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Belangrijker is de vraag hoe een paleoconservatieve beweging in Nederland ontkomt aan de valkuilen van groepsdenken, partijpolitiek, kerkpolitiek, individualisme, piëtisme, aanpassing en defaitisme. Op z'n minst is hiervoor nodig een voortdurende toetsing van het paleoconservatieve denken aan de concrete werkelijkheid zelf. Door een binding en voeling met de werkelijkheid zelf die aan het denken vooraf gaat, zal een paleoconservatief proberen het non-reflexieve non-mentale bestaan te bewaren en te koesteren. De gezonde denker leeft in een verwortelde gemeenschap waarin hij leeft zonder marginaal te zijn. Zonder parasiet, querulant of dilettant te zijn. De noodzaak van een verwortelde gemeenschap zegt nog niets over de mogelijkheid ervan in onze tijd en hoe zo'n gemeenschap moet worden "vormgegeven" zonder het organische, verwortelde karakter te verliezen of anderszins kwijt te raken door het te "verideologiseren".&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het beantwoorden van deze vragen zal uitmaken of een paleoconservatieve beweging in Nederland (en Europa) levensvatbaar is, en of we zullen overleven - het leven zelf zullen behouden! Een korte aanzet tot een praktische toepassing van de laatstgenoemde vragen is hieronder gegeven.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Praktisch&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Zijn er nog van zulke reservaten of kluizenaars waar kunnen (van) we leren? Wij menen van wel. Sommige tegenstanders zijn voor een paleoconservatief leerzamer dan de meeste "medestanders". De grootste filoloog van onze tijd, De Duitse filosoof Peter Sloterdijk, is zo iemand. Als geen ander beschrijft hij de huidige werkelijkheid van immanentie en mobiliteit van binnenuit in werken als Eurotaoïsme en Sferen. Sloterdijk's inzichten bieden haast analoge oplossingen met die van het paleoconservatisme om de huidige cultuur van vernietiging van reserves en van de tijd zelf, te lijf te kunnen:&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;em&gt;"Kritiek van de politieke kinetiek zal een werktitel zijn voor studies die verricht worden op een transfacultatieve postuniversitaire "hogeschool". Die kan haar colleges overal geven waar vragen gesteld moeten worden over de juistheid van bewegingen van mensen en systemen. Zoals alles universitairachtige structuren tot nu toe heeft ook de transfaculteit van het bewegingsbewustzijn een machtsneutraal gebied nodig waar de uitvoerende macht en de belangenvertegenwoordigers van de mobilisatoren niet mogen komen - dat is sinds de Middeleeuwen een zeer goede traditie om theorieën te beschermen. Maar omdat bijna elke nu bestaande universiteit op aarde zich heeft ontwikkeld tot vooropleiding van de mobilisatie en tot cognitieve toeleveringsfirma voor de "aanval van onze tijd op de rest van de tijd" (Alexander Kluge) moet de kritiek van de politieke kinetiek andere plaatsen voor haar studies zoeken."&lt;/em&gt; [19]&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In het reeds genoemde artikel van dr. Koenraad Elst, De paleoconservatieve les, zien we een zekere Amerikaanse equivalent van Sloterdijks suggestie: het zogenaamde homeschooling. Als paleoconservatief fenomeen gaat homeschooling gepaard met de inzet van een modern medium als internet. Met virtuele pedagogische hulpcentra en virtuele crypto-universitaire instellingen [20] is er de afgelopen jaren in de VS een systeem van onderwijs en wetenschappelijke vormgin bestaan dat geheel zelfstandig ten opzichte van de "gevestigde" instellingen en los van de burgerlijke overheden opereert.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De idee van Sloterdijk en de Amerikaanse ervaringen kunnen worden gekoppeld aan fundamentele christelijke premoderne noties: die van het klooster, die van de orde (zoals de Duitse orde), die van het verbond, die van de Canon, die van de persoonlijkheidsvorming en die van de organische gemeenschap. De werkelijkheid van zowel het Oude Europa als die van het "grassroots America" is onlosmakelijk verbonden met de natuurlijke gemeenschap. In deze gemeenschap wonen mensen niet slechts bij elkaar, maar ontspint zich in het natuurlijke leven iets van een orde, een elkaar versterken en opvangen en een onderlinge taakverdeling. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Door de klassieke christelijke gemeenschap i.c. gemeente, te zien als restauratie van de gezonde natuurlijke gemeenschap - als gemeenschap met een binnenkant en een buitenkant, kunnen ook anderen leren van de traditie van het christendom. In deze gemeenschap worden mensen sterk gemaakt, vindt er karaktervorming plaats, een intellectuele en een fysieke verdeling der taken, etc. etc. In deze "ruimte" kan een gedachtegoed i.c. levensstijl i.c. door deze dingen gevormde generatie opstaan met een offensieve en pro-actieve wijze van denken aanleren - als het ware de apologie voorbij.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De valkuil voor elke vorm van klassiek, orthodox en conservatief denken is het kunstmatige, mentale en bewustzijnsgerichte denken dat in de praktijk haast altijd een elitaire insteek inhoudt die zich afspeelt op de gevestigde academies. De paleoconservatieven kunnen en willen zich niet onttrekken aan hun posities en verantwoordelijkheden. Maar tegelijkertijd weet men dat elke gezonde man vanzelf ongezond wordt wanneer deze man langdurig in een kunstmatige, ongezonde omgeving opereert. Thomas Fleming noemde eens het Amerikaanse voorbeeld van de senator die Colorado inwisselt voor Washington en daar in de meeste gevallen sociaal, religieus en moreel verloedert. Wij menen dat een insteek bij de gemeenschap niet zozeer een garantie geeft om mislukkingen te voorkomen, maar wel een noodzakelijk startpunt is voor het opzetten van een paleoconservatieve beweging.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Concreet&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Concreet betekent deze praktische insteek het volgende:&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;1)&lt;/strong&gt; &lt;strong&gt;Paleoconservatieven moeten bij elkaar gaan wonen&lt;/strong&gt;; individuele versnippering en netwerken is in onze samenleving een gepasseerd station. De continue beïnvloeding en de daarmee gepaard gaande verzwakking van de klassieke waarden in onze maatschappij, laat steeds minder ruimte over voor terugtrekking, afscherming of afzondering. Alleen de concrete natuurlijke gemeenschap kan een voedingsbodem zijn voor een paleoconservatieve beweging.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;2)&lt;/strong&gt; &lt;strong&gt;Constitutie&lt;/strong&gt;; Net als in de VS dienen we vaste referentiepunten vast te stellen op staatkundig-maatschappelijk gebied. Op religieus gebied zijn deze historisch vrij makkelijk vast te stellen. Maar ook op staatkundig-maatschappelijk gebied is dit mogelijk door een geactualiseerde constitutie vast te stellen op basis van de Unie van Utrecht. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;3)&lt;/strong&gt;&lt;strong&gt; Canonvorming&lt;/strong&gt;; Gemeenschap en Constitutie vormen de basis- en randvoorwaarden om te kunnen bepalen welke kennis van belang is en het waard is om te worden doorgegeven. Ook hier hoeven we het wiel niet opnieuw uit te vinden, maar dienen we wel extra goed in de gaten houden dat we in Europa leven en niet in de VS. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;4) &lt;/strong&gt;&lt;strong&gt;Training&lt;/strong&gt;; Niet de negentiende-eeuwse Bildungsburger, maar de organische gemeenschapsmens moet gevormd, toegerust en gefundeerd worden. Zelfstandig naar buiten toe en afhankelijk naar binnen toe (richting de basis) moet onze lijfspreuk zijn. Fysieke en intellectuele vaardigheden (gecanoniseerde kennis en daarvan afgeleide paleoconservatieve inzichten), al naar gelang ieders capaciteiten, om ieders weerbaarheid te vergroten, dienen gepaard te gaan met een toesturing op een maatschappelijke rol met de groots mogelijk maatschappelijke onafhankelijkheid en weerbaarheid.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;5)&lt;/strong&gt; &lt;strong&gt;Virtuele academies&lt;/strong&gt;; Om "andere plaatsen dan de gevestigde universiteiten" te creëren, dienen we net als in de VS te komen tot virtuele academies en toerustingsplaatsen ten behoeve van "homeschooling" en aanverwante zaken.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Deze genoemde zaken staan niet in een onwillekeurige volgorde. Wij menen dat het een noodzakelijkerwijze voortkomt uit het ander of er in ieder geval op voortbouwt. Om niet in de valkuilen van neoconservatisme en andere vormen van "neo-denken" (zoals neo-orthodoxie) te vervallen dient het uitgangspunt zonneklaar te zijn: de concrete, historisch, cultureel, staatkundig en religieus gefundeerde, gemeenschap zal het beginpunt moeten zijn van elke paleoconservatieve beweging. Begint men ergens anders door enkele noodzakelijke stappen over te slaan, dan vervalt ze onherroepelijk tot haar tegenbeeld: elitarisme, activisme of formalisme. Het echec van het neoconservatisme en de met haar gelieerde Evangelical Movement in de VS, toont ons het grote "gelijk" van de paleoconservatieven: alleen een alomvattende, integrale aanpak die voortkomt uit de concrete grond van gemeenschap, familie en wortels geeft perspectief, al is succes nooit gegarandeerd. Maar dat is niet erg, sinds alleen al de term "succes" is gedegradeerd tot een aanpassingsformule in de zin van: "Wie de succesformule van liberalen en neocons volgt, krijgt vanzelf succes." Van onze Amerikaanse paleoconservatieven kunnen we leren dat we hier niets voor kopen. En laten we dat dan ook maar niet proberen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Erik van Goor, 15 februari 2006&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Noten&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;[1] Koenraad Elst, DE PALEOCONSERVATIEVE LES.&lt;br /&gt;[2] Zie over deze "omslag van de scheppende rede": Dr. W. Aalders, Theocratie of ideologie - Het dilemma van de huidige christenheid, 's Gravenhage 1977, m.n. v.a. pag. 242.&lt;br /&gt;[3] Zo zag Crèvecoeur, een van de immigranten uit de late achttiende eeuw, dat ook. Hij was Frans, katholiek, zijn buren waren Zweeds en Duits (Evangelisch-Luthers), en weer andere buren waren Spaans, enz. Ze voelden zich echter allen immigrant: dat hadden ze met elkaar gemeen, en daaraan ontleenden ze, heel bewust, hun identiteit.&lt;br /&gt;[4] Paul Cliteur, Moderne Papoea’s - Dilemma’s van een multiculturele samenleving, Amsterdam/Antwerpen 2002, en Tegen de decadentie - De democratische rechtstaat in verval, Amsterdam/Antwerpen 2004. De Amerikaan Benjamin Barber doet hetzelfde op een meer (progressief-)liberale wijze in diens Jihad vs. McWorld - Terrorisme en globalisering als bedreigingen voor de democratie, Rotterdam 2002.&lt;br /&gt;[5] Illustratief is de ontvangst van de laatste twee boeken van de Amerikaanse schrijver Samuel Huntington: The Clash of Civilizations en Who Are We?. Na het verschijnen van het eerste boek, waarin hij de toekomstige conflictsituatie tussen “het Westen” en “de islam” beschreef, durfde het blad Foreign Affairs - waar Huntington nota bene een oprichter van is – hem van fascistoïde neigingen te beschuldigen. De ontvangst van het tweede boek was zo mogelijk nog erger. In dat boek schetste Huntington een Amerika met een identiteitscrisis die versterkt wordt door het ongebreidelde immigratiebeleid van de neoconservatieven en de daarmee gepaard gaande multiculturaliteit. Tegenover het Verlichtingsdenken van de laatsten poneerde Huntington dat de identiteit van Amerika wordt gekenmerkt door traditie en protestantisme. Dat een (conservatieve) Democrat dit moest zeggen die ook nog een bekende van Al Gore is, was voor vele neoconservatieven onverteerbaar. In het licht van ons essay schetst dit wel de werkelijke tegenstelling in Amerika. Die is niet die tussen Republican en Democrat, maar tussen Traditioneel en Verlicht.&lt;br /&gt;[6] Iets wat overigens ook de Belgische paleoconservatief Koenraad Elst doet in zijn DE EEUWIGE ORDENINGEN VAN HET MORGENLAND.&lt;br /&gt;[7 Robert Lemm, DE GOEDE WILDE.&lt;br /&gt;[8] Met de term “Evangelicals” worden sinds de zeventiende eeuw doorgaans alle orthodoxe protestanten in Angelsaksisch taalgebied mee aangeduid. Vaak worden de traditionele evangelicals onderscheiden van de meer moderne en charismatische neo-evangelicals. Deze neo-evangelicals komen meestal in het nieuws. Ook behoren nagenoeg alle Europese continentale “evangelischen” tot deze “neo-evangelicals”.&lt;br /&gt;[9] Een treffend citaat in dezen komt van de ex-gereformeerde PvdA politicus Joop den Uyl in een interviewbundel van George Puchinger, Is de gereformeerde wereld veranderd?, Delft 1966. Den Uyl: “drie kwart van hun intellectuele energie besteden ze aan de afrekening met het verleden, en maar een klein stukje van hun intellect is vrij voor het werkelijk nieuwe.”&lt;br /&gt;[10] Mooi in dezen is de uitspraak van George F. Kennan: "Yet, today, if one were offered the chance of having back again the Germany of 1913, a Germany run by conservative but relatively moderate people, no Nazis and no Communists, a vigorous Germany, united and unoccupied, full of energy and confidence, able to play a part again in the balancing-off of Russian power in Europe..."; uit: American Diplomacy - 1900-1950, Chicago 1951, p. 55/56. &lt;br /&gt;[11] Of zoals K. Schilder het zei: "Het leven is er vóór de academie"; in Christus en Cultuur, Franeker 1978, p. 8.&lt;br /&gt;[12] Zie hiervoor de toespraak van Frits Bolkestein, gehouden voor de Vrienden van het Gymnasium d.d. 15 oktober 2005, te vinden onder Toespraak Vrienden van het Gymnasium. Opvallende afwezige is hier het christendom. Slechts ten overstaan van een islam komt het ter sprake om het pleidooi te versterken voor een godsdienstkritiek binnen de islam, net zoals het christendom dat een half millennium heeft. De hele toespraak is één groot pleidooi voor de Verlichting, inclusief een hommage aan Hirsi Ali en een kritiek op John Gray. Beschamend voor iemand die niet alleen enkele jaren geleden nog pleitte voor het "bezield verband" dat onder meer "bezield" zou dienen te worden door de joods-christelijke erfenis, maar des te meer beschamend voor iemand die met het wegschuiven van deze joods-christelijke erfenis zijn eigen gereformeerde voorouders schoffeert en over de rand de stadsgracht induwt.&lt;br /&gt;[13] Zie over deze "managerial type" van James Burnham de bijdrage van James Burnham: "The Managers Shift the Locus of Sovereignty", in Joseph Scotchie, The Paleoconservatives - New Voices of the Old Right, New Brunswick, NJ/London, 1999, p. 55.&lt;br /&gt;[14] LINKS ONTDEKT HET CONSERVATISME.&lt;br /&gt;[15] Koenraad Elst, DE PALEOCONSERVATIEVE LES.&lt;br /&gt;[16] Lees hiervoor het In Memoriam bij het overlijden van Samuel Francis door Thomas Fleming: Samuel Francis - Requiescat In Pace Domini d.d. 16/02/2004.&lt;br /&gt;[17] Russel Kirk, The Roots of American Order, Wilmington, DEL, 2003.&lt;br /&gt;[18] Bart Jan Spruyt, DE WREDE BARMHARTIGHEID VAN DE LIBERALE STAAT.&lt;br /&gt;[19] Peter Sloterdijk, Eurotaoïsme - over de kritiek van een politieke kinetiek, Amsterdam 1991, pag. 63.&lt;br /&gt;[20] Men denke aan instellingen als Liberty Fund en Intercollegiate Studies Institute (ISI), beide te Chicago.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Bron: &lt;a href="http://openorthodoxie.literatesolutions.org/Members/OpenOrthodoxie/folder.2006-02-08.5897650608/document.2006-02-01.5308775974/view"&gt;OpenOrthodoxie&lt;/a&gt;&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/13055679-114017052975443149?l=metapolitiek.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://metapolitiek.blogspot.com/feeds/114017052975443149/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=13055679&amp;postID=114017052975443149' title='1 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/13055679/posts/default/114017052975443149'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/13055679/posts/default/114017052975443149'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://metapolitiek.blogspot.com/2006/02/discussiestuk-3-naar-een-nederlands.html' title='Discussiestuk 3: NAAR EEN NEDERLANDS PALEOCONSERVATISME - Een pleidooi voor een paleoconservatieve beweging in Nederland door Erik van GOOR'/><author><name>Metaposos</name><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><thr:total>1</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-13055679.post-113303745832632461</id><published>2005-11-26T21:27:00.000+01:00</published><updated>2005-11-26T22:00:11.346+01:00</updated><title type='text'>Discussiestuk 2: Een kwetsbare en onzekere natie op zoek naar haar identiteit door S.W. COUWENBERG, Vereniging Vrienden van het Gymnasium</title><content type='html'>&lt;em&gt;Onderstaand stuk van prof. S.W. Couwenberg voorgedragen op het symposium van de Vereniging Vrienden van het Gymnasium op 15 oktober 2005 is naar onze mening een goeie aanvulling en bijdrage aan een broodnodige discussie om nieuwe politieke ontwikkelingen op het identitaire vlak mogelijk te kunnen maken. Wij hopen dan ook dat de lezers en bezoekers van deze pagina daar hun tijd en energie in willen steken. Red.&lt;/em&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;1. Natie in verwarring?&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt; Dat we zoals de laatste tijd vaak beweerd wordt sinds de Fortuyn-revolte en de moord op Fortuyn en Van Gogh onze onschuld als natie verloren hebben is een overdreven reactie daarop en berust op een te idealistisch zelfbeeld. Ons koloniale en daarmee samenhangende slavernijverleden wordt dan bijvoorbeeld gemakshalve buiten beeld gelaten. Wat teloor gegaan is is niet zozeer onze onschuld, maar onze naïviteit als natie, die zich vrij waande van allerlei excessen die men elders waarnam en aan de kaak placht te stellen; onze naïviteit ook als natie die sinds de jaren zestig en zeventig migranten- en vluchtelingenstromen uit sterk verschillende culturen probleemloos in haar midden meende te kunnen opnemen in de verwachting dat dat louter als een verrijking van onze nog pluriformer wordende cultuur te beschouwen viel en dus zonder acht te slaan op de aanpassingsproblemen en repercussies in de eigen samenleving die dat met zich mee zou brengen. Ja, het koesteren van enige twijfel aan het rooskleurige verwachtingspatroon van het heersende politiek correcte denken werd in de euforie over die nieuwe etnische variant van onze multiculturele traditie zelfs gekritiseerd als kwalijke uiting van cultureel racisme evenals pleidooien voor integratie en inburgering van de snel wassende stroom van allochtonen in ons midden die jarenlang blijmoedig in hun eigen taal en cultuur werden opgesloten en zodoende afgezonderd van de autochtone bevolking en haar cultuur. Wat aangetast, althans sterk getemperd is, is voorts onze morele arrogantie en zelfgenoegzaamheid die sinds de jaren zestig van linkse zijde weer sterk aangewakkerd werd met onze morele gidsland-verbeelding als uitvloeisel. Maar dat is helemaal niet erg. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt; Dat het na de moord op Theo van Gogh niet meer gezellig is om in dit land te wonen, ja dat het sindsdien fundamenteel veranderd is, zoals H. Hetzel, Benelux-correspondent in Nederland voor Duitstalige media, meent (1) , dat we een natie in verwarring zijn zoals commentatoren en columnisten elkaar braaf na zeggen en ook de Belgische schrijver Geert van Istendael (2) signaleert – als je niet in de war bent, hoor je er momenteel bij de spraakmakende gemeente niet meer bij zoals Volkskrant-columnist Jan Blokker in dit verband spottend opmerkte –; dat we bevangen geraakt zijn door een morele paniek (3) en in de greep van een nihilistische wanhoop (4) , een klimaat van angst en hysterie (5), ja, dat hier na de moord op Theo van Gogh sprake zou zijn van een geheel nieuwe constitutionele situatie, een ‘Ausnahmezustand’ in de zin van de Duitse staatsrechtgeleerde Carl Schmitt, zoals de conservatieve ideoloog B.J. Spruyt (6) betoogt, dat alles lijkt me ook een nogal overtrokken reactie. En dat we nu zouden leven in een stuurloos land waarin we als Nederlanders onherkenbaar geworden zouden zijn (7) is zonder meer onzin. Het beleid van het kabinet-Balkenende, hoe men daar ook over moge denken, maakt met zijn ingrijpende hervormingsagenda bepaald geen stuurloze indruk. Het lijkt er eerder op dat veel aan de weg timmerende publieke intellectuelen door de turbulentie van de laatste jaren de kluts een beetje kwijtgeraakt zijn. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt; Sinds de Fortuyn-revolte verkeert Nederland in een snelkookpan. Politieke verhoudingen en ijkpunten die sinds lang ideologisch vast verankerd leken, zijn daarin plotsklaps vloeiend geworden en bieden niet langer het nodige houvast. Posities die traditioneel deel uitmaakten van linkse politiek krijgen ineens een rechtse signatuur. En wat voorheen als typisch rechts gold vindt nu weerklank in het linkse geachte kamp. Op tal van terreinen is er sprake van een crisis rond woord en beeld. Representeren ze nog iets? Die representatiecrisis zien we niet alleen op het terrein van religie en kunst, maar ook op dat van de politiek, waar met allerlei ongrijpbaar geworden clichés uit het voorbije ideologische tijdperk een politiek schimmenspel wordt opgevoerd ten dienste van gevestigde posities en belangen. Ook is meer dan voorheen tot het bewustzijn doorgedrongen dat we in de snel veranderende context waarin we ons nu als staats- en cultuurnatie bevinden een kwetsbare en daardoor makkelijker te intimideren natie geworden zijn die onzeker haar weg zoekt naar een nieuw evenwicht en een nieuwe toekomst. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;2. Wie zijn we als natie?&lt;/strong&gt; &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Die onzekerheid weerspiegelt zich ook in hernieuwde aandacht voor de vraag wie en wat we als Nederlandse natie zijn en hand in hand hiermee een bescheiden reveil van neopatriottisme. Het is een vraag die jarenlang als irrelevant terzijde geschoven is door toonaangevende elites die zichzelf rekenen tot een transnationale wereldelite en daarom geen belangstelling meer zeiden te hebben voor zoiets voorbijgestreefds als de vraag naar onze identiteit als natie. Nu we van allochtonen verlangen dat zij zich in onze samenleving en cultuur integreren is dat echter een vraag die we niet langer ontlopen kunnen. De huidige onzekerheid wordt bovendien gevoed door het verval van de legitimiteit van de oude ideologisch gelegitimeerde politiek en van de daarmee gelieerde politieke constellatie en politieke gebruiken. In de Fortuyn-revolte is dat verval in alle scherpte tot het politieke bewustzijn doorgedrongen. Op saillante wijze uit dat zich in het steeds meer op drift raken van het electoraat. Het alternatief van de nieuwe politiek die die revolte bood (8), is echter nog lang niet uitgekristaliseerd in een nieuw type politieke legitimiteit.  &lt;br /&gt;&lt;br /&gt; Die onzekerheid is de laatste jaren nog verscherpt door het groeiende besef van de kloof die er gaapt tussen onze sinds de jaren zestig vergaand geseculariseerde en geëmancipeerde samenleving en een snel uitdijende etnische minderheid van islamitische signatuur in ons midden die uitingsvrijheid opeist voor een geloofspraktijk die sterk afwijkt van de heersende seculariteit; en voorts ook door de confrontatie met extremistische en terroristische uitingen van die geloofspraktijk, die het meest schokkend in de moord op Van Gogh aan de dag getreden zijn. Hoe daarop het meest adequaat te reageren is een vraag, die ons eveneens terugwerpt op onze identiteit als natie(9).  Moeten we die confrontatie niet uit de weg gaan zoals een sterk op de Verlichting georiënteerde seculiere stroming wil met onder andere de rechtsfilosofen P. Cliteur en A. Ellian als prominente woordvoerders maar ook andere critici van de politieke islam zoals de eerder genoemde conservatieve ideoloog B.J. Spruyt? Of moeten we toch weer terugvallen op onze pacificatietraditie als stijlkenmerk waarmee we vroeger spanningen rond de positie en de invloed van religie in het openbare leven bezworen hebben, maar die nu door tegenstanders gekritiseerd wordt als een vorm van appeasement die herinnert aan de vooroorlogse appeasement-politiek tegenover Hitler-Duitsland? &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;3. Criteria&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt; Het belang van de vraag naar onze identiteit als natie is vorig jaar onderstreept in een advies van de Onderwijsraad aan de regering. Het belang van onze nationale, i.h.b. culturele identiteit als bron van sociale cohesie wordt daarin nadrukkelijk op de politieke agenda gezet, in het bijzonder als opdracht van het onderwijs op alle niveaus. In antwoord daarop heeft de minister van Onderwijs M. van der Hoeven vijf belangrijke adviesorganen van de regering gevraagd haar te adviseren over de canon die onze culturele identiteit markeert. Die canon (eigen cultureel erfgoed) biedt nu de context voor het actuele debat over culturele identiteit en diversiteit. Daarbij valt ongetwijfeld heel wat scepsis te overwinnen van degenen die zich als wereldburgers tot het verlichte deel der natie rekenen en een dergelijke culturele identiteit nog steeds met gepast dédain plegen te bejegenen en ontkennen. Een van hen, de rechtsfilosoof H. van Gunsteren (10) , is inmiddels overstag gegaan. Wel meent hij dat we die culturele identiteit nu opnieuw moeten uitvinden, althans uit diep stof moeten opgraven, nadat we haar zo lang ontkend hebben. Maar zo moeilijk is dat toch niet, lijkt me, als we de oogkleppen van het abstracte en wereldvreemde kosmopolitisme afzetten dat veel intellectuelen jarenlang in zijn ban had. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt; De vraag naar onze identiteit als natie staat al sinds begin jaren negentig opnieuw ter discussie(11).  Het is een vraag die sinds de jaren zestig steeds meer in de plaats treedt van de vraag naar het Nederlandse volkskarakter vanwege de conservatieve, want statische connotatie die daaraan kleeft. Over de vraag hoe die identiteit als dynamisch fenomeen te omlijnen doen veel intellectuelen nog altijd heel moeilijk zoals bijvoorbeeld de juist geciteerde rechtsfilosoof Van Gunsteren. Ik zie te dien aanzien een viertal oriëntatiepunten die daarbij richting kunnen geven, te weten de aanwezigheid van een eigen taal, een eigen geschiedenis, een eigen stijl van samenleven, en de wijze waarop die identiteit zich in specifieke cultuuruitingen manifesteert. In Nederland is dat laatste bijvoorbeeld in onze literaire traditie, onze typisch Hollandse schilderkunst en de wijze waarop hier generaties lang het landschap vorm gegeven hebben. Het is vooral de typisch Hollandse schilderkunst van de Gouden Eeuw geweest die in dit verband genoemd wordt als specifiek Nederlandse cultuuruiting. Dankzij een door de Nederlandse Taalunie geëntameerd actief vertalingsbeleid gaat onze literaire productie nu in internationaal verband ook een grotere spelen als specifieke cultuuruiting. In de wijze waarop de afgelopen eeuwen ons landschap en de stedenbouw vorm gegeven is met meer dan 3.000 polders, een rijke schat aan watersteden en andere eigenaardigheden, uit zich ook een specifiek Nederlandse identiteit, al raakt dat door allerlei internationale invloeden wel in verval en daardoor minder opmerkelijk (12).  &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;4. Verharde stijl van samenleven&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt; De laatste jaren is er sprake van een verharding van de mentaliteit en van de stijl van samenleven. De leuze van Fortuyn: “Ik zeg wat ik denk en ik doe wat ik zeg” wordt in dit verband vaak aangehaald als verklaring hiervoor. Die leuze was echter een reactie op de sinds de jaren zeventig heersende links georiënteerde politieke correctheid waardoor afwijkende standpunten en opvattingen die nu vrij algemeen aanvaard worden weinig of geen ruimte kregen en via politieke taalmanipulatie met kwalijke etiketten als racisme en fascisme gestigmatiseerd en daarmee buiten de heersende orde geplaatst werden. Fortuyn heeft de zwijgende meerderheid die zich daaraan steeds meer ergerde een krachtig vertolkte stem gegeven.&lt;br /&gt; &lt;br /&gt; Tolerantie betekent historisch gezien de plicht tot eerbiediging van het recht van anderen om anders te denken en daaraan openlijk uiting te geven. Dat recht is de laatste decennia door die terreur van links georiënteerde politieke correctheid onderdrukt met de Fortuyn-revolte als normale historische reactie op niet langer aanvaardbare scheefgroei in de publieke opinievorming. Dat die reactie daarna in zekere mate is doorgeslagen, is historisch gezien niet ongewoon. De afgelopen jaren hebben we dat ook gezien met de neoliberale reactie op een overspannen geraakte verzorgingsstaat, resulterend in overdreven verwachtingen van marktwerking als oplossing van maatschappelijke problemen; en voorts met de seksuele revolutie van de jaren zestig. De wijze waarop die afrekende met de seksuele repressie en taboes van voorheen, is op bepaalde punten eveneens doorgeslagen (13).  Op de Fortuyn-revolte en de populistische reactie die daarop gevolgd is, is het stempel gedrukt van ‘confrontational listening’, d.w.z. dat er meer tegen elkaar geschreeuwd wordt dan naar elkaar geluisterd (14).  Dat is juist en heel ordinair, maar niet nieuw. Tijdens de ‘teach-inns’ van de rebellerende jaren zestig-generatie was die conversatiestijl al heel gebruikelijk. En in veel politieke discussies sindsdien is dat niet veel veranderd.&lt;br /&gt; &lt;br /&gt; Dat tolerantie ook de plicht zou inhouden andere opvattingen en denkbeelden te respecteren zoals nu beweerd wordt in de discussie over de islam en de moslimcultuur, is een overspannen opvatting van onze tolerantietraditie, want onverenigbaar met de vrijheid van meningsuiting waartoe uiteraard eveneens het recht op religie- en ideologiekritiek behoort en dus ook het recht op islamkritiek. Dat pacificatie en niet polarisatie kenmerkend zou zijn voor onze Nederlandse geschiedenis en identiteit (15) is slechts ten dele juist. Aan die pacificatie gingen telkens pittige polarisatieprocessen vooraf: religieuze (Rome versus Reformatie) en maatschappelijke (klassenstrijd) confrontaties en politieke confrontaties zoals de religeus-politieke antithese sinds eind 19e eeuw tussen de traditioneel christelijke en een nieuwe seculier-liberale opvatting van de Nederlandse identiteit met de verzuiling als uitvloeisel.&lt;br /&gt; &lt;br /&gt; Maar dat betekent niet dat we vanwege die confrontaties altijd op de rand van een burgeroorlog gebalanceerd hebben en dat onze veelvuldig geprezen tolerantie louter op inbeelding berust zoals de journalist en historicus J. Blokker (16) in dit verband opmerkt. De geschiedenis van Nederland is zowel een geschiedenis van grote tegenstellingen en rivaliteiten als van veel energieverslindende inspanningen om die vreedzaam te beteugelen (17).  Als vrucht daarvan behoort tolerantie nog altijd tot een van de stijlkenmerken van onze nationale identiteit, al zijn er natuurlijk ook op dit punt schommelingen in de mate waarin dat stijlkenmerk zich manifesteert.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;_______________________________&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;1.  H. Hetzel, &lt;em&gt;Terrorisme in plaats van kaas: van Frau Antje naar Mohammed B.&lt;/em&gt;, &lt;em&gt;Internationale Spectator&lt;/em&gt;, april 2005&lt;br /&gt;2.  Zie G. van Istendael, &lt;em&gt;Mijn Nederland&lt;/em&gt;, 2005&lt;br /&gt;3.  Zie o.a. F. Buijs, &lt;em&gt;Waarom het islamitisch extremisme tot introspectie dwingt&lt;/em&gt;, Socialisme en Democratie, 1/2, 2005&lt;br /&gt;4.  Zie B. Heijne, &lt;em&gt;Lage landen&lt;/em&gt;, NRC Handelsblad, 12 maart 2005&lt;br /&gt;5.  Zie G. Mak, a.w. (noot 54) en het interview met Groen Links fractieleider F. Halsema in NRC Handelsblad, 12 maart 2005&lt;br /&gt;6.  B.J. Spruyt, Conservatieve identiteit tegen linkse uitverkoop, in: &lt;em&gt;Hoe nu verder?&lt;/em&gt;, 2005&lt;br /&gt;7.  Zie A. Ramdas, &lt;em&gt;Nederland op scherp&lt;/em&gt;, NRC Handelsblad, 9 mei 2005; en P. van Os, &lt;em&gt;Nederland op scherp: buitenlandse beschouwingen over een stuurloos land&lt;/em&gt;, 2005&lt;br /&gt;8.  S.W. Couwenberg, &lt;em&gt;De Fortuyn-revolte en de behoefte aan een nieuwe politiek&lt;/em&gt;, Streven, januari 2005&lt;br /&gt;9.  Zie voor 44 heel uiteenlopende reacties op die kwestie &lt;em&gt;Hoe nu verder?&lt;/em&gt;, 2005&lt;br /&gt;10. H. van Gunsteren, &lt;em&gt;Woordenschat voor verwarde politici&lt;/em&gt;, 2003, p. 65&lt;br /&gt;11. Zie o.a. K. Koch en P. Scheffer, &lt;em&gt;Het nut van Nederland&lt;/em&gt;, 1996; en S.W. Couwenberg (red.), &lt;em&gt;Nationale identiteit – van Nederlands probleem tot Nederlandse uitdaging&lt;/em&gt;, Civis Mundi jaarboek 2001&lt;br /&gt;12. Zie A. Betsky, &lt;em&gt;Overheid, herneem de zorg voor de openbare ruimte&lt;/em&gt;, NRC Handelsblad, 27 januari 2005&lt;br /&gt;13. Zie S.W. Couwenberg (red.), &lt;em&gt;Seksuele revolutie ter discussie&lt;/em&gt;, Civis Mundi jaarboek 2005&lt;br /&gt;14. Zie B. van Stokkom, &lt;em&gt;Hedendaagse intolerantie&lt;/em&gt;, Filosofie, 4, 2003&lt;br /&gt;15. Zie G. Mak, &lt;em&gt;Gedoemd tot kwetsbaarheid&lt;/em&gt;, 2005&lt;br /&gt;16. Zie J. Blokker, &lt;em&gt;Somber volk&lt;/em&gt;, De Volkskrant, 3 april 2005&lt;br /&gt;17. Zie P. de Rooy, &lt;em&gt;Republiek van Rivaliteiten&lt;/em&gt;, 2002; idem, &lt;em&gt;Juist tegenstellingen horen bij Nederland&lt;/em&gt;, Trouw, 2 april 2005&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/13055679-113303745832632461?l=metapolitiek.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://metapolitiek.blogspot.com/feeds/113303745832632461/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=13055679&amp;postID=113303745832632461' title='1 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/13055679/posts/default/113303745832632461'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/13055679/posts/default/113303745832632461'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://metapolitiek.blogspot.com/2005/11/discussiestuk-2-een-kwetsbare-en.html' title='Discussiestuk 2: Een kwetsbare en onzekere natie op zoek naar haar identiteit door S.W. COUWENBERG, Vereniging Vrienden van het Gymnasium'/><author><name>Metaposos</name><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><thr:total>1</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-13055679.post-113303150370894897</id><published>2005-11-26T19:47:00.000+01:00</published><updated>2005-11-26T19:59:12.886+01:00</updated><title type='text'>Discussiestuk: De enige echte Derde Weg van het conservatisme en Wilders ingezonden ANONIEM op HetVrijeVolk.com 24 november 2005</title><content type='html'>&lt;em&gt;Onderstaand stuk vonden wij op HetVrijeVolk.com en bevat interessante opmerkingen, maar wij zien hier in ook de nodige beperkingen die het succes van een eventuele nieuwe politieke beweging in de weg staan. &lt;br /&gt;Voordat wij hier ons commentaar openbaren willen wij graag ook de visie van anderen op dit toch zeer interessante stuk. (red.)&lt;/em&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Het conservatisme in Nederland ontwaakt. Enerzijds verspreiden mensen als Spruyt, Cliteur en Kinneging geschriften over het fenomeen “conservatisme”. Anderzijds heeft de heer Wilders een pragmatisch manifest, getiteld “Onafhankelijkheidsverklaring”, gepubliceerd dat na lezing conservatieve trekken blijkt te bevatten. &lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Bundeling van deze geschriften leidt tot een, voor velen nog verdacht, pakketje dat de Haagse kaasstolp kan doen exploderen. Echter, helaas moet worden geconstateerd dat beide elementen, de conservatieve grondgedachten en de Onafhankelijkheidsverklaring, vooralsnog tekortkomingen vertonen die een doorbraak in de weg staan.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het conservatisme wordt veelal omschreven als een veelvormige beweging die zeer diverse gedaanten heeft aangenomen. De sceptische, cultuurrechtelijke en natuurrechtelijke varianten zijn de drie belangrijkste. Een kern in de conservatieve beweging zou er niet zijn. Er zou alleen een gemeenschappelijke “houding” of “grondtoon” en voorgeschiedenis bestaan die vooral geschreven is door Edmund Burke en Alexis de Tocqueville. Echter, in de conservatieve beweging zit wel degelijk een kern. Het vloeit voort uit het positief geformuleerde vrijheidsbegrip en de methoden van de dialectiek en de immanente kritiek (G.F.W. Hegel).&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Een positief geformuleerd vrijheidsbegrip houdt in dat de mens vrij is om ongehinderd de wil te uiten. Echter, de wil dient aan die randvoorwaarden te voldoen zodat de mens in onderlinge harmonie en in harmonie met de natuur kan leven. Deze randvoorwaarden worden veelal “normen” en “waarden” genoemd die onderdeel uitmaken van het menselijk geweten.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De vraag die onmiddellijk opdoemt is de volgende: welke randvoorwaarden zijn het die ons volledig vrij zullen maken? Hier komt de dialectiek om de hoek kijken zoals omschreven in Hegel’s filosofie van de geschiedenis. De geschiedenis is een proces waarin de randvoorwaarden van de wil zich aan ons openbaren langs de dialectische weg. Verschillende mensbeelden en de daaruit voortvloeiende randvoorwaarden van de wil volgen elkaar op in onze continu zoektocht naar meer vrijheid. Dat we de juiste randvoorwaarden niet nu al kennen is overduidelijk.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het sluitstuk van de conservatieve kern vormt de immanent kritische methode. Vanuit het oogpunt van het betreffende mensbeeld zelf dient bekeken te worden welke conflicterende randvoorwaarden van de wil deze oplevert. Momenteel zijn we geneigd om elkaar de les te lezen en komen wij niet veel verder dan “Jou wereldbeeld is fout, want mijn wereldbeeld is beter”. De immanent kritische methode redeneert als volgt: “Jou wereldbeeld levert die en die conflicterende randvoorwaarden van de wil op waardoor het niet volledig vrij kan zijn”. Zolang zich geen synthese voordoet zal eenieder zijn wereldbeeld onderhouden en verdedigen. Terecht, want leven zonder houvast leidt tot totale anarchie.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Momenteel leven we in een samenleving die zowel socialistische als liberalistische elementen bevat. Laten we niet vergeten dat beide stromingen hun zegeningen met zich mee hebben gebracht. Het besef van gelijke waardigheid en dat vrij handelen creatief denken stimuleert zijn daar misschien wel de belangrijkste van. Het kind moeten we ook zeker niet met het badwater weggooien. Maar in dit tijdsgewricht manifesteren zich overduidelijk de tekortkomingen van zowel het liberalisme als het socialisme in o.a. een naïef immigratiebeleid, een tomeloze regelzucht en vrijblijvendheid in plaast van vrijheid. Socialisten hebben nogal eens last van de kwaal dat zij denken de beste randvoorwaarden te kennen. Liberalen gaan ervan uit dat het met een vrije wilsuitoefening allemaal vanzelf wel goed komt. Het conservatisme is mogelijk de synthese wiens praktische uitwerking zich gedeeltelijk gerealiseerd ziet in de Onafhankelijkheidsverklaring. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Gedeeltelijk, want niet alle elementen in de Onafhankelijkheidsverklaring kunnen het predicaat “conservatief” dragen. Zo is een beweging terug naar de situatie waarin het continent Europa bezaaid is met nationale staten de elk hun eigen belangen najagen, in de meest letterlijke zin levensgevaarlijk. Bovendien tekenen zich in de wereld scheidslijnen af die langs culturen lopen in plaats van nationale staten (S.P. Huntington). Het probleem is veeleer dat Europa evenzeer een socialistisch-liberalistisch compromis is. Het ideaal is m.i. een conservatief Europa waarbij de gemeenschappelijke belangen en tradities, en niet de maten van fietsbanden, van stevige fundamenten worden voorzien. Zo zijn er nog een aantal andere voorbeelden te noemen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De Onafhankelijkheidsverklaring is een begin. Een toetsing aan de kern van het conservatisme zal het kunnen ontdoen van misslagen. Verspreiding van kennis over de kern van het conservatisme zal voorts rabiate one-liners overbodig maken en een stevige doch fatsoenlijke discussie over o.a. immigratie en integratie mogelijk maken.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De politieke beweging van Wilders heeft, in combinatie met andere conservatieve krachten, de potentie een synthese van het liberalisme en het socialisme te zijn. Conservatisme zal naar alle waarschijnlijkheid niet zaligmakend zijn, maar het is wel een stap verder dan bijvoorbeeld het CDA en D66 die niet veel meer zijn dan compromissen tussen liberalisme en socialisme. Kortom, de Groep Wilders is in de nabije toekomst mogelijk een directe concurrent van het CDA en D66 en kan in een later stadium de scheiding tussen Links en Rechts geheel teniet doen. De échte Derde Weg!&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/13055679-113303150370894897?l=metapolitiek.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://metapolitiek.blogspot.com/feeds/113303150370894897/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=13055679&amp;postID=113303150370894897' title='0 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/13055679/posts/default/113303150370894897'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/13055679/posts/default/113303150370894897'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://metapolitiek.blogspot.com/2005/11/discussiestuk-de-enige-echte-derde-weg.html' title='Discussiestuk: De enige echte Derde Weg van het conservatisme en Wilders ingezonden ANONIEM op HetVrijeVolk.com 24 november 2005'/><author><name>Metaposos</name><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-13055679.post-112776111606194314</id><published>2005-09-26T20:58:00.000+02:00</published><updated>2005-09-27T07:54:25.473+02:00</updated><title type='text'>COLLOQUIUM DELTA-STICHTING i.s.m. WERKGROEP IDENTITEIT - 11 November 2005</title><content type='html'>&lt;a href='http://photos1.blogger.com/img/70/4030/640/Colloquium2005-18.jpg'&gt;&lt;img border='0' style='border:1px solid #000000; margin:2px' src='http://photos1.blogger.com/img/70/4030/400/Colloquium2005-11.jpg'&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt; &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;a href="http://www.identiteit.org/colloquium"&gt;Klik hier voor vergroting.&lt;/a&gt;&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/13055679-112776111606194314?l=metapolitiek.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://metapolitiek.blogspot.com/feeds/112776111606194314/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=13055679&amp;postID=112776111606194314' title='8 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/13055679/posts/default/112776111606194314'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/13055679/posts/default/112776111606194314'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://metapolitiek.blogspot.com/2005/09/colloquium-delta-stichting-ism.html' title='COLLOQUIUM DELTA-STICHTING i.s.m. WERKGROEP IDENTITEIT - 11 November 2005'/><author><name>Metaposos</name><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><thr:total>8</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-13055679.post-111962736720033288</id><published>2005-06-24T17:34:00.000+02:00</published><updated>2006-04-13T21:12:51.026+02:00</updated><title type='text'>WHAT IS PALEOCONSERVATISM ? door Chilton WILLIAMSON, Jr. in Chronicles Magazine</title><content type='html'>&lt;em&gt;&lt;strong&gt;Paleoconservatism is the expression of rootedness: a sense of place and of history, a sense of self derived from forebears, kin, and culture—an identity that is both collective and personal.  This identity is missing from the psychological and emotional makeup of leftists of every stripe—including “neoconservatives”—and is now disavowed by mainline conservatives of the Republican variety, seemingly bent on eradicating as much of the primeval stain as they can from their consciousnesses while apologizing for the faint discoloration that remains.&lt;/strong&gt;&lt;/em&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Identity—like patriotism and loyalty, among other things—is a problem for conservatives to the extent they see it at odds with the concept of Economic Man, for whom the term has no significance unless preceded by the word “brand.”  For the left, the only valid human identity is economic status, which determines one’s political position in the context of the class war: Other identities (racial, ethnic, tribal, cultural, religious, national) are dangerous because they distract from all-important economic distinctions, and because they create enmity among groups who the dialectic has determined should be allies.  The left, which (with the help of drugs and other deviant social behavior) in the 80’s created the crisis of homelessness, is and always has been homeless itself: men and women without a country, without a people, without a history—without God.  But there is another reason why the left, especially in societies that retain so much as a vestige of their historic character, despises traditional identities.  For leftists, these imply something enticing yet, for them, unattainable: a self-possession to be envied, a self-confidence to be resented, an assurance to be feared.  What they perceive is not simply a threat to their political blueprint, to their vision of the future.  It is an affront to themselves: their bogus identity, their false self-perception, their absurdly inflated sense of their own strength, most of which they owe to the bureaucratic institutions that protect their soft ineffectual selves the way a nautilus shelters a snail.  This sense of affrontedness has produced a satanic hatred which, for the past 40 years, has been fueling a kind of public conspiracy—entirely unprecedented in the annals of history—whose end is the total deconstruction of a civilization by the elite responsible for its welfare and survival.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In this campaign of chaos and destruction, the chief and most effective tools have been the weakening of the Christian religion and Christian institutions, the promotion of multiculturalism—and virtually uncontrolled immigration from the Third World.  Given their strong sense of identification with the American Republic as well as, in many cases, family trees rooted in the fertile abundant soil of colonial America, it was inevitable that it should have been the paleoconservatives who sounded the alarm over immigration and carried the anti-immigration battle to the enemy, whose response (entirely in character for it) has been name-calling from a safe distance rather than hand-to-hand fighting in the field, plus redoubled bureaucratic and propagandistic efforts beyond the sidelines.  Given, also, the distraction of the general population by sports, sex, the internet, and a booming economy, the paleos seem to be losing most of the battles, and the war.  The numbers of first-generation immigrants are approaching critical mass, while a Gallup poll taken during the last election season showed that a majority of Americans no longer believes that immigration to their country ought to be curtailed.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Such being the case, what should the paleoconservative response be?  (Not the paleoconservative political response—there aren’t any genuine paleoconservatives in positions of real power—but the public, as well as the private, one.)  My answers are either practically inutile, or else useful only in the long run.  These are: pray; wait (“Catastrophe,” Ed Abbey thought, “is our only hope”); carry on as if nothing were happening; be strong.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Last fall, I received an academic calendar from my alma mater, The Trinity School in New York City.  Having not paid a visit to 139 West 91st Street since my 20th reunion in 1985, I paged, astounded, through glossy four-color photographs depicting scenes from the daily life of the school.  Gone were the awe-inspiring faculty, serious but not necessarily severe men in tweeds, dark suits, and rimless spectacles.  Gone were the ranks of schoolboys uniformed in navy blue blazers, button-down shirts, striped ties, and oxfords (shoe-shine inspection promptly at 8:45 before Chapel, and an ear-tweak for the boy who’d forgotten to add his display handkerchief before leaving home that morning).  Gone the straight rows of tablet armchairs, the teacher’s imposing desk, the youth in the corner holding his chair out in front of him by its hind legs and blubbering (the Trinity of my day wouldn’t have included him in a calendar, either).  In their place were teachers dressed like college kids, coatless and tieless; students garbed as junior versions of their instructors; casual arrangements of tables to form mini-classrooms promoting fuzziness in feeling and in thought.  In addition to the Episcopal service (Trinity, founded in 1709, was originally the scholastic appendage of Trinity Church on Wall Street), there are now Jewish Chapel and Kwanza Chapel.  The school, which shuts down for Rosh Hashanah and Kwanza as well as for Christmas and Easter, Martin Luther King, Jr., Day as well as Winter Vacation, etc., is apparently closed more than it is open to accommodate the sensibilities of a multicultural student body.  The school went coed shortly after my graduation, and the incidence of non-Western faces has since greatly increased.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Flexibility in facing the vicissitudes of life is one thing, unlearning your upbringing another—a thing principled people wouldn’t do even if they could.  Trinity School, having educated generations of students for life in the Old America, has—for the past 30 years—been cooperating enthusiastically in the work of destroying that America and displacing those it once trained to operate and inhabit it.  All right: We are becoming strangers in our own country.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;What to do?  In addition to the foregoing list, I add several further suggestions.  Be true to your forebears, and to the culture they created and—for nearly four centuries—sustained.  Wear a coat and necktie in polite society, even on an airplane.  Speak out!  Make yourself heard as loud and as strong as your lungs, and the co-opted press and electronic frequencies, permit.  Keep your sense of humor, ALWAYS. . . . Go to Church.&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/13055679-111962736720033288?l=metapolitiek.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://metapolitiek.blogspot.com/feeds/111962736720033288/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=13055679&amp;postID=111962736720033288' title='1 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/13055679/posts/default/111962736720033288'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/13055679/posts/default/111962736720033288'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://metapolitiek.blogspot.com/2005/06/what-is-paleoconservatism-door-chilton.html' title='WHAT IS PALEOCONSERVATISM ? door Chilton WILLIAMSON, Jr. in Chronicles Magazine'/><author><name>Metaposos</name><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><thr:total>1</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-13055679.post-111925970615630432</id><published>2005-06-20T11:25:00.000+02:00</published><updated>2006-03-06T13:21:14.946+01:00</updated><title type='text'>PLEIDOOIEN VOOR DE NATIESTAAT door drs. Mart GIESSEN in Heemland 09</title><content type='html'>&lt;strong&gt;&lt;em&gt;In liberale en socialistische kringen is in de laatste jaren met tussenpozen een publieke discussie tussen intellectuelen gevoerd over de Nederlandse identiteit en soevereiniteit en over nationalisme. Het debat werd min of meer geopend en onderhouden door Paul Scheffer, columnist in NRC-Handelsblad, van wiens hand enige interessante artikelen verschenen, waaronder "Nederland als een open deur" (7 januari 1995). Opstellen van diverse auteurs werden gebundeld uitgegeven in "Het nut van Nederland" (1996). Ed van Thijn reageerde furieus op het boek, omdat hij nationalisme hoe dan ook onbeschaafd, pervers en mensonterend vindt. Hij vond de deelneming van progressieve intellectuelen aan het debat buitengewoon irritant. De historicus prof. van Sas gaf een genuanceerde bespreking in de NRC van 6 april 1996.&lt;/em&gt;&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Bij nationaalgezinde politieke partijen was nauwelijks sprake van discussie over eigen politiek handelen en van bezinning op de grondslag. Voor deze partijen die voor zichzelf toch voor een belangrijk gedeelte van hun standpuntbepaling impliciet uitgaan van argumenten en sentimenten voortkomend uit nationale belangen, was er eigenlijk alle reden om hierbij aan te sluiten en om enige reactie op deze stroom van artikelen in de media over de nationale identiteit te leveren. Dat bleef echter achterwege of het werd misschien, wat zeer gebruikelijk is, bij de pers geweigerd. Feit is dat er in de eigen geschriften weinig op werd ingegaan. Vragen die over de aangeroerde onderwerpen in nationaalgezinde kring aan de orde gesteld hadden kunnen worden, zijn er natuurlijk best. Of was men zo beginselvast dat een gedachtenwisseling in de gelederen overbodig was en had men eenvoudigweg helemaal geen behoefte aan een fundamentele bezinning?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Nationaalgezinde geschriften&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Toch zijn er in de loop van de tijd gelukkig wel enige handzame brochures verschenen, zoals het "Partijprogramma Centrumpartij" (1981), hoofdauteur Henry Brookman; "Programma Realisten Nederland" (1989), auteurs onbekend; "Een Nationalistische Politiek in Hoofdlijnen" (1994), hoofdauteur Fred Schra; en "Ruimte voor Holland, provinciaal verkiezingsprogramma Zuid Holland" (1994), auteur schrijver dezes; de lezer verontschuldige mij als ik een belangrijk document niet ken of vergeet te noemen. Naast en voorafgaand aan het vermelde debat over nationale identiteit in linkse en liberale kringen zijn er dan auteurs met conservatieve en nationalistische opvattingen geweest, die deze uitgewerkt en neergelegd hebben in programma's en geschriften. Zelf heb ik einde 1992 en begin 1993 gewerkt aan een heldere formulering en beargumentering van nationaal bewuste opvattingen en heb ik de proeve met als titel "Verkenningen" ter publicatie ingeleverd bij de redactie van CD-Actueel, die het maanden later afdrukte achterin haar uitgave van september 1993. Vreemd is dat dit authentieke geschrift zowel binnen als buiten de partij vrijwel onopgemerkt bleef. Het handelt ondermeer over een bepleite ordening van staten langs etnisch culturele of wel nationale lijnen en het onderstreept het belang van de natiestaat, ook voor de toekomst. Dit betoog lijkt de redactie van Heemland nog steeds een welkome aanvulling uit nationaalgezinde kring op de links-liberale zienswijzen. Het wordt de lezer in textueel ongewijzigde vorm verderop in dit tijdschrift aangeboden.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Het nut van Nederland en het begrip natie&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Aan het boek "Het nut van Nederland" wil ik hier graag nog enige passages wijden, mede met het oog op de eigen nationaal gezinde opvattingen en om er enige treffende wetenswaardigheden uit te halen. Als een rode draad loopt door het boek het door Fennema en andere medeauteurs nader bepaalde onderscheid tussen twee soorten van natiebegrip, van wat wel genoemd wordt de Duitse etnisch-culturele opvatting en de Franse burgerlijk-contractuele opvatting, waarbij het onderscheid net even anders getypeerd kan worden door een auteur al naar gelang van de accenten die hij erin wil aanbrengen of de gekozen invalshoek. De verschillende schrijvers geven in meer of mindere mate blijk de Duitse opvatting te willen verwerpen of zelfs te verafschuwen en de Franse opvatting nog verder te willen verluchtigen, bijvoorbeeld door het natiebegrip te beperken tot het louter delen door burgers van enige gemeenschappelijke nationale instituties wat dan al voldoende zou zijn voor een besef van lotsverbondenheid. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Twee benaderingen van de natie&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In het Franse contractmodel is de natie een politiek verbond van mensen die onder dezelfde wetten willen leven; in het Duitse cultuurmodel is de natie een natuurlijk verband van mensen die een gemeenschappelijke etnische, culturele achtergrond hebben. In beide modellen wordt belang gehecht aan lotsverbondenheid en traditie, en beide, ook de Franse, hebben in beginsel de volkssoevereiniteit met het volk als mandaatgever van het staatsgezag als vertrekpunt. De etnische natie is bovenal een culturele volks- en lotsgemeenschap, terwijl de contractnatie vooral een politieke wils- en nutsgemeenschap is. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Voor Charles Maurras, de grondlegger van Action Française, die de Duitse opvatting huldigde, is er geen vrije keuze van de natie waar iemand toebehoort; bloed, vaderland, taal en tradities kunnen niet gekozen worden. Voor Ernest Renan, de theoreticus van het Franse model is vooral de subjectieve, politiek-psychologische wens om ook een gezamenlijke toekomst te hebben bepalend voor de nationaliteit; voor hem zijn objectieve, cultureel-biologische kenmerken als afkomst en zelfs taal en geografische gesteldheid daaraan ondergeschikt. In de juridische sfeer kan het onderscheid tussen jus sanguinis en jus soli op dezelfde tweedeling teruggevoerd worden; in het eerste geval is het staatburgerschap bepaald door de afkomst van de ouders (afstammingsbeginsel) en in het tweede geval door de plaats en het land van geboorte (territorialiteitsbeginsel). &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De Duitse opvatting wordt in progressieve, liberale kringen tegenwoordig politiek incorrect, onbeschaafd en on-liberaal gevonden, zo betitelt Delwaide ze, en haar aanhangers worden met wat kwade wil al snel gebombardeerd tot het ook al zo beladen woord 'nationalisten', wat Bolkestein voor zichzelf een scheldnaam vindt, of, nog erger, benoemd als extreem rechts en zelfs anti-democratisch; er zouden onderbuiksgevoelens loskomen, wat dat dan ook mogen wezen. De Franse opvatting wordt daarentegen politiek correct, liberaal en rationeel bevonden en met de nodige aanpassingen voor hedendaags gebruik hanteerbaar geacht. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Hoezeer dit waarde-oordeel evenwel aan wisselingen onderhevig is, leert ons in het bijzonder de geschiedenis van het toekennen van de Nederlandse nationaliteit, beschreven in "Van Vreemdeling tot Nederlander" (1995) van Heys en aangehaald door Fennema. Door de liberaal Thorbecke werd bij de nationaliteitswet van 1850 deels het afstammingsbeginsel bij wet ingevoerd om de inlanders in Nederlands Indië van toekenning uit te sluiten en later werd in 1892 de wet aangescherpt omdat men afstamming als het enig juiste beginsel voor nationaliteitstoekenning beschouwde. Aanleiding was toen te verhinderen dat kinderen van Duitse immigranten vanzelf Nederlander werden. Dit is wel even anders dan tegenwoordig.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;De zoektocht naar een bruikbaar natiebegrip voor identiteit&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Vanwaar dit voortdurende zoeken bij de auteurs naar een voor hen bruikbaar begrip van de natie? Het blijkt dat enige vorm van nationale identiteit hoe gering ook, zoals bijvoorbeeld een minimaal aantal als gemeenschappelijk geduide en beleden normen en waarden een beetje houvast en middel moet bieden om de problemen waarmee de samenleving worstelt, aan te vatten in de door de auteurs gewenste specifieke richting, die per auteur soms weleens kan verschillen al naar gelang diens politieke voorkeuren. Die nationale identiteit wordt dus inhoudelijk gevuld met voornamelijk socialistische en neoliberale wenselijkheden, zoals een gemeenzaam patroon van tolerantie, consensus en streven naar gelijkheid, en wordt zoveel mogelijk uitgekleed of ontdaan van de vroegere historische inhoud van dit begrip, vooral van zijn etnisch-culturele kenmerken. Voor Peter Hilhorst is het deelnemen aan of gebruik maken van een paar nationale instituties al voldoende voor een gevoel van lotsverbintenis en voor patriottisme, niet met het land maar met de politieke eenheid in dat land. De historicus prof. Kossman vindt een onophoudelijk gesprek in de Nederlandse taal genoeg voor het behoud van onze cultuur, en van een Nederlandse identiteit wil hij niet weten. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Opvallend is dat de meeste auteurs bij hun stellingname ten gunste van een licht, politiek 'Frans' natiebegrip volop beroep doen op concepten van de verbeelde natie zoals uitgewerkt door Benedict Anderson (1983) of de maakbare natie volgens Ernest Gellner (1983), die vinden dat naties - als waren het constructies - bedacht, uitgevonden en geschapen worden door belanghebbenden; maar ze houden zich liever verre van de moderne etnisch-culturele natievormingstheorie van Anthony Smith (1995), waarvan slechts misbruik gemaakt kan worden door partijen als het Vlaams Blok, zo is de redenering. Hoe verzonnen een natie overigens ook in het begin mag wezen, uiteindelijk is ze na geslaagde vorming toch een realiteit. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De enige auteur die aansluit bij de theorie van Smith, is Wilterdink, die de drie door Smith onderscheiden basisfuncties van de nationale staat doorneemt, te weten: identiteit door het verschaffen van identificatie op grond van een gemeenschappelijke cultuur en onderlinge communicatie, solidariteit door het verschaffen van onderlinge steun en van collectieve voorzieningen, en autonomie door het verschaffen van het kader voor politieke besluitvorming en rechtsvorming langs democratische lijnen, in beginsel onafhankelijk van andere staten. Erkent hij de mogelijke ondermijning van deze basisfuncties door de huidige processen van globalisering, immigratie en het Europese eenheidsproject, tegelijk bagatelliseert hij de moeilijke gevolgen. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De meeste auteurs erkennen wel dat er grote problemen zijn. De verbrokkeling van de samenleving, de vergroting van maatschappelijke verschillen, het slinken van sociale cohaesie en van solidariteitsgevoel, het weglekken van nationale soevereiniteit en politieke autonomie, de verslonzing van de rechtsstaat, de kwestie van de multiculturalisatie en het afnemen van Nederlandse identiteit zijn onderling sterk verweven problemen, die veel onrust en onbehagen geven en waarvoor geen gemakkelijke antwoorden en oplossingen voorhanden zijn. Sommigen vinden dat begrippen als nationale identiteit en natiestaat kunnen bijdragen aan het ontrafelen en oplossen van zulke problemen, anderen wijzen dit af. Wat hen boven alles zorgen baart, is of de samenleving wel beheersbaar blijft voor de gezaghebbende elites. Met zulke formulering staat het ongeveer in de bijdrage van de socialist De Beus, die vreest voor probleemtoename door verdere verslechtering van etnische verhoudingen. Daarom roept hij de gezagsdragers op tot het nemen van drastische maatregelen ten behoeve van snelle inburgering of in zijn woorden versnelde 'patritering' van grote aantallen immigranten ter bevordering van het transnationaal en multicultureel samenleven !&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;De zorgen van een linkse intellectueel&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De verdienste van Paul Scheffer als sociaal-democraat is in ieder geval dat hij niet wegloopt voor de gesinjaleerde problemen en de weerzin bij zeer veel Nederlanders erkent als begrijpelijk en gerechtvaardigd, en dat hij als een van de eersten in zijn kring daarvoor fundamentele aandacht vraagt, wetend dat hij het 'spook' van het nationalisme omhoog haalde wat daar welhaast een doodzonde is. Hij komt oprecht over. In het NRC-artikel "Achterstallig onderhoud" van 21 maart 1994 beschrijft hij zijn zorgen: de uitholling van de rechtsstaat met de twijfel aan de rechtsbescherming door de overheid, de afbraak van de verzorgingsstaat ondermeer inzake sociale zekerheid, onderwijs en gezondheidszorg en het zagen aan de pijlers van de natiestaat zelf. Enkele citaten: "Het vanzelfsprekende gevoel van verwantschap in de bevolking neemt af" en "Burgers ontlenen minder rechtszekerheid, sociale bescherming en culturele bevestiging aan de huidige staat" In "Geen belang bij onwetendheid" van 24 juni 1996 pleit hij nogmaals voor het niet opgeven van de Nederlandse soevereiniteit in ruil voor verdere Europese integratie en eenwording, zijnde het almachtige streven van de bovenlaag in politiek, transnationaal bedrijfsleven en bankwezen. Hij waarschuwt wederom voor de kloof tussen burgers en politieke bovenlaag. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Hooggestemde idealen ten dienste van de elite&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De echte bedoelingen van de maatschappelijke elites en de methodes, die door schrijver dezes in zijn artikel "Beschouwingen" in het blad Heemland (nr 8) geduid zijn met massa-immigratie, multi-etnificatie en denationalisatie, blijven bij de auteurs nagenoeg onbesproken. Het gaat om geld en macht. Van bepaalde ideologiën en idealen wordt dankbaar gebruik gemaakt voor zover als ze in de huidige tijd van nut zijn voor realisering van de plannen bij de top. Afwijkende denkbeelden en opvattingen worden daarbij niet toegestaan; ideëel is de openbare discussie over de inrichting van de maatschappij verregaand beperkt. Het kader waarbinnen gedacht mag worden, ligt vast. Dat de sturing van bovenaf door de overheid onder het mom van zulke idealen zoals tolerantie geen tegenwerping duldt, erkent Erik van Ree in zijn bijdrage aan de bundel ruiterlijk met vrijwel de volgende woorden: "dat een overheid die van de burgers overeenstemming over wat dan ook eist doordat zij zich de normen van de moderne tolerantie eigen moeten maken, een flinke stap op weg naar een totalitaire gemeenschap heeft gezet". "Van burgers kan slechts geëist worden dat zij zich aan de wet houden, en niet dat ze het met die wet eens zijn". Dat zulke idealen in de rechtspraak reeds langer als repressiemiddelen worden gehanteerd tegen politieke tegenstanders van multiculturalisatie dringt langzamerhand door. Men leze het artikel "Multicultureel ongemak" van hoofdredacteur Schoo in Elsevier van 5 april 1997, die tevens wijst op de wisselvalligheid van de gebezigde staatsleer door gezaghebbers, die bijvoorbeeld de stelling 'Eigen volk eerst', voorheen grondslag van democratie en natie-staat, doen verbieden door de rechterlijke macht. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Laat mij het zo zeggen. Eind zestiger jaren leek het of de toekomst er maatschappelijk vreedzaam en voorspoedig uit zou zien, maar thans is ondanks de enorme technisch-wetenschappelijke vooruitgang, ondermeer met behulp van de informatietechnologie, de maatschappelijke leefbaarheid achteruit gekelderd en de dienstverlening door de overheid in alle opzichten achteruit gehold, zonder dat daar alhier van binnenuit dwingende factoren voor bestonden. En de kosten en lasten worden steeds harder afgewenteld op de burger. Ergens op hoog niveau moeten beslissingen genomen zijn buiten elke reële democratische controle om; er moeten keuzes gemaakt zijn om onze landen door demografische verschuivingen zodanig te laten ontwrichten als gebeurd is. Om nogmaals Schoo aan te halen: "Nooit is de kiezers de vraag voorgelegd of zij de multiculturele samenleving wilden, laat staan de ideologie van het multiculturalisme." Ook is nooit aan de Nederlandse kiezers voorgelegd of die hun nationale identiteit in etnisch-culturele zin wilden opgeven en hun nationale soevereiniteit. Over het hele Europese integratietraject wordt voortdurend over het hoofd van de kiezers heen beslist in transnationale netwerken van bonzen uit politiek, bankwezen en bedrijfsleven. Er wordt de kiezers een rad voor de ogen gedraaid met een beroep op hoge beginselen verpakt in mooie woorden, maar er mogen geen lastige vragen gesteld worden. De vraagstellers worden het liefste afgeschilderd als achterlijk, fout of misdadig. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;De Europese eenwording en de natiestaat&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Bij de liberale vereniging Thorbecke werd uitgegeven de boekbundel "Tussen kloof en gat. De parlementaire democratie in de 21-ste eeuw" (1996) onder redactie van prof. Andeweg. Jaak Peeters, oud-partijsecretaris van het Vlaams Blok bespreekt dit boek in het maandblad Het Verbond (jrg.IX, nr 4,5,6-7, 1996) een uitgave van het Nationalistisch Verbond/de Nederlandse Volksbeweging en sluit af met enige standpunten vanuit zijn nationalistische visie. Hij verwerpt de achteloze opoffering ten behoeve van de vrije markt van culturele en nationale identiteiten, zoals de doodverklaarders van de natiestaat willen. "Een wereld waarin culturele barrières verdwenen zijn, en waarin mensen en volken, voor zover ze nog bestaan, niet door enige kennis van het verleden worden gehinderd, is een wereld die alleen nog de sterksten en de rijksten wat te bieden heeft". Peeters erkent het bestaan van machtige transnationale, vaderlandsloze netwerken als realiteit waar niemand omheen kan, maar meent met enige auteurs van het besproken boek dat juist daardoor nog meer behoefte zal groeien aan geborgenheid en eigenheid, welke volgens hem slechts in de natiestaat nog enigszins voelbaar en verwerkelijkbaar zijn. En hij stelt tegenover Andeweg, dat veronderstellingen van enigerlei loyale identificatie van de burger met de Europese instituties en met Europese besluitvorming en regelgeving, hoe formeel democratisch ook tot stand gekomen, gevaarlijke illusies zijn. "De Europese superstaat met bureaucratie zal de zeggenschap van de burger niet versterken maar aanvreten. Alleen met de natiestaat heeft de burger het middel in handen om zich de grijpgrage handen van vaderlandsloze beslissers van het lijf te houden".&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Peeters' commentaar is tevens een antwoord aan het adres van hooghartige europeanisten zoals prof. Leerssen, die het ideaal van de natiestaat voor onhoudbaar verklaart, en filosofen als Rousseau, Herder en Smith verwijt belang te hechten aan volkssoevereiniteit en culturele en etnische identiteit. Volgens Leerssen in de NRC van 7 januari 1997 "zou de staat heel goed onze belangen kunnen behartigen zonder zich als politieke belichaming van onze culturele identiteit te willen opwerpen en culturen zouden heel goed kunnen overleven zonder dat in een eigen staat te moeten doen." "De culturele afstand tussen burger en staat is (volgens Leerssen /mg) slechts in beperkte mate relevant. Veel belangrijker lijkt het de afstand tussen burger en staatsgezag in bestuurlijk opzicht zo gering mogelijk te houden". Grotere aantoonbare prietpraat kom je toch weinig meer tegen bij de alom erkende kloof tussen burger en bestuur, zie de bundel van prof. Andeweg, en bij de historisch gedocumenteerde verdwijning van hele etnisch-culturele entiteiten door toedoen van staatsapparaten. Zonder verregaande bestuurlijke autonomie voor een culturele entiteit met de eigen taal als voertaal, is een cultuur behoorlijk kansloos. De hele geschiedenis staat bol van de voorbeelden, zoals het vergeten Occitaans; men leze terzake "Peasants into Frenchmen" (1976) van Eugen Weber over de doelbewuste, disciplinerende methodes van verfransing via algemeen lager onderwijs en militaire dienstplicht door de jakobijnse Derde Republiek. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Bovendien wenst Leerssen in twijfel te trekken of het nog wel zinvol is om van Nederlandse literatuur en cultuur te spreken, zodat hij zich waarschijnlijk goed kan vinden bij minister Ritzen die het hoger onderwijs wil verengelsen. Zulke blijken van verloochening van culturele identiteit liggen in het verlengde en zijn het logische gevolg van hun afwijzing van een Nederlandse nationale identiteit.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;De revanche van Renan en het belang van eenzelfde taal&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Een verrassende wetenswaardigheid kwam ik tegen in de bijdrage van Van Benthem van den Bergh aan "Het nut van Nederland". Ernest Renan had bij zijn beroemd geworden rede van 1882 aan de Sorbonne over "Qu'est ce que une Nation?" een belangrijke bijbedoeling bij zijn definiëring van de natie. Hij wilde revanche laten nemen op Duitsland, dat in 1871 het duitstalige Elzas Lotharingen herkregen had, dat overigens eeuwenlang tot het Duitse Rijk behoord had. Algemeen vond men in die tijd een gemeenschappelijke taal het belangrijkste kenmerk en de objectieve grondslag van naties. En juist daar had Renan dus niets aan voor zijn stelling dat Frankrijk een natie was, een stelling die destijds niet vanzelfsprekend was ondermeer vanwege de veelheid van streektalen. Vandaar dat hij stelde dat taal en etnografische groep er niet toe zouden doen. Zijn definitie van de natie als typische staats- en wilsgemeenschap, gebaseerd op een 'volonté generale', beoogde een politiek te steunen die de volledige verfransing van het platteland tot in de verste uithoeken van het territorium van de Franse staat nastreefde met inbegrip van de verloren gegane gebieden. Renan vond het samenvallen van natie en staat vanzelfsprekend en gaf aan de natie dus eigenlijk geen objectieve grondslag mee in de vorm van een gemeenschappelijke taal, cultuur of religie, los van de staat zelf. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Taal wordt evenwel nog steeds gezien als cruciale factor bij processen van natievorming; het spreken van dezelfde taal vergemakkelijkt de communicatie tussen de staatsburgers aanzienlijk, zoals ook spoorlijnnet, wegen, post, telefoon, krant en televisie een intensieve communicatie bevorderen en daarmee kunnen bijdragen aan natievorming. Naam- en zingeving - het aanduiden van, betekenis geven aan en verband leggen tussen alwat gekend en bedacht wordt - gebeurt door middel van taal. Zo wordt de leef- en denkwereld van een groep mensen bij uitstek neergelegd en weergegeven in haar taal en geschiedt de overlevering van generatie op generatie met die taal. Door het denken in en het gebruik van een eendere taal, liefst dezelfde moedertaal, ervaren mensen deel te hebben aan eenzelfde cultuur en voelen zij zich, bij erkenning van voldoende overeenkomst in eigenheid, geschiedenis en bestemming, als volksgenoten. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Sommige voorstanders van de Europese eenwording met bezwaren tegen de natiestaat, zoals Delwaide, de Swaan en Ritzen willen dan ook graag zoveel mogelijk het Engels als voertaal laten bezigen. "Europa heeft meer één taal nodig dan één cultuur", aldus Delwaide in zijn artikel in de NRC van 9 juli 1994 naar aanleiding van Scheffer's betoog. Het gemakzuchtige, officieuze gebruik van slechts één taal, het Engels in commercie, wetenschap en internationale contacten, leidt reeds tot een gestage ondermijning van de bestaande cultuurtalen, die op menig terrein verdrongen dreigen te worden. Veelvuldig wordt Engels al verplicht gesteld. Met de overdracht van nationale bevoegdheden en door zulke culturele maatregelen zullen vanzelf de nationale staten aan belang verliezen en zal het afzonderlijke nationale besef in de lidstaten afnemen en liefst verdwijnen, zo is de verwachting. Miskennen van het belang en beperken van het gebruik van de eigen taal passen goed in de strategie van denationalisatie om autochtone gemeenschappen te laten inboeten aan identiteit, solidariteit, legitimiteit en soevereiniteit en hun deze waarden en rechten als functies van hun nationale staat, zeker voorzover nog etnisch-cultureel bepaald, desnoods te ontzeggen. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Mart Giesen&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Geraadpleegde en aangehaalde literatuur&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;boeken&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;E. Renan "Qu'est-ce que une Nation" (1882, 1994)&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;E. Weber "Peasants into Frenchmen: The Modernization of Rural France, 1870-1914" (1976)&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;E. Gellner "Nations and Nationalism" (1983)&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;B. Anderson "Imagined Communities: Reflections on the origin and spread of Nationalism" (1983)&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;R. Po-chia Hsia "Society and religion in Münster" (1984)&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;A.D. Smith "The Ethnic Origins of Nations" (1986)&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;A.D. Smith "Nations and Nationalism in a Global Era" (1995)&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;E. Heys "Van Vreemdeling tot Nederlander. De verlening van het Nederlanderschap aan vreemdelingen, 1813-1992" (1995)&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;K. Koch, P.Scheffer e.a. "Het nut van Nederland. Opstellen over soevereiniteit en identiteit" (1996)&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;R.B. Andeweg e.a. "Tussen kloof en gat. De parlementaire democratie in de 21-ste eeuw" (1996) &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;artikelen&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;M. Bierman "Nederland is een gastvrije maar roekeloze herberg" in NRC Handelsblad 25 november 1993&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;M. Giesen "Verkenningen" in CD-Actueel jrg 7 nr 3, 28 september 1993&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;P. Scheffer "Vreemdeling in eigen land" in NRC Handelsblad 1 maart 1994&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;P. Scheffer "Achterstallig onderhoud" in NRC Handelsblad 21 maart 1994&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;P. Scheffer "Nederland als een open deur" in NRC Handelsblad 7 januari 1995&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;N.C.F. van Sas "Nederland als goed gesprek" in NRC Handelsblad 6 april 1996&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;J. Delwaide "Europa heeft meer één taal nodig dan één cultuur" in NRC Handelsblad 9 juli 1994&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;M. Giesen "Beschouwingen" in Heemland nr 8 ,1995&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;E. Van Thijn "Op zoek naar een doodlopend spoor" in Vrij Nederland nr 24, 15 juni 1996&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;J.L. Heldring "Uit het verdomhoekje" in NRC Handelsblad 18 juni 1996&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;P. Scheffer "Geen belang bij onwetendheid" in NRC Handelsblad 24 juni 1996&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;P. van Schie "Liberalisme zonder nationaal belang is sfeerloos interieur" in NRC Handelsblad 15 juli 1996&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;J.Th. Leerssen "Het ideaal van de natiestaat is onhoudbaar" in NRC Handelsblad 7 januari 1997&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;L. Beheydt "Geen cultuurbeleid zonder culturele identiteit" in NRC Handelsblad 3 februari 1997&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;H.J. Schoo "Multicultureel ongemak" in Elsevier 5 april 1997&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;J. Peeters, o.n.v. R. van Kralingen "Waarheen, democratie ?" in Het Verbond jrg IX nrs 4,5,6/7, 1997&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;J.P.M. Rüter "Gemeenschap en maatschappij" in TeKos nr 83, 1997&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;HEEMLAND&lt;br /&gt;Redactieadres:&lt;br /&gt;Postbus 58&lt;br /&gt;2740 AB Waddinxveen &lt;br /&gt;&lt;a href="http://www.heemland.nl/"&gt;HEEMLAND&lt;/a&gt;&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/13055679-111925970615630432?l=metapolitiek.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://metapolitiek.blogspot.com/feeds/111925970615630432/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=13055679&amp;postID=111925970615630432' title='1 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/13055679/posts/default/111925970615630432'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/13055679/posts/default/111925970615630432'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://metapolitiek.blogspot.com/2005/06/pleidooien-voor-de-natiestaat-door-drs.html' title='PLEIDOOIEN VOOR DE NATIESTAAT door drs. Mart GIESSEN in Heemland 09'/><author><name>Metaposos</name><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><thr:total>1</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-13055679.post-111748016169705759</id><published>2005-05-30T21:08:00.000+02:00</published><updated>2006-04-13T21:05:48.883+02:00</updated><title type='text'>THE NEW CONSERVATIVE DIVIDE: Paleocons versus Neocons door Rachel ALEXANDER op The Intellectual Conservative, 20 April 2003</title><content type='html'>&lt;strong&gt;&lt;em&gt;The split between neoconservatives and paleoconservatives over the Iraq war goes deeper than many realize. Their differences on ethnic issues are threatening to become the biggest internal battle conservatives will face this decade.&lt;/em&gt;&lt;/strong&gt; &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Modern conservatism has generally encompassed multiple forms. Over the last half of the 20th century, each decade has contained at least two identifiable strains of conservatism. The 1950’s saw the onset of modern conservatism, beginning with William F. Buckley’s intellectual National Review, which established conservatism as a force against communism and its milder American counterpart, the New Deal. It was an international conservatism, unlike the establishment conservatism of the time, which was isolationist. In the 1960’s, conservatives divided over civil rights. A minority of conservatives rallied around the states’ rights position espoused by Barry Goldwater, particularly southerners motivated by their opposition to the civil rights movement. Their counterparts supported the Civil Rights Act, although they did not agree with other parts of the civil rights movement. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Neoconservatism emerged in the 1970s, as a reaction to the radical leftist agenda of the 1960’s. Neoconservatives were more interested in challenging the hippies and activists than dismantling the entrenched programs of the New Deal. Their conservative counterparts in the 1970’s were the John Birchers and Young Americans for Freedom, who refused to budge an inch in support of any program of the left, and who preferred Barry Goldwater or John Ashbrook for President over President Nixon. In the 1980’s, President Reagan successfully brought together social conservatives and business conservatives to form his base in the Republican party. By the 1990’s, those conservatives had merged to some extent, many of them becoming Rush Limbaugh conservatives who supported both the economic and social agenda of the Republican revolution in 1994. Frustrated by the compromising of the new Republican leaders, particularly the capitulation of Newt Gingrich, a drift to the libertarian right emerged, which had already begun with the founding of the Republican Liberty Caucus in 1990. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;As the first decade of the 2000’s progresses, it is becoming increasingly clear that the two types of conservatism that will define this decade are neoconservatism and paleoconservatism. The war in Iraq has brought out a deep division between the two philosophies, exemplified by paleoconservatism opposition to the conservative Bush administration’s intervention into Iraq. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Paleoconservatism is defined in the American Heritage Dictionary as, “extremely stubborn or stubbornly conservative in politics.” The term paleoconservative actually originated fairly recently, in the Rockford Institute’s Chronicles magazine, as a reaction to what was seen as increasing neocon encroachment into conservatism. Palecons claim that their brand of conservatism is the true descendant of conservative thought of the 1950’s and 1960’s. Paleocons prefer an isolationist foreign policy, and accuse neocons of being interventionist and soft on big government programs. Neoconservative is defined as an intellectual and political movement in favor of political, economic, and social conservatism that arose in opposition to the liberalism of the 1960’s. Paleocons tend to believe that most conservatives today and over the past couple of decades are neocons.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;What may really be the primary and underlying source of division between the two philosophies is their approach towards Israel. Since Israel was established in 1948, U.S. policy has generally been one of preserving Israel’s stability in the Middle East. Most conservatives have historically aligned themselves with this position for varying reasons. Some saw the state as compensation for the displaced Jews after their slaughter in the Nazi holocaust. Others saw it as a bastion of democracy to be supported amongst the Arab authoritarian regimes as a check on their spread and power. Many Christians supported the existence of a strong Jewish state because of their close relationship with the Jewish people theologically as the chosen people, their reverence for the Jews as the inhabitants of the Holy Land in Biblical times, and Biblical prediction that the Jewish people will eventually return to the Holy Land. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Yet, ironically, it is now primarily Christian conservatives who make up the paleocons opposing aid to Israel. Instead of seeing Jews as fellow kindred, these Christians see Jews as hostile to Christianity, and therefore are less inclined to support Israel. Instead of welcoming Jews – who have generally been considered solidly liberal - into the Republican party, many paleocons are suspicious of their intentions. Paleocons accuse the Republican party of being overrun by neocons, and many paleocons believe that Jewish conservatives are behind this. The accusations have gotten quite touchy, with many paleocons accusing Jewish conservatives of using anti-Semitic accusations to bully their way around and push their own agenda. Of course, when paleocon Pat Buchanan throws around phrases like, “Congress is Israeli-controlled territory,” there is an argument that can be made that a remark like that could be construed as anti-Semitic. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Many anti-Israel paleocons are using the Iraq war as an opportunity to speak out not just against the war, but to accuse conservatives and President Bush of supporting the war because the neocons, who they claim are dominated by Jews, are in favor of it. However, this argument is flawed in several aspects. First and most obvious, not only neocons supported the war. Most conservatives supported the war, some even more adamantly than the neocons, such as military, law enforcement, and certain social conservatives. Secondly, most conservatives are not “neocons,” unless the term is broadly defined to include any conservative who is not anti-interventionist, which is how some paleocons seem to be defining it. The standard definition of neocon only encompasses a small percentage of conservatives; most conservatives did not become conservative only in reaction to the 1960’s, and most still resent big government; they would be quite happy if welfare completely disappeared. Paleocons tend to overemphasize neocon approval of the welfare state. In reality, it would probably be more accurate to say that conservative politicians support a welfare state, whereas common conservatives are less likely to support it. Thirdly, the number of conservative Jews is still small. Only 20% of American Jews voted for President Bush, actually down from the 35% who voted for Reagan in 1988, and only 8% of Jews consider themselves “conservative,” as opposed to 26% of non-Jews. And although there are a handful of well-known Jewish conservatives, their presence is slight compared to the numbers of non-Jewish conservative leaders. None of the Bush administration’s cabinet-level appointees are Jewish. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;What is interesting about this latest split between conservatives is that no longer is the debate between the “moderates” and “right wingers” like it has been frequently in the past. Now it is primarily an ethnic debate, focusing on U.S. attitudes towards ethnic and racial groups within and outside of the U.S. And instead of being sidelined to the pages of history books, Pat Buchanan, former Presidential candidate and leader of the social conservative isolationist right, is leading the paleocons in this attack on what they see as the neocon takeover of conservatism. Buchanan’s new magazine, The American Conservative, claims that conservative organizations such as the Heritage Foundation, the American Enterprise Institute, and the magazine National Review, have been taken over by neocons. However, paleocon views have become more popular since 9/11, since Americans are much more fearful of terrorists entering the country, and so are more willing to tighten down on immigration laws and the borders. Furthermore, the paleocons are not completely marginalized, they count among their numbers several respected intellectual heavyweights, including the Rockford Institute, LewRockwell.com, and to some degree, the paleolibertarian Ludwig von Mises Institute. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;The future of conservatism depends on how these two factions cooperate. Unlike past divisions between conservatives, this division will only increase, because the ethnic diversity within the U.S. keeps increasing, and Israel’s stability in the Middle East keeps declining. What most conservatives do not realize, and are not prepared to address, is that ethnic-related issues are going to be the crucial problem facing them this decade. At the present moment, conservatism appears unified, because the paleocons were not able to thwart the intervention into Iraq, probably because their numbers are still too few. After all, according to a recent ABC news poll, an overwhelming 81% of Americans believe it was right to go to war with Iraq, and 60% believe that it was right even if no weapons of mass destruction are ever found. But resentment is building, and as long as the paleocons are convinced that conservatism has been hijacked, they will not stop their assault.&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/13055679-111748016169705759?l=metapolitiek.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://metapolitiek.blogspot.com/feeds/111748016169705759/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=13055679&amp;postID=111748016169705759' title='0 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/13055679/posts/default/111748016169705759'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/13055679/posts/default/111748016169705759'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://metapolitiek.blogspot.com/2005/05/new-conservative-divide-paleocons.html' title='THE NEW CONSERVATIVE DIVIDE: Paleocons versus Neocons door Rachel ALEXANDER op The Intellectual Conservative, 20 April 2003'/><author><name>Metaposos</name><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-13055679.post-111747196705733009</id><published>2005-05-30T18:45:00.000+02:00</published><updated>2006-04-13T20:39:06.376+02:00</updated><title type='text'>LEVE DE NEOCONSERVATIEVE REVOLUTIE door Bart Jan SPRUYT in Trouw, 10-12-2005</title><content type='html'>&lt;strong&gt;&lt;em&gt;'De vijand op het slagveld kan ons niet verslaan. Maar we kunnen de oorlog wel verliezen. Die nederlaag zal een nederlaag van binnenuit zijn. Zij zal ons worden toegebracht door mensen die geen strijd willen en daarom net doen alsof er geen strijd is; mensen die de kloof ontkennen en die anderen, die de kloof benoemen, uitmaken voor ophitsers die de kloof hebben geschapen; mensen die geloven dat de vijand tevreden gesteld kan worden en die niet inzien dat niets doen ook een handeling is.'&lt;/em&gt;  Bart Jan Spruyt , directeur van de Burke-stichting, beantwoordt de kritiek op het neoconservatisme van Gerbert van Loenen in L&amp;G van 26 november.&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Linkse activisten blijven de wereld verbazen met het beledigende niveau van hun leuzen. En wanneer het dieptepunt lijkt te zijn bereikt, blijkt het altijd nog erger te kunnen. Dat bewees een groep studenten die kort na de Amerikaanse inval in Irak protestbijeenkomsten hield op de campus van de universiteit van Chicago. Zij hielden argeloze passanten staande en vroegen hun of zij soms 'straussianen' waren. 'Strauss was een fascist!', schreeuwden ze. Die kennis hadden ze opgedaan uit het pamflet Children of Satan, dat hun voorman Lyndon LaRouche via internet had verspreid. LaRouche weet overigens van geen ophouden. Toen de New School for Social Research enkele weken geleden in New York een studiebijeenkomst over Strauss belegde, stond hij op de gang zijn boekjes en pamfletjes uit te venten - tegen Leo Strauss en tegen de verderfelijke beweging waarvan hij de godfather heet te zijn, het 'neoconservatisme'. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Sedert de inval in Irak hebben de media zich beijverd om de imperialistische samenzwering achter deze oorlog bloot te leggen. Eerst stuitten zij op een 'kabel' van neoconservatieve intellectuelen en beleidsmakers in Washington die de regering-Bush zouden hebben opgehitst tot de pre-emptive strike tegen de bedreiging die Saddams Irak in hun ogen was. En bij nader inzien bleken al deze neocons geïnspireerd door het gedachtegoed van ene Leo Strauss (1899-1973). Van hem hadden ze nog nooit gehoord, laat staan dat ze zijn boeken hadden gelezen. En een haastige verkenning van dat werk (en daar is het helaas bij gebleven) leverde alleen maar teleurstellingen op: er bleek niets in aan te treffen dat de Amerikaanse politiek leek te rechtvaardigen. In sommige Amerikaanse media voedde die afwezigheid van belastend materiaal het samenzweerderige vermoeden dat Strauss' oeuvre vol bedrog en Platoonse 'nobele leugens' moest staan - en ja, dat was dan weer de link met de grote leugen over de massavernietigingswapens die in Irak aanwezig zouden zijn. Arrogante leerlingen van een filosoof die hen had bijgebracht dat zij tot een kaste van bevoorrechten behoorden, waren er listig in geslaagd George W. Bush te verleiden tot een machiavellistische politiek die de VS beschouwde als het nieuwe Romeinse imperium en die absolute loyaliteit aan de staat Israël als leidraad had. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het artikel dat Trouw-redacteur Gerbert van Loenen twee weken geleden in Letter &amp;amp; Geest publiceerde om Jaffe Vinks artikel over de neoconservatieve revolutie te bestrijden, overstijgt dit niveau nauwelijks. Het getuigt van een beschamende onkunde omtrent het ideeëngoed van Leo Strauss, omtrent het wezen van het neoconservatisme en omtrent de relatie tussen dat neoconservatisme en de oorlog in Irak. Van Loenen dicht Leo Strauss 'de gedachte van een absolute waarheid' toe, concludeert dat die gedachte een 'kiem van overmoed, een kiem van geweld' in het denken van zijn leerlingen heeft genesteld, en dat dat denken vervolgens een uitlaatklep heeft gevonden in de ongeremde dadendrang van de door overmoedige neocons beheerste regering-Bush. Geef hem maar het oude Europa, geef hem maar het oude, prudente conservatisme, en geef hem maar een coalitie der gematigden die een 'open samenleving' moet blijven garanderen en het revolutionaire gevaar van de neoconservatieven moet bestrijden. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het wordt hoog tijd dat er een einde komt aan dit vertoon van onwetendheid waarmee we al tweeënhalf jaar worden geplaagd. Laten we daarom de trits 'Strauss neocons - Irak' in het vervolg eens één voor één zorgvuldig nalopen. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;I Leo Strauss &lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Strauss een gevaarlijke fascist! In werkelijkheid was hij een Duitse jood die zijn vaderland in 1932 ontvluchtte en via Parijs en Londen naar de Verenigde Staten ontkwam, waar hij eerst aan de New School in New York en later aan de universiteit van Chicago doceerde. Zijn familie kwam om in de Duitse concentratiekampen. Hij was een geleerde die in zijn commentaren op de grote klassieken-- van Plato en Xenophon, via de grote Arabische en joodse geleerden uit de Middeleeuwen, tot Machiavelli, Hobbes, Spinoza, Nietzsche en Heidegger - een eigen filosofie ontvouwde. Wat wereldvreemd was hij ook, en zeker geen wereldwijze man die een 'netwerk' onder politici had die hij met zijn denkbeelden drogeerde. Toen hij in New York zijn benoeming in Chicago binnenkreeg, rende hij de straat op en hield hij een taxi aan met het verzoek hem naar Chicago te rijden. Geen idee waar Chicago lag. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;En wat zijn fascisme betreft: Leo Strauss was de eerste die de beroemde tekst over Het begrip politiek van de latere hofjurist van de nazi's, Carl Schmitt, bestreed. In Nederlandse artikelen (bijvoorbeeld in het themanummer over het conservatisme van het tijdschrift Groniek uit juni 2004) wordt deze kritiek van Strauss op Schmitt kwaadwillend uitgelegd als een poging Schmitt 'rechts' te passeren. In feite legt Strauss bloot dat Schmitt uiteindelijk een pleidooi voor een politieke theologie voerde, en daarmee een alternatief voor het liberalisme presenteerde dat hem niet beviel. In New York gaf Strauss op 26 februari 1941 een lezing over het Duitse nihilisme, die tot de meest scherpzinnige kritieken op het fascisme kan worden gerekend (en interessante raakvlakken vertoont met de analyses van Jacques de Kadt). En toen zijn student Stanley Rosen na de oorlog naar Duitsland ging, verbood Strauss hem om Heidegger een hand te geven. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Strauss sprak met regelmaat over 'de crisis van het Westen', en doelde daarmee vooral op het falen van de politieke wetenschap bij de opkomst van de totalitaire ideologieën van het fascisme en het communisme. Uit de hoek van de politicologen en politiek filosofen had niet of nauwelijks protest geklonken, opgesloten als zij zichzelf hadden in de ivoren toren van een wetenschap die werd gedragen door de Weberiaanse tegenstelling tussen feiten en waarden. De politieke wetenschap wilde alleen nog maar beschrijven en durfde geen waardeoordelen meer te vellen. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Was er sindsdien nog politieke filosofie mogelijk? Als gevolg van de omarming van het moderne vooroordeel dat de geschiedenis een autonoom proces van vooruitgang is, ontbreekt het de westerse cultuur volgens Strauss aan onbevangen zelfkritiek. Uit deze grot van ondoordachte zelfvoldaanheid is er echter een weg omhoog voor degenen die bereid zijn de grote vraag naar het goede leven weer te stellen. Het grote moderne vooroordeel kan worden overwonnen door een terugkeer naar de politieke filosofie van Oudheid en Middeleeuwen, en die terugkeer kan alleen maar tot een correctie van ons denken leiden wanneer wij bereid zijn de Grote Werken van de westerse cultuurtraditie onbevangen te lezen. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het verwijt van Strauss aan de moderne politiek filosofen vanaf Machiavelli is dat zij de grote traditie hebben verloochend onder het mom van een terugkeer naar die traditie. En dat zij zich met de politiek hebben verbroederd om het moderne project, gericht op de volledige realisering van het goede leven hier op aarde, door te voeren. Dat gebeurt niet alleen wanneer filosofen de ideologie aanleveren waarop een tiranniek systeem zich baseert, maar dat gebeurt altijd en overal waar filosofie en politiek niet tegenover elkaar blijven staan (en de filosofie de politiek dus hinderlijk volgt), maar wanneer beide een verbond aangaan en in elkaar opgaan. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Deze constatering leidt Strauss tot de conclusie dat de moderniteit niet het 'einde' van de geschiedenis is. Hoeveel zij ook belooft en realiseert (welvaart, de afwezigheid van geweld, lijden, oorlog), er zijn essentiële menselijke behoeften en verlangens die door geen enkele politieke constellatie kunnen worden bevredigd. Daarom zal de geschiedenis altijd blijven terugkeren. Het is de taak van politieke intellectuelen om elk regime daaraan te herinneren, óók de moderne, liberale democratie. Filosofen past geen 'onmannelijke verachting' van de politiek. Juist omdat zij vrienden van de liberale democratie zijn - vanwege het fundamenteel 'open' karakter van deze orde en de vrijheid van denken en spreken die deze orde garandeert - mogen zij, aldus Strauss, nooit haar 'vleiers' worden. Want ook de liberale democratie bergt onvolkomenheden in zich die tot sociale en geestelijke problemen kunnen uitgroeien. Een moderne, democratische samenleving (zowel de rechtsstaat als de vrije markt) vooronderstelt immers de aanwezigheid van een cultureel en moreel fundament van deugden en een bezield verband die de moderne democratie zelf niet voortbrengt of onderhoudt. Daarom moeten politieke intellectuelen altijd blijven herinneren aan de ideeën en deugden die de moderne samenleving wél voeden, maar die in de lange mars naar de moderniteit zijn vergeten of bewust zijn afgeschreven. Zij dienen de deuren weer te openen die in het verleden zachtjes zijn dichtgedaan of dichtgesmeten - door filosofen nota bene, die bewust afrekenden met de klassieke en christelijke tradities, en daarmee de weg openden voor moderne ideologieën die in essentie bestaan in de poging om met politieke middelen de hemel op aarde te vestigen. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Laten we deze Straussiaanse preek even onderbreken voor enkele conclusies.&lt;/strong&gt; &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;1. Het is een hopeloos anachronisme om de persoon en het denken van Leo Strauss, de onhandige en schuchtere, talmoedische schriftgeleerde, een man die zich zelden over buitenlandse politiek heeft uitgelaten, in verband te brengen met de discussie die de oorlog in Irak heeft opgeroepen. Als filosoof hield Strauss zich ver van de praktische politiek. Hij trad haar kritisch tegemoet omdat zij al te vaak bezweek voor de verleiding om de oplossing van problemen te beloven die principieel onoplosbaar zijn. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;2. Een van de laatste politici in Nederland die nog weet had van het belang van dat culturele en morele fundament dat nodig is om zowel de rechtsstaat als de vrije markt te onderhouden, was Frits Bolkestein. Maar zijn pleidooien om hierover na te denken, halverwege de jaren negentig, vonden binnen zijn partij, de VVD, geen weerklank. Integendeel, de discussie werd op een partijraad bezworen met het dreigement dat wie 'de noodzaak van een bezield verband' als onderwerp ooit weer zou oprakelen, met pek en veren overladen het Spant in Bussum zou moeten verlaten. In een interview met deze krant heeft Bolkestein toegegeven dat hij toen zijn grootste politieke fout heeft gemaakt door te blijven zitten. Maar het werd nog erger: door de benoeming van Hans Dijkstal als zijn opvolger is de VVD in sociaal-liberaal vaarwater terechtgekomen, en de partij heeft daarmee het beroemde 'gat op rechts' zelf geschapen. Want dat 'gat op rechts' onthult vooral de onrust die ontstaat als mensen gaan beseffen dat de fundamenten van de samenleving kraken - een onrust die voor het laatst is verwoord door Pim Fortuyn met zijn boek over De verweesde samenleving. Partijvorming op die vleugel kan daarom alleen een succes worden wanneer de zaken die Bolkestein benoemde maar die door zijn clubgenoten werden weggehoond, de dragende ideeën worden van een (neoconservatief) programma dat Nederland weer perspectief kan bieden. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;3. Diezelfde Bolkestein heeft ons een boek in het vooruitzicht gesteld over de relatie tussen intellectuelen en politiek. In het licht van de Straussiaanse analyse van die relatie, moet dat een zwartboek van duizend zonden worden. Intellectuelen hebben zich geleend óf tot het formuleren van ideologieën die weerzinwekkende tirannieën in het leven hebben geroepen, óf tot het zwijgend ondergaan van de opkomst van die regimes, óf tot vertwijfelde pogingen het werk van politici in goede banen te leiden. Alleen vanuit het Straussiaanse perspectief is een gezonde relatie mogelijk tussen intellectuelen en politiek. In de opvatting van Strauss is zelfs het meest ideale regime dat mensen hier op aarde zouden kunnen vestigen, onvolmaakt. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De relatie tussen de intellectueel en de politiek die uit dit inzicht voortvloeit, is voorbeeldig onder woorden gebracht door een van de belangrijkste vertegenwoordigers van het neoconservatisme, William Kristol: 'Een van de belangrijkste dingen die je van Strauss kunt leren, is dat alle politiek beperkt is en dat geen enkele politiek werkelijk op de waarheid gebaseerd is. Er is dus een zekere filosofische houding nodig die tot innerlijke onthechting van alle politieke gevechten leidt. Je neemt jezelf of je zaak minder serieus dan wanneer je denkt dat ze voor 100 procent waar zijn. Politieke bewegingen zitten altijd vol met partijgangers die voor hun opinies vechten. Met de waarheid heeft dat niets te maken'. De waarheidspretenties, die Gerbert van Loenen de neoconservatieven toedicht, worden door deze prominente neoconservatief dus juist gehekeld. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;II. Neocons &lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Met die laatste opmerking van William Kristol vervolgen we ons onderzoek naar de trits 'Strauss - neocons - Irak'. Die uitspraak maakt duidelijk dat er wel degelijk mensen zijn (geweest) die, geïnspireerd door het gedachtegoed van Strauss, politiek actief zijn geworden. Williams vader Irving Kristol bijvoorbeeld, de vader van het neoconservatisme, heeft zijn ontmoeting met het werk van Strauss omschreven als een 'intellectuele schok zoals je die maar eens in je leven meemaakt', waardoor hij leerde hoe hij de moderniteit aan serieuze kritiek kon onderwerpen. Het beeld in de media is dat zij die een ervaring als die van Irving Kristol doormaakten, zich hebben verenigd in de neoconservatieve beweging, en dat deze club van arrogante haviken Bush tot zijn rampzalige oorlog in Irak heeft verleid. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Strauss heeft ontegenzeggelijk school gemaakt. Leerlingen van Strauss, en leerlingen van zijn leerlingen, zijn vooral aan de universiteiten te vinden, waar zij werkzaam zijn als (politiek) filosoof. Een van de belangrijkste van hen was Allan Bloom, wiens flamboyante leven door Saul Bellow in de onderhoudende roman Ravelstein is vastgelegd. Er zijn veel epigonen onder die leerlingen, maar ook briljante geleerden zoals Stanley Rosen (Boston), Harvey C. Mansfield (Harvard) en Seth Benardete (1930-2001). Ze zijn ook in Europa: vooral de Franse denkers Alain Finkielkraut, Pierre Manent en Rémi Brague verdienen vermelding, en in Londen is onlangs de neoconservatieve Henry Jackson Society gesticht, met steun van mensen uit de directe omgeving van David Cameron (de nieuwe leider van de Tories). &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Sommige leerlingen, en leerlingen van leerlingen, zijn in de politiek verzeild geraakt. Sommige van deze 'Straussianen' zijn neoconservatief, anderen weer niet. Neoconservatieven zijn niet partijpolitiek gebonden: velen zijn Republikein, anderen zijn Democraat. En er zijn ook neoconservatieven die geen 'Straussianen' zijn. En er zijn toonaangevende mensen in de regering-Bush die noch het één noch het ander zijn: zoals George W. Bush himself, Donald Rumsfeld, Dick Cheney en Condoleezza Rice. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Duidelijk is wel dat de neocons het intellectuele gevecht in Washington hebben gewonnen. Maar de neocons komen van ver. Als groep zijn zij in de jaren dertig in New York ontstaan. De harde kern bestond uit voormalige trotskisten zoals Irving Kristol, Gertrude Himmelfarb (zijn latere echtgenote) en Albert Wohlstetter. Na de Tweede Wereldoorlog onderscheidden zij zich door een krachtig anticommunisme en door fundamentele kritiek op de verzorgingsstaat (die in de kern met die van Theodore Dalrymple overeenkomt). Zij verzetten zich tegen de politiek van Henry Kissinger, die het bestaan van de Sovjet-Unie als een gegeven accepteerde en vooral op zoek was naar manieren om het communisme te beteugelen. En zij verzetten zich tegen een sociale politiek die de donors een goed gevoel gaf, maar de ontvangers tot slecht gedrag aanzette. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Strategisch waren de neocons allesbehalve naïef. Zij begrepen dat de kracht van een beweging wordt bepaald door vitale instituties: door een eigen tijdschrift (dat zij onder de bezielende leiding van Norman Podhoretz in Commentary kregen) en door leidende posities in denktanks in vooral New York (het Manhattan Institute) en Washington (het American Enterprise Institute). En de neocons zochten een bondgenoot in de actieve politiek. Zij vonden die aanvankelijk in de persoon van de Democraat Henry M. Jackson, die in de jaren zeventig een interessante denktank om zich heen verzamelde in de personen van Richard Perle, Elliot Abrahams, Bernard Lewis, Albert Wohlstetter en Richard Pipes. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Maar hun gouden moment brak natuurlijk aan met de regeerperiode van Ronald Reagan, die de Sovjet-Unie tot the evil empire bestempelde, de Verenigde Staten weer in een aanvallende positie bracht, en samen met medeconservatieven Margaret Thatcher en paus Johannes Paulus II het communisme ten val bracht. Het waren ook neocons die Bill Clinton tot militaire acties in Bosnië, Haïti en Afghanistan inspireerden. In diezelfde jaren negentig schreef William Kristol samen met Robert Kagan een artikel in Foreign Affairs onder de titel 'Toward a Neo-Reaganite Foreign Policy', waarin zij een pleidooi hielden voor een agressieve promotie van democratie in het buitenland. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het is dit gedachtegoed dat de Amerikaanse buitenlandse politiek onder Bush na 9/11 is gaan bepalen. Toen zowel als nu worden de neocons bestreden door traditionele conservatieven die bang zijn voor een te dominante rol van de overheid, op welk terrein dan ook, en de in hun ogen imperialistische neigingen van Washington alleen maar betreuren. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;III Irak &lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Wat is nu in de kern de gedachte achter die politiek van democratisering, van pre-emptive strikes, oorlog, regime change en nation building? Deze politiek wordt gedragen door het geloof in het liberalisme (in de brede zin van het woord). Maar neocons plaatsen twee kritische kanttekeningen: het liberalisme moet worden verbreid en verdedigd. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;1. Liberalisme moet worden verbreid. Niet vanuit een groots ideaal van een universele staat die het einde van de geschiedenis is, maar vanuit de gedachte dat alleen democratie een open orde garandeert, waarin tirannie geen en vrijheid juist alle kans krijgt. En democratie kán worden verbreid omdat zij een verandering bewerkt die in overeenstemming is met de realiteit en de natuur van de mens. Iedereen wil vrij zijn, niemand wil om zijn ideeën gevangen gezet of gemarteld worden. Democratie garandeert de minimale voorwaarden voor een menswaardig bestaan. Met een geheimzinnige agenda om absolute waarden met militair machtsvertoon te verbreiden heeft dit, anders dan Gerbert van Loenen wil, niets te maken. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;2. Liberalisme moet worden verdedigd. Het leven in een democratische rechtsstaat kan ontaarden in een lafhartige houding. Het leven is er gericht op comfort en gemak, en kan daardoor zo verweekt raken dat iedere confrontatie met welke vorm van totalitarisme dan ook in een zenuwinzinking en lafhartige concessies uitmondt. De 'democratische mens' (Tocqueville) wil liever eindeloos praten en de boel bij elkaar houden dan een streep trekken en vanuit de politiek harde maatregelen treffen. En vooral dat laatste is het wat neocons van traditionele conservatieven onderscheidt. Zij geloven in het belang van politieke macht, en dat geloof wordt ingegeven door een sterk gevoel van urgentie. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Wat neocons ten diepste beweegt kan het beste duidelijk worden gemaakt aan de hand van het werk van Francis Fukuyama. Fukuyama publiceerde in 1992 het boek Het einde van de geschiedenis en de laatste mens, dat in feite een commentaar is op de discussie tussen Strauss en Kojève. Dat boek is gelezen als een lofzang op de triomftocht van het liberalisme, die het einde van de geschiedenis heeft ingeluid. Maar Fukuyama maakte aan het slot van zijn boek, verwijzend naar Strauss, vooral duidelijk dat dit optimisme op zijn minst voorbarig is. Misschien is de moderne, liberale democratie inderdaad het eindpunt van de geschiedenis, met haar overwinning op de grote vijanden van de mensheid. Maar we moeten er tegelijkertijd rekening mee houden dat anderen de zachtheid en het comfort van de democratische samenleving niet als het ultieme accepteren. Alhoewel de trein van de geschiedenis haar liberale eindstation lijkt te hebben bereikt, blijken sommige wagons achtergebleven te zijn, en weer andere blijken de posthistorische stad wel te hebben bereikt maar weer doorgereden te zijn - uit verveling of zelfs uit walging over het leven in die stad. En dan keert de geschiedenis dus altijd weer terug. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Wie het neoconservatieve voorbehoud van Fukuyama niet ernstig neemt, leeft in een roze wolk. Zo iemand staat toe dat de moderne liberale democratie niet wordt verdedigd tegen de vijanden die haar voortdurend onder vuur nemen. En als die aanvallen te duidelijk zijn om ze nog langer te ontkennen -- na de confrontatie met de gewelddadige ideologie van de politieke islam op 11 september 2001, in maart 2004 (de aanslag in Madrid), in november 2004 (de moord op Theo van Gogh), en in juli 2005 (de aanslagen in de Londense metro), en de voortdurende dreiging van een aanslag in ons eigen land - blijft zo iemand toch zijn geloof uitspreken in dialoog en sociaal beleid, omdat hij te naïef is om de diepte van het vijandelijke kwaad te doorgronden. Lief en aardig als hij is, gelooft hij niet dat anderen op zijn onderwerping of vernietiging uit zijn. In eigen land is hij daarom niet bereid tot het nemen van preventieve en harde maatregelen, en beroept hij zich op de verworvenheden van de rechtsstaat alsof die er niet primair zijn om de goeden tegen de kwaden te beschermen, en alsof wij niet worden omringd door mensen die deze verworvenheden vooral willen misbruiken om ze uiteindelijk af te schaffen. In de buitenlandse politiek is hij niet bereid de juiste conclusie uit de bedreigingen te trekken, en blijft hij geloven in internationaal overleg, alsof Kants Ewige Friede al is aangebroken. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De VS hebben de juiste conclusie wel getrokken - al was het mede vanuit de achteraf onjuist gebleken veronderstelling dat Saddam voorraden massavernietigingswapens had (wat iedereen in maart 2003 geloofde), en al kan de uitvoering van de oorlog geen doorslaand succes worden genoemd. Maar als de regering-Bush iets te verwijten valt, dan is het dat het beleid niet neoconservatief genoeg was. Neoconservatieven hebben vanaf het begin op meer committment aangedrongen: op de inzet van meer materieel en manschappen, die nu eenmaal nodig zijn, zoals de geschiedenis heeft bewezen, om nation-building succesvol te doen zijn. En nog afgezien daarvan is er ook veel goed nieuws, al zijn de meeste media minder gul in de onthulling daarvan. En Libië en Syrië hebben inmiddels hun lessen getrokken. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De Engelse schrijver Douglas Murray heeft vorige week een nieuw boek gepubliceerd: Neoconservatism: Why We Need It (uitgegeven door de Social Affairs Unit in Londen). Hij wijst daarin een uitnemender weg dan de gematigdheid die Gerbert van Loenen predikt. Murray toont aan dat de westerse wereld in de ban is geraakt van een relativistisch multiculturalisme dat in wezen antiwesters is. Wie onderscheid maakt, spreekt een moreel oordeel uit en in het licht van het recente verleden durven westerlingen dat niet meer. En daarmee stellen zij hun eigen beschaving in de waagschaal. De vijand op het slagveld kan ons niet verslaan. Maar we kunnen de oorlog wel verliezen. Die nederlaag zal een nederlaag van binnenuit zijn. Zij zal ons worden toegebracht door mensen die geen strijd willen en daarom net doen alsof er geen strijd is; mensen die de kloof ontkennen en die anderen, die de kloof benoemen, uitmaken voor ophitsers die de kloof hebben geschapen; mensen die geloven dat de vijand tevreden gesteld kan worden en die niet inzien dat niets doen ook een handeling is. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Neoconservatisme is de enige politieke stroming die ons leert hoe staande te blijven tegenover de vijand van binnenuit en buitenaf omdat het morele helderheid brengt en ons leert in te zien wat er goed is in onze beschaving. Wat we dus nodig hebben is een neoconservatieve explosie van vrijheid, in binnen- zowel als buitenland. Van een koppeling van een absolute waarheidspretentie aan ongebreidelde militaire macht (Gerbert van Loenen) is in het neoconservatisme geen sprake. Het gaat om de bescherming en verbreiding van een beschaving die politiek de voorwaarden schept die niet voldoende maar wel noodzakelijk zijn voor het goede leven. Die westerse beschaving is namelijk de enige waarin die vraag naar dat goede leven überhaupt mag worden gesteld en bediscussieerd.&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/13055679-111747196705733009?l=metapolitiek.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://metapolitiek.blogspot.com/feeds/111747196705733009/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=13055679&amp;postID=111747196705733009' title='1 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/13055679/posts/default/111747196705733009'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/13055679/posts/default/111747196705733009'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://metapolitiek.blogspot.com/2005/05/leve-de-neoconservatieve-revolutie.html' title='LEVE DE NEOCONSERVATIEVE REVOLUTIE door Bart Jan SPRUYT in Trouw, 10-12-2005'/><author><name>Metaposos</name><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><thr:total>1</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-13055679.post-111711785367901030</id><published>2005-05-26T16:29:00.000+02:00</published><updated>2006-04-13T20:32:26.060+02:00</updated><title type='text'>DE NEOCONSERVATIEVE REVOLUTIE door Jaffe VINK in Trouw 29-10-2005</title><content type='html'>&lt;strong&gt;&lt;em&gt;'Ik kan moeilijk ontkennen dat Letter &amp; Geest de afgelopen jaren aandacht heeft besteed aan het neoconservatisme, een manier van denken die in Amerika al enkele decennia opgeld doet en die na de terreuraanslagen van 2001 opeens politieke actualiteit en invloed heeft gekregen.'&lt;/em&gt;&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Jaffe Vink meent dat de neoconservatieven 'de vlag en de wimpel van de progressieven hebben overgenomen' en 'de revolutionairen van deze tijd zijn'. En passant geeft hij een overzicht van de Letter &amp; Geest-bundel 'De terugkeer van de geschiedenis', die volgende week dinsdag wordt gepresenteerd in de Rode Hoed in Amsterdam. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Vorige week vrijdag stond er een interview met de arabist Hans Jansen in de Volkskrant naar aanleiding van zijn nieuwe boek De historische Mohammed - de Mekkaanse verhalen. In de eerste alinea werd hij onder andere geïntroduceerd met de zinsnede: 'hij figureert met regelmaat in de kolommen van het Trouw-katern Letter &amp; Geest dat her en der als broeinest van het vaderlandse neoconservatisme wordt gezien'. Het woord 'broeinest' voorspelt niet veel goeds, het adjectief 'vaderlands' doet op zijn best denken aan boerenkool met worst, op zijn slechtst aan nationalisme en andere verschrikkelijke dingen, zoals vaderlandse geschiedenis waarbij een arme jongen uit het verre Anatolië geacht wordt uit zijn hoofd te leren dat een verdwaalde katholiek in het jaar zoveel bij Dokkum werd vermoord. Dokkum, of all places. Twee zinnen verder is het vonnis voltrokken: 'deze controversiële Jansen'. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De Franse schrijver Raymond Queneau heeft eens een boek gepubliceerd met 99 varianten van dezelfde gebeurtenis. Misschien is 99 varianten hier wat veel, maar laat ik eens beginnen met een tweede variant: 'Jansen publiceert regelmatig in het Trouw-katern Letter &amp; Geest dat al jarenlang als bakermat van een nieuwe filosofische stroming wordt gezien'. Ik zou het zelf niet zo opschrijven, maar het gaat hier om een stijloefening, zoals ik ook de volgende variant niet zelf had kunnen bedenken: 'hij figureert met regelmaat in de kolommen van het Trouw-katern Letter &amp; Geest, inmiddels omgebouwd tot hangplek voor uiterst conservatieve opiniemakers, nieuw-rechtse filosofen en andere politieke vandalen die graag aantrappen tegen de islamitische cultuur'. Een vierde variant: 'hij publiceert met regelmaat opmerkelijke artikelen in het Trouw-katern Letter &amp; Geest dat door vriend en vijand als een vrijplaats van progressieve denkers wordt gezien. Deze invloedrijke arabist' En tot slot: 'hij publiceert zo nu en dan in Letter &amp; Geest, een bijlage van het prot.-chr. dagblad Trouw met veel lange stukken'. Kiest u maar. Onder de goede inzenders verloten we een exemplaar van De terugkeer van de geschiedenis, een bundeling van artikelen uit Letter &amp; Geest van de afgelopen zeven jaar over politiek en filosofie. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De titel van dit boek hebben we ontleend aan een artikel van de Amerikaanse journalist Robert Kaplan, dat we vier dagen na de aanslag op het World Trade Center publiceerden. Volgens Kaplan beleefden we op 11 september 2001 'de terugkeer van de geschiedenis'. 'Het tijdperk van na de Koude Oorlog zal in de toekomst beschouwd worden als een twaalfjarig bestand.' Het is een reactie op de visie van de Amerikaanse filosoof Francis Fukuyama die na de val van de Berlijnse muur in 1989 en de ineenstorting van het communisme, de overwinning van de westerse liberale democratie en daarmee 'het einde van de geschiedenis' proclameerde. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Geur&lt;/strong&gt; &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik kan moeilijk ontkennen dat Letter &amp;amp; Geest deze afgelopen jaren aandacht heeft besteed aan het neoconservatisme. Maar is het daarmee ook een broeinest van vaderlands neoconservatisme? In diezelfde Volkskrant stond enkele pagina's verder een bespreking van Hendrik Jan Schoo van het tweede boek van de Engelse psychiater Theodore Dalrymple, Our Culture, What's Left of It (2005), dat nu in Nederlandse vertaling uitkomt. Het was Schoo die ons in 2002 attendeerde op een artikel van Dalrymple: 'De barbaren voor de poorten van Parijs', een indringende schets van het leven in de voorsteden van Parijs, dat we toen in Letter &amp;amp; Geest hebben gepubliceerd. Het staat ook in De terugkeer van de geschiedenis. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Schoo schrijft dat het eerste boek van Dalrymple, Leven aan de onderkant (2004), ,,de wind in de zeilen kreeg door gunstige besprekingen en uitgroeide tot een bescheiden verkoopsuccesje. Dalrymple werd in Nederland gelezen, en brak daarmee uit de kolommen van Trouws katern Letter &amp;amp; Geest, dat eerder stukken van hem had overgenomen uit het neoconservatieve Amerikaanse blad City Journal. Het was Trouw-redacteur Chris Rutenfrans die met Life at the Bottom naar uitgeverij Het Spectrum stapte, het boek vertaalde en van een inleiding voorzag. Onmiskenbaar hangt rond Dalrymple de geur van het (neo)conservatisme. In Nederland, waar iedereen progressief is, geen aanbeveling. Des te opmerkelijker is Dalrymples welwillende ontvangst.'' &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Daar heb je het weer: de geur van het (neo)conservatisme. Dat riekt weer naar dat broeinest. Nog even en we zullen het woord als een geuzennaam accepteren. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Wie is hier conservatief?&lt;/strong&gt; &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Maar misschien mag ik eerst nog een ander voorbeeld noemen. Drie maanden na die beruchte elfde september publiceerden we een artikel van de politiek filosoof Luuk van Middelaar. Volgens hem zijn de moderne westerse waarden 'ónze waarden en die willen wij verdedigen. En daar hoeft het niet bij te blijven: de echte progressief vindt dat de rest van de wereld er óók recht op heeft.' En zoals ooit Percy Bysshe Shelley een defence of poetry schreef, zo schreef Van Middelaar een verdediging van de oorlog. ,,Europese 'progressieve' politici - politicae zelfs! - plaatsten om het hardst vraagtekens bij de westerse acties in Afghanistan, alsof daardoor niet de doelen dichterbij komen die elke waarlijk progressieve politicus zou moeten toejuichen: meer vrijheid, minder vrouwenonderdrukking, herstel van gezondheidszorg, van scholen, enzovoorts, en wie weet zelfs een modernisering van de economie - in een van 's werelds allerarmste landen geen overbodige luxe. Want zelfs als Bin Laden zich niet in Afghanistan zou schuilhouden (en even afgezien van pacifistische argumenten), wie kan er nu met goed fatsoen verontwaardigd zijn over een oorlog tegen het regime van de Taliban? (...) De grote politieke vraag is: kun je de mensenrechten over de wereld verspreiden zonder een Napoleon? Nee dus. Wie politiek denkt weet dat het Goede niet vanzelf komt. Daar is wellicht een leger voor nodig. Een Napoleon. Of een George W. Bush. Wie mensenrechten wil moet daar een prijs voor betalen. Wat we Napoleon kwalijk kunnen nemen, is niet dat hij geweld gebruikte, maar dat hij niet ver genoeg is gegaan. En om de parallel door te trekken: wat we moeten hopen, is dat Bush zijn werk wél grondig zal afmaken. Dat hij Afghanistan met bommen en overvloed de moderniteit zal binnenslepen.'' &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Zulke taal over cowboy Bush was ook in 2001 niet populair bij de progressieve goegemeente, en zoals we van Schoo weten, is iedereen in Nederland progressief. Maar wie is hier conservatief en wie is hier progressief? &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Er kwamen veel reacties op dit artikel, we gingen ook op zoek naar 'tegenstukken', maar toen openbaarde zich al een probleem dat de filosoof en PvdA-ideoloog Jos de Beus in september 2003 heeft gebrandmerkt als 'de onuitstaanbare leegte van links'. Links had geen idee. Links had geen antwoord. En er was in die contreien ook nergens een of ander broeinest te bekennen. We publiceerden for the sake of balance enkele artikelen maar van een zeker tegenwicht was geen sprake. Die artikelen hebben het ook niet gehaald bij de selectie voor het boek. Links liep achter de feiten aan, of het nu ging om criminaliteit, immigratie, multiculturalisme of oorlog. En dat werd een kwestie die zich herhaalde: het andere geluid kwam niet verder dan de panfluit. Met als resultaat dat om meerdere artikelen in dit boek de geur van het neoconservatisme hangt. Maar dan komt de vraag: wat is er eigenlijk mis met het neoconservatisme? Is het een verdachte beweging? Stinkt het daar soms? &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Overvallen door de realiteit &lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Is het niet belangrijk aandacht te besteden aan een manier van denken die in Amerika al enkele decennia opgeld doet en die na de terreuraanslagen van 2001 - in een periode dat de regering-Bush isolationistisch was ingesteld - opeens politieke actualiteit en invloed heeft gekregen? &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Neoconservatieven bestonden in Amerika al in de jaren vijftig, toen zij zichzelf nog als liberals (progressieven) beschouwden. Godfather van de beweging is Irving Kristol (1920). Hij was de eerste die het etiket 'neoconservatief' accepteerde. Als je toch zo'n etiket krijgt opgeplakt, aldus Kristol, is de beste strategie om ermee aan de haal te gaan. De andere denkers die door de media 'neoconservatieven' werden genoemd, noemden zichzelf nog gewoon 'progressief'. Zij waren alleen zeer op hun hoede voor de dreiging van het communisme. Zoals hun grote progressieve voorbeeld, president Woodrow Wilson (1913-1921), wilden zij de wereld veilig maken voor democratie: to make the world safe for democracy. Maar wat hen afstootte in hun eigen partij was de steeds grotere invloed van pacifistische, radicale en revolutionaire linkse stromingen die Stalin, voorzitter Mao en zelfs iemand als Kim Il Sung als lichtende voorbeelden presenteerden. Langzaam werden zij naar het Republikeinse kamp gedreven. In hun ogen verlieten niet zij de partij, maar verliet de partij - met met haar apaiserende houding tegenover het communisme - hen. (Zo heeft in onze tijd Ayaan Hirsi Ali niet de PvdA verlaten, maar heeft de partij haar verlaten.) &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In 1965 richtte Kristol The Public Interest op. Dit tijdschrift moest het vooroordeel bestrijden dat intellectuelen per definitie links zijn, en dat iedereen die niet progressief is gewoon niet genoeg heeft nagedacht. Kristol wilde 'aan het Amerikaanse volk uitleggen waarom het gelijk had, en aan de intellectuelen uitleggen waarom zij ongelijk hadden'. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het staat zo ongeveer allemaal beschreven in De terugkeer van de geschiedenis, onder andere in een artikel dat ik hier gebruik, over de wortels van het neoconservatisme, van Yoram Stein, de zoon van good old Michael Stein die meteen na 11 september een prachtige serie artikelen schreef over het Midden-Oosten. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Maar goed, je kunt wel heel deftig doen over dat neoconservatisme, maar aan het eind van de rit duikt onvermijdelijk George W. Bush op en dan weten we het wel: Bush is dom. Als ik nog enigszins serieus wil worden genomen, moet ik eerst plechtig verklaren dat Bush een scheve kop heeft. (Is er nog iemand die zich het gedachtegoed herinnert van zijn Democratische uitdagers in 2000 en 2004?) Achter al die clichés over Bush gaat een eenzijdige kijk op Amerika schuil en een gebrek aan kennis van het neoconservatisme. Wie kent het werk van de filosoof Leo Strauss (1899-1973), wie kent het werk van de protestantse theoloog Reinhold Niebuhr (1892-1971)? Zij zijn de inspirators van deze beweging. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;En wie kent de beroemde definitie van neoconservatieven die door Kristol is bedacht: liberals who have been mugged by reality - progressieven die overvallen zijn door de realiteit? Hij bedoelde het niet alleen figuurlijk maar ook letterlijk: de bittere realiteit van toenemende criminaliteit en onveiligheid op straat. De neoconservatieven keerden zich ook tegen de heersende opvatting dat criminelen slachtoffers waren van 'het systeem' in plaats van daders die zelf slachtoffers maakten en die verantwoordelijk waren voor hun daden. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;,,Maar het was de politieke correctheid van de jaren tachtig, die zorgde voor de voltooiing van het neoconservatieve rijpingsproces, schrijft Yoram Stein. Nu geëist werd dat Plato, Shakespeare en Jefferson als 'dode witte mannen' van het universitaire curriculum werden gehaald en de nadruk steeds meer kwam te liggen op de studie van het racisme en seksisme van 'witte Angelsaksische protestantse mannen', begon het bloed van de neoconservatieven pas echt te koken.'' &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;En dan komt de frase die het hart van het neoconservatisme beschrijft: 'Als linkse intellectuelen van de oude stempel hadden zij namelijk nog geloofd in de emancipatie van de onderklasse door middel van goed onderwijs. Dus mét Plato, Shakespeare en Jefferson.' Maar dan moesten de lessen er wél op gericht zijn dat iedereen mee moest doen in de maatschappij en dan moest die maatschappij niet worden voorgesteld als een ellendig en onderdrukkend systeem dat omvergeworpen moest worden. 'In plaats van de etnische minderheden aan te sporen om extra hun best te doen op school, werden zij aangespoord om zichzelf als slachtoffers te zien en zo het hele systeem te gaan haten.' Fuck the system was niet de hartekreet van de neoconservatieven. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Copernicus&lt;/strong&gt; &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Maar voordat het nu - met die oude stempel - al te gezellig wordt en we in een sfeer belanden waarin alles op elkaar gaat lijken en de neusvleugels van de antiquarische socialisten en ex-communisten beginnen te trillen van een opgewonden herkenning, is het moment gekomen om een kleine kanttekening te maken. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De neoconservatieven hebben niet alleen bepaalde opvattingen, ze willen die ook uitdragen. Ze willen de wereld veilig maken voor democratie. Vandaar ook hun slogan: 'Democratiseer het Midden-Oosten'. Het zijn idealisten met een beschavingsmissie. Welke beschaving? De westerse beschaving. Met haar vrijheid en welvaart, haar democratie en mensenrechten, haar kritiek en zelfkritiek, haar wetenschap en technologie, haar medicijnen en internet, en met Plato, Shakespeare en Jefferson, en een Mercedes op de koop toe, plus het inzicht in de werking van een benzinemotor. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het is een opvatting die de politieke correctheid, het cultuurrelativisme en het multiculturalisme ver achter zich heeft gelaten. Het is een opvatting die zich niet alleen richt op de Verlichting en op de eeuwige Voltaire, maar ook op de Oudheid, Renaissance en Reformatie en die ook het belang van de wetenschappelijke revolutie onderstreept. Het is in dit verband goed om Copernicus eens te citeren. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;'s Ochtends zien we de zon in het oosten opkomen - als het niet regent - en in het westen ondergaan. Dat gaf ons het idee dat de zon om de aarde draait. Maar Copernicus stelde in 1543 vast dat niet de aarde, maar de zon het middelpunt is. Dat was in strijd met onze zintuiglijke waarnemingen en met bijbelse opvattingen. Copernicus trok zich daar niets van aan. ,,Wanneer er kletsmajoors zijn die, hoewel ongeschoold in de mathematische wetenschappen, toch menen een oordeel te mogen vellen over mijn stellingen en wanneer ze die stellingen durven aanvallen omdat ze strijdig zijn met een of andere passage uit de bijbel die ze voor hun doeleinden hebben verdraaid, dan kan me dat niets schelen. () Ik heb mij heel lang afgevraagd of ik mijn commentaren moest publiceren of dat het niet beter was het voorbeeld van de pythagoreeërs te volgen die hun geheimen van de filosofie alleen mondeling overdroegen en dan nog alleen aan een kring van vertrouwelingen.'' &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het besluit van Copernicus om tot publicatie over te gaan, omdat waarheden, hoe betwist ook, tot het publieke domein behoren, was van groot belang. Zo kon er een open debat plaatsvinden, ook al omdat door de inmiddels ingeburgerde boekdrukkunst zijn inzichten konden worden verspreid. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Tijdens de Verlichting, die meer was dan een parade van opwindende ideeën, zoals de historicus Wijnand Mijnhardt schreef, ontstonden nieuwe mogelijkheden om ideeën te bespreken en verbreiden. 'Die vrijheid van drukpers gecombineerd met de inventiviteit van boekhandelaren en uitgevers zorgden al snel voor de uitbouw van wat een verlichte uitvinding bij uitstek is geweest: het publiekstijdschrift.' Door al deze vernieuwingen - waaronder ook de leesbibliotheek - kwam tegen het einde van de achttiende eeuw het voor de westerse samenleving zo essentiële verschijnsel van de publieke opinie tot stand. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Guus Hiddink &lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Dat is de cultuur die de neoconservatieven willen uitdragen. En laat ik het voor alle duidelijkheid maar hardop zeggen: deze westerse cultuur is superieur. Ik weet het, dan wordt het meteen een stuk ongezelliger. Maar als in een sportverslag van afgelopen maandag staat, dat PSV superieur is, dan vind ik dat als wanhopige Ajax-supporter niet prettig, &lt;br /&gt; &lt;br /&gt;maar het is wel waar. En er is niemand die zich er aan stoort en die denkt: Ajax is dus inferieur, nee, vrijwel iedereen denkt: Hiddink heeft de zaak weer aardig op de rails en bij Ajax - onze held uit de oude wereld - is het een zooitje. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik zal er nog bij zeggen - want je kunt niet duidelijk genoeg zijn in dit mijnenveld - dat ik het niet in morele zin bedoel, zo van: de Nederlander is een beter mens dan de Pakistaan. Maar hij is wel beter af. Het Westen is economisch, technisch, militair, cultureel en wetenschappelijk superieur. En deze superioriteit is gebaseerd op een lange geschiedenis. Het is ook mogelijk het in andere termen te zeggen, bij voorbeeld: macht. Maar ook bij dit woord moet je eerst de rommel eraf schrapen. 'Macht is vies', luidde het credo van de geitenwollen sok. Maar macht is altijd en overal aanwezig, van buitenlandse politiek tot in de vakbond van beurtschippers, van multinationals tot in het hart van liefdesrelaties - en het is beter deze realiteit te erkennen dan te verdonkeremanen. Je moet je eigen rol en je eigen macht onder ogen zien. Het is een oude les van Adorno en dat is toch niet de domste van het stel. Het Westen is veel machtiger en het is belangrijk dat door te hebben, omdat je dan veel beter in staat bent anderen te helpen. Het is simpelweg realistisch. In die zin kun je ook zeggen dat de westerse cultuur superieur is aan de Arabisch-islamitische cultuur. Je kunt ook blijven steken in de mist van de gelijkheidsideologie, maar het getuigt van weinig inzicht en medeleven om net te doen alsof het hier gaat om gelijkwaardige culturen - wie dat doet miskent de tragiek van eeuwenlange achterstanden. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Maar dat helpen gebeurt wel op onze voorwaarden en volgens onze inzichten. Mooier kunnen we het niet maken. Wij weten hoe een benzinemotor werkt en hoe aids moet worden bestreden. Als een Soedanees denkt dat het manlijk zaad niet alleen vruchtbaar maar ook geneeskrachtig is, dan moeten we hem dat uit zijn hoofd praten. Als een Egyptische vrouw met aids denkt dat ze geen aids kan hebben omdat ze moslim is, dan moeten wij haar duidelijk maken dat dat onzin is. En als een Mercedes langs de kant van de weg staat in Mazar-i-Sjarif, dan moeten wij uitleggen hoe je zo'n ding repareert. De Chinezen hebben het begrepen - die zijn booming. Ze hebben nu ook een SUV nagemaakt in de vorm van een onkreukbare Landwind. Mooie naam voor een auto. En verder geen kwaad woord over de Chinezen, want de tijden van Mao lijken ineens ver weg. Waarom gaat een Philipsfabriek van Stadskanaal naar China en niet naar Syrië of Iran? &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Djinn uit de fles &lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Maar ook al is de westerse cultuur superieur, hoe kunnen de neocons zo gek zijn om te denken dat zij het Midden-Oosten kunnen democratiseren? Hoe kunnen conservatieven zo idealistisch zijn om te geloven dat de Arabisch-islamitische wereld gedemocratiseerd kan worden? Zijn dit soms een stelletje wereldverbeteraars? En hoe is het mogelijk dat de neoconservatieven het oudste geloof van de progressieven hebben gekaapt, het geloof waaraan de progressieven nota bene hun naam danken: het geloof in vooruitgang? &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Er is geen betere manier om de neoconservatieven in het nauw te drijven en het nog wat ongezelliger te maken - nu van de andere kant - dan te beginnen over Irak. Zien jullie wat daar gebeurt? Chaos, duisternis en dood! En een broeinest van terroristen! (Daar heb je dat woord weer.) &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Allereerst: het is eerlijk gezegd een genoegen om de tiran in de rechtszaal te zien zitten, als een klein kind in een grote box. Wie had dat een aantal jaren geleden gedacht? En verder is de toestand in de Aboe Ghraibgevangenis nog nooit zo goed geweest. Maar ergens las ik de zin: 'De Aboe Ghraibgevangenis is berucht vanwege misdragingen van Amerikaanse bewaarders'. Dat was inderdaad niet fair van Lynndie England en haar kornuiten; zij kreeg drie jaar cel, haar vriend tien jaar. Maar de journalist die bovenstaande zin neerpende, had waarschijnlijk in de jaren voor 2003 nooit gehoord van de hel in Aboe Ghraib. En tot slot werd er deze week een heel nummer gemaakt van 'de mijlpaal van 2.000 gedode Amerikaanse militairen in Irak', alsof dat getal een kabbalistische grootheid betreft. Ik weet het, elke dode is er één te veel, en als het je zoon is, dan is het een gruwelijk verdriet, maar historisch gezien is het niet een groot getal. Als we beseffen dat het hier over oorlog gaat, dan moeten we constateren dat de oorlogsvoering beter is geworden. In Korea kwamen 54.000 Amerikaanse soldaten om, in Vietnam 58.000. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Maar nu ter zake. De historicus Stefan van Wersch schreef een mooi artikel met een welbekende titel: 'Democratiseer het Midden-Oosten'. Het staat in De terugkeer. 'Om eerlijk te zijn, voor het eerst in jaren ben ik een beetje optimistisch over de kansen op democratie in de Arabische en islamitische wereld. Voor wie nu denkt dat ik een gestoorde ben, is het goed deze woorden de nodige context te geven.' Zijn eerste stelling is: de status quo was onhoudbaar. Zijn tweede stelling: de huidige crisis, hoe gevaarlijk ook, is de beste kans in jaren voor de Arabische en islamitische wereld om de sociaal-economische stagnatie en het gebrek aan vrijheid te doorbreken, waarover Arabische onderzoekers zelf spreken in de Arab Human Development Reports van de Verenigde Naties. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Van Wersch, die het gebrek aan vrijheid in de Arabische wereld ziet als een van de meest prangende uitdagingen voor deze eeuw, beschrijft een historische parallel met de zeventiende eeuw in Groot-Brittannië. Het was een eeuw met een lange burgeroorlog vol wreedheden, Jacobus I werd onthoofd en Oliver Cromwell ontpopte zich als een militaristische despoot, maar toch werd deze periode de bakermat van de moderne democratie. 'Op historische parallellen valt veel af te dingen, maar het kan zinvol zijn deze Engelse geschiedenis voor de geest te houden als het thema democratie in de Arabische en islamitische wereld aan de orde komt. De situatie in dat deel van de wereld lijkt hopeloos. Kan men onder deze omstandigheden het thema democratie in het Midden-Oosten aanroeren zonder zichzelf volstrekt belachelijk te maken? Wat mij betreft: ja, dat kan. Democratisering en crisis sluiten elkaar niet uit, zoals het Engelse voorbeeld laat zien.' &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Wie over democratie in het Midden-Oosten wil praten, moet zich volgens Van Wersch niet blindstaren op de lastige realiteit van dit moment, hoe belangrijk de afloop van de bezetting ook is. 'Belangrijker is dat het overal in de Arabische en islamitische wereld begint te gisten, en dat het besef groeit dat er een ernstig gebrek aan vrijheid is. Opiniepeilingen bevestigen dat beeld. Wellicht is de democratische djinn eindelijk uit de fles.' &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Wereldhistorische gok &lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het is pijnlijk om te constateren dat Europa in de discussie over democratisering in het Midden-Oosten bijna volledig afwezig is, aldus Van Wersch. Veel Europeanen doen het liefst meewarig over de 'overspannen' ambities van de neoconservatieven. Zijn conclusie is om 'het hele concept van democratisering tot zijn juiste - en dan nog altijd grootse proporties - terug te brengen, en te zien hoe de EU en anderen eraan kunnen bijdragen. Als er op één project geen Amerikaans patent mag liggen, dan is het wel op dit.' &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Misschien duurt het een of twee generaties en wellicht is de prijs hoog, maar de status quo was onhoudbaar, het turning point is bereikt: er is een nieuwe dynamiek gekomen in het Midden-Oosten. In de woorden van de Amerikaanse filosoof Lee Harris: 'We kunnen ons niet simpelweg onttrekken aan een situatie waarin voorzichtigheid en conservatisme geen waarde meer hebben, en waarin niets doen nog riskanter is dan de wereldhistorische gok te wagen.' &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Dit zijn bepaald geen conservatieve gedachten. Conservatieven houden niet van grote veranderingen. Alles bij het oude houden, een zeker cynisme, een bepaald soort Realpolitik. Volgens de conservatieve Engelse filosoof Roger Scruton kan het de westerse kiezers merendeels niet schelen 'of Irak geregeerd wordt door een despoot, een gekozen bewind dan wel een stel chimpansees'. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Neoconservatieven nemen daar geen genoegen mee, ze zien dat de status quo onhoudbaar is geworden, ze willen verandering, ze willen vooruitgang, ze willen emancipatie van de onderklasse, ze willen in de geest van Leo Strauss aandacht voor de klassieke deugden, ze willen goed onderwijs, ze willen vrijheid en welvaart voor allen. Ze willen de wereld veilig maken voor democratie. Het lijkt er op dat ze de vlag en de wimpel van de progressieven hebben overgenomen. De neoconservatieven zijn de revolutionairen van deze tijd. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ceterum censeo Carthaginem non esse delendam sed dêmokratian faciendam. En voorts ben ik van mening dat Carthago niet verwoest moet worden maar gedemocratiseerd. En dat het interview met Hans Jansen in de Volkskrant, ondanks dat broeinest, een mooi interview is geworden. Hij paradeert niet zonder reden in de kolommen van Letter &amp;amp; Geest.&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/13055679-111711785367901030?l=metapolitiek.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://metapolitiek.blogspot.com/feeds/111711785367901030/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=13055679&amp;postID=111711785367901030' title='3 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/13055679/posts/default/111711785367901030'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/13055679/posts/default/111711785367901030'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://metapolitiek.blogspot.com/2005/05/de-neoconservatieve-revolutie-door.html' title='DE NEOCONSERVATIEVE REVOLUTIE door Jaffe VINK in Trouw 29-10-2005'/><author><name>Metaposos</name><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><thr:total>3</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-13055679.post-111662111245295166</id><published>2005-05-20T22:29:00.000+02:00</published><updated>2005-05-20T22:50:01.380+02:00</updated><title type='text'>POPULISME</title><content type='html'>&lt;div align="justify"&gt;Tijdens de laatste jaren hebben de media trapsgewijze van zeer verschillende persoonlijkheden als Boris Jeltsin, Jean-Marie Le Pen, Jörg Haider, Bernard Tapie, Umberto Bossi, Vladimir Zjirinovsky, Alexander Solzjenitsin, Ronald Reagan, Carlos Menem, Lech Walesa en Pat Buchanan populisten gemaakt. Dit alleen reeds toont de buitengewone verwarring aan, die met het begrip samengaat : het populisme is een soort "gummi-begrip" geworden, waarvan men zich al naar gelang de uitleg kan bedienen. Het is ook en vooral een formule om te discrediteren en te diskwalificeren. Haar meest gebruikte toepassingen is terug te vinden op het vlak van de discursieve polemiek, verpakt in stereotypes : populistisch gevaar, populistische verleiding,&lt;br /&gt;Populistische gevolgtrekkingen, etc. En mag je diegenen geloven, die haar stigmatiseren, dan&lt;br /&gt;omschrijft het populisme zichzelf door zijn algemene aantrekkingskracht, zonder coherentie, zonder eigen wereldbeeld, en zonder een andere inhoud dat het door zichzelf voortgebracht effect. De populistische leader is ofwel een demagoog, die strovuurtjes aansteekt en echte frustraties en eisen steeds weer plaatst tegenover simplistische oplossingen en protestslogans, ofwel een min of meer vermomde fascist, die op een verwarrende manier een eigenlijk antidemocratische boodschap brengt. Het populisme dat van natuur uit demagogisch is, bevat de kiemen van de dictatuur.&lt;br /&gt;Ook nu is er een bandbreedte aan populismen, waarvoor bepaalde auteurs trouwens volledig eigen typologieën hebben ontwikkeld. Het feit van deze bandbreedte wakkert overigens regelmatig de idee aan, als zou het populisme niet zozeer een ideologie of een politiek systeem bevatten. Het zou eerder gaan om een stijl, een aanvoelen, dat vatbaar is voor en zich kan verbinden met gelijk welke politieke doctrine : autoritair populisme, nationaalpopulisme, liberaal populisme, zelfs extreem links populisme. De ideeëngeschiedenis echter toont aan dat men in de wortels van het populisme een aantal zeer preciese politiek-ideologische aanknopingspunten vindt, die eigenlijk weinig doen herinneren aan wat "men" meestal met populisme omschrijft, en toont verder aan de meeste populismen - zoals de pers ze in elk geval omschrijft - het in feite niet zijn.&lt;br /&gt;In werkelijkheid is het populisme een systeem van politieke ideeën dat in een eigen relatie staat tot de geschiedenis en de politieke leer. Haar wortels zijn terug te vinden in die geestelijke stromingen - die zowel in Europa, in Rusland als in de V.S.A. opdoken - die het leven van de gemeenschap bouwden op de burgerplicht, op de verantwoordelijkheid van de staatsburgers en op de gemeenschap aan waarden.&lt;br /&gt;De eerste voorwaarde voor het ontstaan van populisme is een politieke legitimatiecrisis, die het&lt;br /&gt;ganse systeem van de klassieke politieke vertegenwoordiging treft. In dit opzicht bezit het&lt;br /&gt;populisme een uitgesproken anti-elitair karakter.. Het stelt de bekwaamheid van de politieke,&lt;br /&gt;administratieve, economische en culturele elites om de problemen van het dagdagelijkse leven te regelen, in vraag. Het (opnieuw) opduiken van populisme betekent eigenlijk een reactie, een&lt;br /&gt;emancipatorische reactie op de nieuwe leidersklasse, die nu eens als bureaucratisch, inefficïent, machteloos en corrupt wordt afgeschilderd, dan weer als los van de dagelijkse realiteit omschreven en het volk haar zin en mogelijkheid tot initiatieven berovend.&lt;br /&gt;Parallel daarmee moet je het populisme zien als een reactie op het verdwijnen van sociale&lt;br /&gt;verbanden, veroorzaakt door het groeiende individualisme dat de oude organische gemeenschappen vernietigd heeft, en door de heerschappij van de welvaartstaat, die om de natuurlijke solidariteit tegen te werken een deel van de burgers hun verantwoordelijkheid heeft afgenomen en heeft omgewisseld in zgn. hulpbehoevenden.&lt;br /&gt;Tenslotte sluit het populisme aan bij de heel recente actualiteit : de crisis van de nationale staat en het uiteenvallen van het fordistisch compromis, dat voor ongeveer een eeuw heeft gezorgd dat sociale vrede werd afgekocht in ruil voor groeiende welvaart bij de middenstand. De crisis van de nationale staat uit zich in een tweevoudige inperking van de soevereiniteit : inperking van boven door het fenomeen van sociale bloei en druk van transnationale structuren, die via de globalisering naar voor komen, en inperking van beneden door de opkomst van nieuwe sociale bewegingen, door identiteits-aanspraken en door rivaliteiten tussen etnische groepen.&lt;br /&gt;De vraag in hoeverre populisme een democratische fenomeen is, hangt dan weer af van de definitie van democratie. De liberale theoretici waren van oudsher geneigd te denken dat het de instituten zijn en niet de geschiktheid en het karakter van de staatsburgers, die een democratie laten functioneren. In de liberale variant van de democratie is de openbare mening noodzakelijkerwijze incompetent en slecht geïnformeerd. Logischerwijze is de conclusie dan ook dat de depolitisering geen slechte zaak is en dat het beter is de regering in handen van vakmensen te leggen. In deze (liberale) voorstelling verwordt politiek tot een louter managment, tot een expertise en is democratie niets meer of minder dan een simpel recruteringssysteem van staats-bestuurders. Het is niet langer een regime van verantwoordelijkheidsoverdracht, van autonomie en van deelname.&lt;br /&gt;De liberale democratie, die representatief van aard is, perkt de soevereiniteit van het volk heel&lt;br /&gt;duidelijk in en verhindert dat het tot werkelijke overeenstemming komt tussen de inzichten van de bestuurders en de bestuurden. Het zwaartepunt van de macht berust niet langer bij het volk, maar bij de vertegenwoordigers en de politieke partijen. De politieke klasse neigt naar het ontwikkelen van een oligarchie van beroepspolitici. Momenteel wordt de democratie - en dit vanaf het prille ontstaan van een maatschappij - door een tweevoudige bedreiging in de tang gezet , nl. door een steeds breder wordende kloof tussen enerzijds een nieuwe klasse, die zich groepeert rond de gepriviligieerden van de moderne tijd en de functionarissen van de dominante ideologie, die de voordelen van geld en macht monopoliseren, en anderzijds die bevolkingsgroepen die systematisch uit elkaar worden gejaagd, die meer en meer sociale neergang kennen en armoede.&lt;br /&gt;Democratie gaat uit van een voor-staats bestaan, onderstelt een politieke en sociale gemeenschap. En zoals Christopher Lasch noteerde, zijn het niet de individuen die de basiseenheden van een democratische maatschappij uitmaken, maar de gemeenschappen die zichzelf besturen. Het is de ondergang van die gemeenschappen, die meer dan alle andere de toekomst van de democratie bepaalt. Van haar kant heeft Hannah Ahrendt duidelijk aangetoond dat het het staatsburgerschap is dat gelijkheid toewijst en niet de gelijkheid die het recht op staatsburgerschap doet ontstaan. Democratie is geen regime dat ervoor zorgt dat de rechtsgelijkheid op een postulaat van individuele ideniteit berust, ze is wel het regime dat voor zekerheid zorgt dat de leden van een zelfde politieke eenheid dezelfde rechten hebben, omdat ze gelijkberechtigde burgers zijn.&lt;br /&gt;Tenslotte heeft democratie nood aan een pluralistisch debat, dat de geweldloze uitwisseling van&lt;br /&gt;volkomen verschillende (en soms tegengestelde) meningen en ideeën mogelijk maakt. En als grondvoorwaarde dat dit debat zich niet beperkt tot experten en technocraten, heeft ze behoefte aan een zo breed mogelijke deelname. En het is juist deze eis die het populisme formuleert. De liberalen weigeren toe te geven dat onze huidige democratie veel eerder bedreigd is door de onverschilligheid en de walging van de burgers, dan door intolerantie en bijgeloof. Het populisme meent integendeel dat maximale democratie samengaat met maximale deelname van de burgers aan de openbare aangelegenheden.&lt;br /&gt;Zonder de representatieve democratie volledig af te wijzen, staat het populisme toch meer achter de participatieve democratie. Ze roept zoveel mogelijk het beeld van de directe democratie op, die haar wortels vindt in het actieve burgerschap en in de herschepping van de openbare ruimte en de ontmoeting tussen mensen. Ze begunstigt kleine gemeenschappen, niet omdat ze zich wenst af te grenzen of om zich op zichzelf terug te plooien, maar omdat ze de leden op die manier toelaat aan debatten en beslissingen deel te nemen.&lt;br /&gt;Het belangrijkste voordeel van de participatieve democratie bestaat erin de vervormingen van de representatieve democratie te corrigeren en een grotere overeenstemming te bereiken tussen de wil van het volk en de wetten. Alleen zij is in staat om het bestaan van sociale betrekkingen - kenmerkend voor een organische gemeenschapsordening - te herstellen., zonder dewelke de democratie niets anders is dan een reeks van formele procedures.&lt;br /&gt;Het populisme ziet autonomie als het grondprincipe van het politieke leven. Een dergelijk inzicht is vanzelfsprekend vijandig tegenover dictatuur of dictatoriale regimes. Het populisme baseert zich op het principe van de "toevoeging", dat ervoor zorgt dat de handelingsbekwaamheid van de basis wordt geactiveerd en dat vasthoudt aan de idee dat alle sociale lagen hun eigen aangelegenheden zelf beslissen en alleen die beslissingen , waarvoor zij onvoldoende competentie hebben, aan een hoger niveau moeten overdragen. Voor populisten houdt democratie een wederzijds vertrouwen in, dat alleen gebasserd kan zijn op wederzijds respect, in de zin van het algemeen welzijn en de gemeenschapelijke waarden.&lt;br /&gt;Daarom wijst het populisme zowel de privatisering van de moraal als het postulaat van de&lt;br /&gt;neutraliteit inzake waarden - waaraan het liberalisme vasthoudt - van de hand. Om dezelfde&lt;br /&gt;redenen wijst ze ook te duidelijke, te grote ongelijkheden af, Omdat ze die als tegenstander van het algemeen welzijn, als verstoorder van de sociale samenhang ziet.&lt;br /&gt;Het populisme keert zich tegen de logica van de markt en tegen de welvaartstaat. Zij wijst de keuze tussen de markt en de staat duidelijk af, omdat ze zeer goed beseft dat van zodra de staat haar bijstandsfunctie aan het uitbreiden is, ze terzelfdertijd moet bijdragen in het ontrafelen van die gemeenschappen die zich gevormd hebben naar de logica van de markt. Tegenover het principe  van het medelijden, dat zo typisch is voor de verzorgingstaat, plaatst zij het principe van het respect, de waardering en de verantwoordelijkheid. Tegenover de liberale principes van de formele democratie, de instrumentaal-bureaucratische rationaliteit en de waardenneutraliteit plaatst het populisme ideeën van burgerplicht, van wederzijdse solidariteit, van morele plicht en van gemeenschapswaarden.&lt;br /&gt;Noch de aanwezigheid van een charismatische leader, noch het gebruik van de identiteitsmythe,&lt;br /&gt;noch de vijandigheid tegenover vreemdelingen behoort tot het wezen van het populisme. Het&lt;br /&gt;populisme is uit zichzelf niet nationalistisch. Wel is zij een zeer krachtige reactie tegen een&lt;br /&gt;centralistisch staatsdenken en de almacht van vakspecialisten. Het populisme wil het cultureel&lt;br /&gt;pluralisme van het lokale behouden. Voor zover er een verbinding is met communautarisme,&lt;br /&gt;reageert het populisme op de crisis van de nationale staat en staat zij een herleving van de lokale gemeenschappen voor, die dan uitgerust zijn met een sterk uitgebouwde politieke en culturele autonomie.&lt;br /&gt;Het populisme herinnert er ons tenslotte aan dat in een democratie de soevereiniteit van het volk een onaantastbaar principe is. In die zin is het populisme de afwijzing van de ideologie die ertoe neigt democratie slechts voorwaardelijk te accepteren, dit betekent zolang de beslissingen van het soevereine volk niet in conflict komen met zogenaamd hogere principes, die niet democratisch gelegitimeerd moeten worden.&lt;br /&gt;De actuele beledigingen, oa. door de media aan het adres van het populisme tonen duidelijk aan in welke mate deze heersende ideologie zich heeft verspreid. En in het jongste verleden hebben wij enkele voorbeelden van deze ingesteldheid kunnen opmerken. De verontwaardiging van bepaalde landen n.a.v. de intrede in de regering van de partij van Jörg Haider, de manier waarop de pers in het Avondland het uitdoven van het stemproces in Algerië billijkte, omdat de Islamieten de verkiezing naar alle waarschijnlijkheid zouden hebben gewonnen, de manier waarop men heeft aanvaard dat Boris Jeltsin het Russische parlement heeft laten beschieten, geven genoeg aan dat bepaalde democraten democratie alleen onder die voorwaarde aanvaarden, dat de uitoefening zich niet tegen hun eigen ideologische postulaten keert. Postulaten die op een bijna metafysische wijze naar voor werden geschoven en die zich volledig aan de kritiek van het volk onttrekken.&lt;br /&gt;Eigenlijk is de belediging aan het adres van het populisme een gemakkelijke manier, waarop de&lt;br /&gt;nieuwe leidende klasse onverbloemd haar verachting voor het volk en de democratie toont. Het&lt;br /&gt;populisme willen criminaliseren, is het zekerste middel om haar ook in de toekomst verder te laten gedijen.&lt;/div&gt;&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/13055679-111662111245295166?l=metapolitiek.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://metapolitiek.blogspot.com/feeds/111662111245295166/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=13055679&amp;postID=111662111245295166' title='0 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/13055679/posts/default/111662111245295166'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/13055679/posts/default/111662111245295166'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://metapolitiek.blogspot.com/2005/05/populisme.html' title='POPULISME'/><author><name>Metaposos</name><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-13055679.post-111661930850865923</id><published>2005-05-20T21:46:00.000+02:00</published><updated>2005-05-20T22:01:48.513+02:00</updated><title type='text'>The Time of the Nets</title><content type='html'>The twentieth century ended in November 1989, with the fall of the Berlin Wall. The 21st century unofficially begun in 1993, with the first diffusion on a vast scale of the Internet. There is no doubt: the coming of the "global web" announces an unprecedented epoch: the Age of Net. The Internet is a net whose circumference is unlimited and whose centre is nowhere. This decentralised, interactive, horizontal medium, that connects its users at the speed of electron, establishes a sort of planetary brain whose neurons are the connected individuals. More than thirty million people have already entered this global communicating society, that easily overcomes frontiers and controls. Each month, one million new "contacts" join this system. On the "info-highways", where writing, sound and image blend in a unique numerical language, a New World is rising, a "cyberworld", populated by "cybercitizens". Neither governments nor politicians have so far understood the exact measure and the consequences of this phenomenon.&lt;br /&gt;Every technological evolution creates its own ideology, and this ideology drives social change. In traditional societies, human relations were mainly territorial and took place in a continuous spatial dimension. Urbanisation has deeply modified this model. To the disjunction between the place of work and the place of residence some social praxis' have been added that daily permit to exit one’s own domicile (multilocalization). Space becomes a property like any other, that can be sold, amassed or exchanged. The advent of the net transforms and accelerates this process. While communication becomes the essential engine of social relations, the extension of the net contributes to the fragmentation and the "uninstitutionalization" of society. There is no more belonging, no more adhesion: "to be on-line" is the categorical imperative. Political parties no longer represent an efficient means of achievement for individuals, while civic associations and single issue movements overwhelms trade unions. In the world of the net there are no more nations or populations, but multiple and winded belongings: tribes, Diaspora and clans.&lt;br /&gt;Walkman and mobiles are tools, among many others, that contribute to free man from steadiness. "Tomorrow streets and squares", Alain Finkielkraut says, "will be invaded by busy mutants talking with themselves". Thus a nomadic society is created - nomadism of tools, of values and of men - that privileges a cross-sectional modality of communication, flattening all the classical institutional and pyramidal structures. A virtual world, with no distances and no expiration is growing: a world of uncontrollable crypted net, in which unmaterialised objects circulate and return materialised at the end of the process they’re involved in; a world that could also become a financial jungle, where the Stock Exchanges are transformed into electronic casinos.&lt;br /&gt;In addition to nomadism there is cocooning. Internet is a communication tool, but its form of communication abolishes the dimensions of space and time, that are(were) the context in which, until yesterday, human freedom was expressed. In this way, the net imprisons the individual in a private sphere that is more and more limited to the abuse of a remote control or of a keyboard. The progressive sliding of the job place towards the address (telework) goes in this same direction. If world can be virtually discovered remaining at home - philosopher Paul Virilio argues - why should we exit? Finally, the net emphasises all the essential features of this age: the mood for immediacy (i.e. zapping), the oblivion of history and of "the reasons", the enjoyment is conceived as a privileged way of access to the experience. Freedom of expression is more and more restricted in its commercial form, the absolute sovereignty of the consumer. Bill Clinton defined the electronic commerce "Far West of the total economy". In a universe in which everything is accessible through a toll (global marketplace), only the market still distracts people from loneliness.&lt;br /&gt;The advent of the net also creates assemblages of a new type. When 300,000 persons are gathered in Paris for the "Gay Pride" day, when the world-wide Days of Youth inspires one million catholic young people to join in Longchamp, when hundreds of thousand persons take part in Belgium to a "white march", when two million Basques protest in public square against the attacks of ETA, when a million Germans take part in Berlin to a "love parade", when one million Italians demonstrate in Milan against the division of their country, when an innumerable crowd meet in London for the Ascension-day in paradise of Lady-D, former-Madonna of tabloids and instantly proclaimed Saint and martyr once dead, the sociologists refer to "unidentified popular movements". These, more or less spontaneous, huge assemblies truly represent the type of manifestation that corresponds to the world of the net.&lt;br /&gt;Besides the obvious diversities of motivations, they all are a unique phenomenon: post-modern ways of affirmation of a feeling, a belief or a shared way of life, set inside the current tendency of affirmation of communitarian identities, that go beyond the limits of the usual belongings.&lt;br /&gt;So, flows replace territories everywhere.&lt;br /&gt;The Internet is only the most immediately visible form of this deterritorialisation. We are only at the beginning of a phenomenon, and whoever believes that it could be reversible in the short term is probably wrong. The advent of the world of the internet is a challenging question. The state of tomorrow will depend on the way we will be able to give it an answer.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Alain de Benoist&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/13055679-111661930850865923?l=metapolitiek.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='related' href='http://nuevaderecha.ya.st/' title='The Time of the Nets'/><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://metapolitiek.blogspot.com/feeds/111661930850865923/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=13055679&amp;postID=111661930850865923' title='0 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/13055679/posts/default/111661930850865923'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/13055679/posts/default/111661930850865923'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://metapolitiek.blogspot.com/2005/05/time-of-nets.html' title='The Time of the Nets'/><author><name>Metaposos</name><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><thr:total>0</thr:total></entry></feed>
